Bouwvakkers en boeren

Een boeiend boek over gemeenteopbouw met een rake titel. Het is niet de zoveelste methode, maar gaat over de voorvragen van gemeenteopbouw. Overigens weerspiegelt alleen de term gemeente-opbouw al een positie. De vraag die speelt is juist in hoeverre de gemeente zich láát bouwen. Is de kerk een door gelovigen te plannen en maakbaar bouwwerk of is zij een gewas waaraan God de wasdom geeft? Zijn wij als kerkmensen geroepen om bouwvakker te zijn of boer?

In dit spanningsveld ziet Luttikhuis in een notendop de kern van gesprekken tussen hervormden en gereformeerden over de kerk. Hij stelt dat dit punt in 1886 de breuk veroorzaakte tussen Kuyper en Hoedemaker. Niet uiteen­lopen­de visies op de kerkelijke verkondiging deed hen uiteengaan, maar een verschil in visie op de organisatie van de kerk. Kuyper ging en Hoedemaker bleef. Kuyper koos principieel voor een planmatige aanpak van de opbouw (of het herstel) van kerk en gemeente, terwijl Hoedemaker juist die planmatigheid in zijn uiterste consequentie onaanvaardbaar vond, omdat die voorbij gaat aan de vrijmacht Gods handelen. Immers de kerk is van Christus en niet van zichzelf.

Luttikhuizen stelt, dat bij veel stagnatie in het Samen op Weg proces (landelijk én plaatselijk) het hierboven genoemde verschil van inzicht vaak een rol speelt. Hij stelt dat men bij veranderings- en verbeteringsprocessen in de gemeente het aangrijpingspunt niet zozeer moet zoeken in de organisatie van de gemeente, maar meer in de daaronder liggende emotionele cultuur van de gemeente. De gemeente is naar haar aard eerder te vergelijken met een familie, dan met een bedrijf. Wie werkt aan gemeenteopbouw zal er rekening mee moeten houden dat juist de menselijke factor van doorslaggevende betekenis is en ook moet zijn.

De schrijver merkt overigens dat de Schrift beide beelden - bouw en groei - aanvullend en wederzijds corrigerend gebruikt, zoals b.v. in I Kor. 3:9 waar Paulus concludeert “…Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijt gij.”. Het beeld van het bouwen heeft als hoofdaccent de inzet, het beeld van de groei het geduld. Volgens Luttikhuis hebben beide elkaar nodig. Dragende kracht is daarbij de liefde in de Geest van Christus, die ons vraagt om te denken en te handelen vanuit de ruimte voor en het belang van de ander.

Een bijzondere taak in het opbouwen van de gemeente ziet Luttikhuis weggelegd voor de ouderling. Hij of zij doet dat vooral door het leggen van contacten met en tussen mensen. Luttikhuis bepleit dat hieraan voorrang wordt gegeven boven de pastorale taak, die aan de hele gemeente toekomt. De richting waarin de opbouw zou moeten gaan is die van de gegeven en genomen verantwoordelijkheid. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. Gemeenteleden moeten daarbij niet zozeer worden uitgenodigd om deel te nemen, maar de kerkenraad zou ánderen deel moeten geven aan het leven van de gemeente.

Bouwvakkers en boeren - een bijdrage in het gesprek over de opbouw van de gemeente

Bernard Luttikhuis. (Boekencentrum, 2002 ISBN 90 239 0985 2)

ds Ynte de Groot