Naast het Nieuwe Testament

 

De 27 geschriften die in het Nieuwe Testament staan zijn een klein deel van het vele dat in de eerste twee eeuwen door christenen is geschreven. Een deel van die talloze geschriften noemen we apocriefen van het nieuwe testament, omdat het om hetzelfde soort geschriften gaat als in het N.T. te vinden is: ze heten' evangelie', 'handelingen van apostelen', of ze gaan door voor een 'brief' of een 'openbaring' van een apostel. Over die geschriften gaat dit verhaal.

De vorming van de canon: spontaan ťn bewust

De groei van de canon (de lijst van erkende geschriften) ging voor een deel spontaan. Het begon met de brieven van Paulus. In de gemeenten begonnen bundeltjes met deze brieven te circuleren. Men hoorde van elkaar over zijn inspirerende gedachten over het evangelie en stuurde elkaar de brieven die men had door. Het Nieuwe Testament groeide dus voor een deel a.h.w. vanzelf. Maar het optreden van mensen die sterk afwijkende denkbeelden verspreidden dwong de kerk om keuzes te maken. Globaal gezien waren er twee belangrijke voorwaarden waaraan een geschrift moest voldoen: het moest apostolisch zijn (geschreven door een apostel of steunen op zijn getuigenis) en het moest algemeen gebruikt en erkend zijn. Deze criteria waren nogal vaag en het duurde dan ook lang voor de precieze omvang van het N. T. was vastgesteld: pas aan het eind van de 4e eeuw is men het daarover eens.

EvangeliŽn

Sommige evangeliŽn voldeden niet aan deze eisen en zijn geheel of gedeeltelijk verloren gegaan. Zo'n evangelie was misschien geschreven in een taal die maar weinig mensen lazen, of het was alleen in een geÔsoleerde groep bekend. Het is best mogelijk dat er in zo'n evangelie waardevolle dingen stonden over Jezus. De ons bekende evangelisten wisten per slot van rekening, dat zij een selectie gaven van bestaande overleveringen (Joh 20:31). In het Nieuwe Testament staan ook uitspraken van Jezus, die niet in de vier evangeliŽn voorkomen. 'Het is zaliger te geven dan te ontvangen' (Handelingen 20:35) is daar een voorbeeld van. Ook door oudchristelijke schrijvers worden dergelijke uitspraken van Jezus geciteerd. Mogelijk putten zij uit een verloren gegane verzameling met uitspraken van Jezus. De vier evangeliŽn werden overigens aanvankelijk anoniem uitgegeven. Pas toen de eis van de apostoliciteit gesteld werd, zette men ze op naam van betrouwbare mensen. Dit is nog te zien in het later toegevoegde slot van het Johannes-evangelie (Joh. 21:24). Over sommige onderwerpen werd in de canonieke evangeliŽn niet geschreven, terwijl de mensen er wel erg in geÔnteresseerd waren. Er ontstonden al vroeg legenden rond de geboorte, dood en opstanding van Jezus, die erg populair moeten zijn geweest en die onder de naam 'evangelie' verspreid werden. Sommige van deze verhalen (b.v. de legenden over Joachim en Anna, de ouders van Maria) zijn terug te vinden in de kerkelijke kunst.

Handelingen

Het bijbelboek Handelingen verhaalt lotgevallen van Petrus, Johannes en vooral van Paulus, maar over de andere apostelen wordt maar weinig verteld. Apocriefe handelingen vullen de ontbrekende informatie vaak zeer fantasierijk aan. De apostelen beleven de meest wonderbaarlijke avonturen. Zij worden meestal afgeschilderd als ideale christenen. Zij zijn 'vreemdelingen op aarde', die zich alles ontzeggen om zich aan God te wijden. Het seksuele is hen vreemd, zij talen niet naar de alcohol - zelfs bij het Avondmaal drinken zij soms water i.p.v. wijn - er is geen pijn of lijden waarvan zij verblikken of verblozen. Dat is maar goed ook, want hun levens lopen uit op een gruwelijke marteldood, die breedvoerig beschreven wordt. De verhalen moeten geweldig populair zijn geweest en sommige zijn nog bekend - het boek en de gelijknamige film 'Quo Vadis' maken er gebruik van. Die populariteit heeft misschien te maken met het miraculeuze karakter van de verhalen. De wonderen die Jezus volgens de vier evangeliŽn verricht zijn kinderspel vergeleken bij wat de apostelen in deze verhalen klaarspelen. Waar de tekenen in het Nieuwe Testament in dienst staan van de verkondiging van het Koninkrijk van God, lijkt het of ze hier verteld worden om te verbluffen en te overtroeven. Ondanks hun populariteit werden deze geschriften door de officiŽle kerk al snel met argwaan bekeken. Het duurt niet lang of ze worden alleen nog gelezen bij kleine groepen buiten de officiŽle kerk.

Brieven

Apocriefe brieven zijn er maar weinig. Er is een brief van Paulus aan de Laodicenzen bekend en een derde Korinthenbrief. Mogelijk heeft Paulus ook in werkelijkheid zulke brieven geschreven. In 1 Kor. 5,9 is namelijk sprake van een brief die Paulus voor de 1e Kor. brief heeft geschreven en in Kol. 4,16 is sprake van een brief aan de gemeente in Laodicea. Uiteindelijk erkende men deze brieven niet als door de apostel geschreven en dus zijn zij niet in het N.T. terecht gekomen. Er wordt overigens tot op vandaag over de authenticiteit van sommige brieven van Paulus gediscussieerd. Een bijzondere plaats heeft de HebreeŽnbrief. Die werd wel aan Paulus toegeschreven, maar het is duidelijk dat in deze brief een heel andere theologie aan het woord is, dan in de brieven van Paulus. Het heeft dan ook niet veel gescheeld of de HebreeŽnbrief had het N.T. niet gehaald.

Openbaringen

Heel lang is ook gediscussieerd over de verschillende Openbaringen die in omloop waren. Het zou te ver voeren om alle argumenten en achtergronden te noemen, maar wezenlijk bij de keuze van de kerk was, dat het in de Openbaring van Johannes gaat om de geschiedenis: om het aanbreken van een andere tijd, een nieuwe eeuw. In de apocriefe openbaringen echter is de aandacht verschoven van de toekomst van het Rijk van God naar hemel en hel als de plaatsen waar de mensen na hun dood terecht komen. In deze geschriften is het aardse tranendal slechts de plaats waar je leeft om te proberen later in de hemel te komen. De apocriefe openbaringen zeggen te willen troosten, maar het lijkt er soms meer op, dat ze de mensen de stuipen op het lijf willen jagen. Met bijna sadistisch genoegen worden de meest gruwelijke martelingen van de hel beschreven. Deze gedachten hebben een enorme invloed gehad in de kerk. Ze zijn dus niet in de Bijbel opgenomen, maar zijn terug te vinden in de kerkelijke kunst en in een literair meesterwerk als de 'Divina Comedia' (Dante, dertiende eeuw).

Gezag en mensenwerk

De kerkorde van de PKN belijdt de Heilige Schrift als Ďde enige bron en norm van de kerkelijke verkondiging en dienstí. Ik stem daar van harte mee in. Zonder de bijbel zouden wij nergens zijn in de kerk. Maar de bijbel is niet uit de hemel komen vallen. Het boek is in een lange worsteling met de vraag naar de waarheid door mensen geschreven en samengesteld. De bijbel is naar mijn mening niet betrouwbaar of geloofwaardig omdat het de bijbel is, maar om wat erin gezegd wordt. Ik wordt altijd geraakt door de woorden van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: ďÖ zonder in enig opzicht te twijfelen, geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij nier zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn.Ē(NGB art 4)