Woestijnvaders

 

Bespreking van: De Woestijnvaders - levensverhalen van kluizenaars uit het vroege christendom. Prof. dr. Pieter W. van der Horst, Prometheus, Amsterdam 1998

Vorig jaar met studieverlof merkte ik, dat de Oosters-orthodoxe kloostertraditie voortbouwt op een spiritualiteit van 'wereldverzaking' die gelovigen al vroeg in de kerkgeschiedenis aansprak. Het begon in Egypte waar streng ascetisch levende mannen zich in eenzaamheid terugtrokken in de woestijn. Soms kozen zij daarvoor een grot, soms een kloostercel, soms trokken zij rond 'zonder een plaats om het hoofd neer te leggen' Zij worden meestal De Woestijnvaders genoemd.

Een opmerkelijke vorm van ascese was het stylitisme: de gewoonte om, soms jarenlang, een hutje te betrekken dat op een pilaar was neergezet. Zulke pilaarheiligen genoten vaak grote bekendheid. Veel mensen kwamen om raad of vroegen hun voorbeden. De bekendste was Simeon de Styliet (392-459), die even buiten Aleppo (Syrië) op een pilaar leefde. Volgens sommigen om aan het gedrang van zijn vele bewonderaars te ontkomen, volgens anderen om dichter bij de hemel te zijn. Simeon begon op een pilaar van vier meter hoog, maar naarmate de stroom nieuwsgierigen toenam zocht hij het steeds hogerop om uiteindelijk op veertig meter hoogte te eindigen.

Na zijn dood werd om zijn zuil een enorme kerk gebouwd. Later werd een heel kloostercomplex toegevoegd. De indrukwekkende ruïnes ervan zijn nog steeds een bezoek waard. Ik vind het fascinerend, dat een asceet postuum zo is ingekapseld door de gevestigde instanties en dat niemand de ironie daarvan lijkt te hebben gezien. Met Franciscus van Assissi gebeurde hetzelfde. Hij leefde in een piepklein huisje, niet meer dan een kamertje van 2 bij 3. Na zijn dood werd om het bouwseltje een reusachtige kerk gebouwd, die vermoedelijk meer gekost heeft dan de niet onbemiddelde heilige ooit aan de armen heeft kunnen geven.

 

Ongeveer een eeuw na Simeon de Styliet woonde even buiten Antiochië de pilaarheilige Simeon de Jongere. Veertig jaar lang riep hij de bewoners van Antiochië op tot bekering en boetedoening. En ook hij werd er beroemd mee. Zijn zuil werd al bij zijn leven het middelpunt van een groot kerkgebouw. Zijn toehoorders konden, gezeten op in de rots uitgehouwen bankjes, zijn boetepreken aanhoren. Ik liep rond door de ruïnes en vroeg me af of de mensen zich onderweg naar deze kerk net zo verheugden op de komende boetepreek als mensen nu, die op weg zijn naar Youp van het Hek. Wat was de functie van dit soort heiligen - want in sommige tijden verdrongen zij elkaar zo ongeveer op de heuvels rond de stad. Geweten en aanbieder van stof tot nadenken? Bemiddelaar of bezweerder van het onheil?

Pieter van der Horst brengt met zijn boek de wereld van het vroege monnikendom, in de tijd dat dit nog niet in kloosterorden is gereglementeerd, dichterbij. Zijn boek bevat informatieve en leesbare inleidingen en vooral authentieke verhalen van tijdgenoten, leerlingen of bewonderaars van deze heilige asceten.