Guus Kuijer “Het boek van alle dingen” - Querido 2004

Het nieuwste boek van Guus Kuijer ‘Het boek van alle dingen’ is een boek voor kinderen vanaf 10 jaar. Hoewel de kinderjaren lang ontgroeid heb ik het in één ruk uitgelezen. Het boek schokt, ontroert en troost tegelijk. En het maakt je soms aan het lachen.

‘Het boek van alle dingen’ speelt in een streng protestants milieu in de jaren vijftig. Die jaren blijken in het boek overigens helemaal niet zo overzichtelijk, knus en veilig als velen tegenwoordig lijken te menen. Dat is meteen ook mijn enige kritische vraag bij dit boek: ik weet niet of het kinderen van nu net zo kan raken als het mij deed. De beklemmende sfeer is erg gekoppeld aan de benauwde geloofswereld die een schrijver als Maarten ’t Hart tot vermoeiens toe heeft beschreven. Daardoor vraag ik me af of kinderen die ook zullen herkennen.

Thomas is negen jaar en hij wil gelukkig worden. Zijn weg naar het geluk houdt hij bij in een schrift waaraan hij de titel ‘Het boek van alle dingen’ geeft. Hij schrijft over Eliza-met-het-leren-been – een gehandicapt meisje van zestien waar hij heimelijk verliefd op is. En over de buurvrouw, mevrouw Van Amersfoort, die dan wel een heks is, maar die hem Beethoven laat horen en in aanraking brengt met gedichten van Annie M.G. Schmidt – en dat is heel andere kost dan de plagen van Egypte waarvan vader bij de maaltijd leest.

Én zij geeft Thomas een levensles die zijn leven zal veranderen. ‘Wat wil je later worden? vraagt ze. ‘Ik word later gelukkig’ antwoord Thomas. ‘Dat is een verdomd goed idee’antwoord zij. ‘En weet je waar geluk mee begint? Met niet meer bang zijn.’

Bij Thomas thuis draait er veel om het geloof. Er is het dagelijkse bijbellezen aan tafel en iedere zondag gaan Thomas, zijn ouders en zijn oudere zus naar de kerk. Behalve het zingen – dat Thomas het leukste vindt van de hele kerkdienst - zijn de zondagen maar saai. ‘De zondag is de enige dag die je als een handkar voor je uit moet duwen’ schrijft Thomas in zijn boek ‘De andere dagen rollen vanzelf de brug af.’

In de kerk zingt Thomas onbegrepen responsies als ‘Goede stierenheer, verlos onze ellendige zondagen’. Het onbegrip komt hem op een fikse aframmeling te staan. Vader mept de vreze des Heren er met de pollepel in. Ook moeder, die het voor Thomas opneemt, ontkomt niet aan vaders tuchtiging. Het vertrouwen in God de Vader wordt grondig uit Thomas weggeranseld. Wat hij overhoudt zijn de vertrouwelijke gesprekken met de Here Jezus, die Zich van tijd tot tijd meldt - meestal tijdens de lange gebeden bij de maaltijd. Hij kan niet veel voor Thomas doen, maar Thomas kan bij Hem tenminste zijn hart luchten.

Het is vooral de angst die geluk in de weg staat. Angst voor vader die zich op zijn beurt angstig vastklampt aan zijn gezag als man en vader. ‘Het boek van alle dingen’ is het verhaal van het overwinnen van de angst. Daarmee is het een bevrijdingsgeschiedenis geworden van bijbelse proporties.

ds Ynte de Groot