Een land waar je de weg niet kent

Een interview in het blad VolZin (de opvolger van de Bazuin en HN magazine) met ds Carel ter Linden deed mij een al wat ouder boekje van zijn hand herlezen. Vanuit een jarenlange ervaring met het leiden van gespreksgroepen voor mensen die hun partner verloren, geeft hij tips voor het omgaan met mensen die een verlies te dragen hebben. "Voor zulk verdriet kun je nooit oefenen" stond boven het interview. Ter Linden spreekt uit ervaring. Kort voor het boekje uitkwam werd bekend dat zijn vrouw ongeneselijk ziek was. Zij overleed een jaar later.

Ter Linden beschrijft in het boekje de fasen van een rouwproces. Tegelijk zegt hij er wel bij dat de verschillende fasen voor ieder mens heel anders kunnen verlopen. Zowel in tijd als in intensiteit. Niet iedereen doorleeft elke fase even sterk. De schrijver verwijst naar literatuur die niet spreekt van fasen maar van taken die de rouwende te vervullen heeft om zichzelf terug te vinden en de draad van het leven op te pakken.

In het boekje geeft Ter Linden praktische tips voor het omgaan met rouwenden. Die horen eigenlijk bij de bagage van een ieder die wel eens in contact komt met iemand die rouw draagt. Overigens na te hebben vastgesteld dat in de praktijk veel kennissen het contact met de rouwende vermijden, het verlies negeren of wegpraten door opmerkingen als: "wees blij dat je kinderen nog hebt" of "wat fijn dat jullie zolang bij elkaar mochten zijn".

Ter Linden schrijft ook over God. Over de zeer uiteenlopende wijzen waarop het geloof een rol speelt bij de verwerking van een verlies. De één put troost uit de overtuiging dat God met dit sterven een verborgen bedoeling heeft, terwijl een ander God ziet als degene die ons verdriet kent en ons daarbij niet in de steek laat.

In het interview in VolZin spreekt Ter Linden over zijn eigen beeld van God: "In een God die ons als een persoon ziet of hoort, geloof ik niet. Als ik met een lekke boot op de oceaan dobber, dan is er geen God die mij ziet. Ooit dacht men dat God van bovenaf over ons waakte. Nu weten we dat er helemaal geen boven is en er is daar ook geen God die ziet. In die lekke boot kun je geloven wat je wilt, maar je verzuipt tenzij er een mens in de buurt komt die je ziet. Als wij zeggen dat God ons ziet, bedoelen wij dat werkelijke liefde, Góds liefde, de naaste niet voorbijloopt, maar hem werkelijk ziet. Die liefde ziet, waar wij mensen het liefst de andere kant opkijken."

Zijn boekje "Een land waar je de weg niet kent" kan ons helpen om niet aan elkaar voorbij te gaan, maar die liefde in praktijk te brengen.

Carel ter Linden - "Een land waar je de weg niet kent" omgaan met rouwenden. Meinema 1995 NUGI 636