Bombrieven

Precies vier dagen na het verschijnen van de film ‘Fitna’ van Geert Wilders kom ik aan op het vliegveld van Damascus. Anders dan eerdere keren had ik niet tevoren een visum geregeld. Het consulaat in Den Haag verzekerde me telefonisch, dat dit tegenwoordig heel eenvoudig bij aankomst kan. Maar zou het nog steeds makkelijk zijn om als Nederlander Syrië binnen te komen, na het verschijnen van die schokkende en beledigende film? Op het internet had ik gelezen van Nederlandse expats in het Midden-Oosten die voor de zekerheid in het Arabisch de zin “Ik kom uit Duitsland” uit het hoofd leren. Maar bij de paspoortencontrole kan ik niets veinzen en sta ik open en bloot met mijn donkerrode boekje met in goud ons trotse landswapen en de opdruk “KONINKRIJK DER NEDERLANDEN”. “Hollanda?” vraagt de beambte na veel geblader in het boekje, getik op het toetsenbord van een PC en getuur op het beeldscherm. “Ja” antwoord ik zo neutraal mogelijk. “Welcome to Syria” zegt hij, terwijl hij het paspoort met een klap afstempelt. Houd ik zijn vriendelijke begroeting eerst nog voor de professionele correctheid van een overheidsdienaar, de dagen erna blijkt de hartelijkheid zo algemeen, dat ik me vrijuit als Nederlander beken. “Hollanda? Good!” is de standaardreactie. En niemand hier heeft ooit gehoord van Geert Wilders of van zijn film. Sinds ik “Het zijn net mensen” van Joris Luyendijk las1 weet ik dat in landen zonder democratie de overheid bepaalt wat het volk te weten komt. Bepaalde internetsites, die in Nederland moeiteloos te bezoeken zijn, blijken hier opeens onbereikbaar. De overheid bepaalt zo voor een groot deel ook de sentimenten van het volk. Tenminste die sentimenten die voor de camera geuit worden door leuzen op spandoeken, brandende vlaggen en ingegooide ruiten. Want reken maar dat er landen zijn waar ze weten hoe onwelgevallige demonstraties voorkomen moeten worden! De Syrische regering heeft kennelijk geen reden of ziet geen voordeel om op dit moment anti-Nederlandse sentimenten op te roepen. Gelukkig voor mij: ik doe wat ik in Syrië te doen heb in alle rust, omgeven door vriendelijke mensen. Een paar dagen later ben ik weer thuis. In een krant van even terug zie ik een woedende menigte in Kabul een Nederlandse vlag verbranden. Zou daar de democratie soms op gang aan het komen zijn? Of wil de regering van Afghanistan die van ons iets duidelijk maken? Wat het ook is: met gekwetste vrome gevoelens heeft het allemaal weinig of niets te maken. Het is gewoon politiek.

Omdat dit een boekbespreking moet zijn beveel ik het zeer leesbare en informatieve boek van Joris Luyendijk bij u aan. Zelf ben ik halverwege “Bombrieven”2, een scherpe en informatieve briefwisseling tussen de arabist Hans Jansen en de tot de Islam overgegane Nederlander Abdul-Jabbar van de Ven. De vonken spatten van de bladzijden.

1 Joris Luyendijk “Het zijn net mensen” uitgeverij Podium ISBN 10 90 5759 316 5

2 Hans Jansen en Abdul-Jabbar van de Ven “Bombrieven” uitgeverij Van Praag ISBN 978 90 90 2701 8