De Afvallige

 

Bespreking van: “De Afvallige” van Jan van Aken

Querido, Amsterdam 2013 – ISBN 978 90 214 4648 6 / NUR 301

 

 

De Afvallige is een spannend en leesbaar boek, dat speelt in de roerige jaren tussen de dood van de romeinse keizer Constantinus (361) en het aantreden van keizer Theodosius (379). De volgelingen van diverse christelijke stromingen staan fel tegenover elkaar. De door alle christenen gehate keizer Julianus “de Afvallige” sterft op het slagveld tijdens een veldtocht tegen de Perzen. Maar was het wel een Perzische pijl die hem trof? Aan de westelijke grenzen van het rijk dringen Germaanse stammen op. Welke rol spelen zij bij het spel om de macht? En welke rol spelen kerkelijke leiders aan het hof? De schrijver vertelt alsof hij er zelf bij was. De personen zijn geloofwaardig en levensecht. Maar enige informatie over wat er in deze tijd zoal speelt kan helpen.

Daarom in een notendop wat (kerk)geschiedenis.

De vierde eeuw. Een turbulente tijd voor de kerk, het romeinse rijk en de verhouding tussen beide. Toen keizer Constantijn aan de macht kwam, kwam er een einde aan de christenvervolgingen. In 313 kregen christenen onbeperkte godsdienstvrijheid. De vrijheid werd al snel tot bevoorrechting. De staat gaf geld voor kerkbouw, er werd een zondagswet ingevoerd en de kerk kreeg het recht om te erven. De argumenten voor deze begunstiging waren dezelfde als die van eerdere keizers om christenen te vervolgen: de eenheid van het rijk is gebaat bij godsdienstige eenheid. De band tussen de kerk en het rijk wordt steeds inniger. Constantijn laat niet-christelijke gelovigen met rust, maar ketters geachte christelijke stromingen worden buiten de wet gesteld. Constantinus, die zijn vader als alleenheerser opvolgt (353-361), gaat verder: hij laat heidense tempels sluiten en verbiedt de offercultus.

De reactie blijft niet uit. In 361 treedt keizer Julianus aan (tot 363). Hij genoot een christelijke opvoeding, maar staat onder invloed van neoplatoonse denkbeelden en is gefascineerd door oude heidense mythen. Onder het mom van verdraagzaamheid wakkert hij kerkelijke verdeeldheid aan. Het levert hem de bijnaam Apostata (de Afvallige) op.

Na Julianus vervolgt Theodosius de weg die Constantijn en Constantinus insloegen. In 380 worden heidense religies verboden en moeten alle onderdanen het geloof in de Drie-eenheid, zoals geformuleerd door de bisschoppen van Rome en Alexandrië, aanvaarden.

Lang heeft de staatsinvloed op de godsdienstig gebied in deze vorm niet bestaan. Na de dood van Theodosius valt het romeinse rijk uiteen. Door invallende Germanen verbrokkelt het westelijk deel in diverse kleine staten. Het oostelijke deel houdt het langer uit, maar boet na de beroemde keizer Justinianus (527-565) in aan macht en omvang. Grote delen worden in de 7e en 8e eeuw door de oprukkende Islam overspoeld.

In al deze jaren is de christenheid bepaald geen eenheid. In 318 kwam de alexandrijnse presbyter Arius in aanvaring met zijn bisschop Alexander. Arius hing een streng monotheïsme aan en kon niet anders dan concluderen dat Jezus een schepsel is en niet zelf God. Alexander ging tegen zijn presbyter in en al snel ontstaat een conflict waarin velen (waaronder de bisschop van Constantinopel, die zich achter Arius schaart) zich mengen.

Keizer Constantijn probeert te bemiddelen, maar de tegenstellingen blijken te groot. In 325 roept de keizer(!) een kerkvergadering bijeen in Nicea. Daar blijkt dat het niet alleen om een theologische geschil gaat, maar ook om de vraag welke patriarch zich geestelijk leider van het oostelijke deel van de christenheid kan noemen: die van Constantinopel of die van Alexandrië? Het concilie veroordeelt de gedachten van Arius, maar de strijd om het leiderschap blijft onbeslist. De nieuwe keizer Constantinus blijkt bovendien sympathie te hebben voor de volgelingen van Arius, die daardoor ongemoeid blijven. Pas na zijn dood wordt althans het theologisch geschil op het concilie van Constantinopel (381) definitief beslecht.