De religie keert terug - en de kerk?

door ds Ynte de Groot

Rond Pasen woonde ik twee uitvoeringen bij van liturgische muziek die naar mijn stellige indruk vooral door niet-kerkgangers werden bezocht. Nee, het waren geen uitvoeringen van de Matthäuspassion van Bach. Want dat die elk jaar zijn duizenden verslaat in kerken en concertzalen is bekend. Het ging in tegendeel om vrij onbekende muziekstukken.

Op Palmzondag werd in de Der Aa-kerk voor ongeveer 200 mensen de "Johannespassy" van Johan Pruiksma uitgevoerd. Koor en solisten zongen de tekst van het lijdensevangelie naar Johannes in het Fries op hedendaagse muziek.

Op tweede Paasdag werd in het Groninger Museum ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling Hel en hemel het "Hellums Paasspel" uitgevoerd. Een stuk uit ± 1200 dat bestaat uit Latijnse, op Gregoriaanse melodieën gezongen, citaten uit de evangelie-berichten over de Paasmorgen: de vrouwen, de engel en het lege graf. Het stuk werd enkele malen achtereen uitgevoerd. In totaal trok het maar liefst 1100 bezoekers, maar het kostte dan ook niets en dat scheelt.

Buiten de kerk

Het raakt je toch, als geregelde kerkganger. Mensen die je normaal met geen stok de kerk inkrijgt, die ademloos naar het evangelie luisteren. Het doet mij vooral goed. De teksten die ons in de kerk bezighouden zijn zo sterk, dat ze ook daarbuiten beluisterd worden. Kennelijk zijn wij in de kerk zo gek nog niet.

Maar dat mensen belangstelling hebben voor bijbelwoorden en liturgische muziek, zolang het maar buiten de kerk is, geeft ook te denken. Wat is er gebeurd met de cultuur en met de kerk en vooral: met de verhouding tussen die twee, dat velen de oude woorden wel willen beluisteren, maar aan de kerk beslist geen boodschap hebben?

Moralisme

Voor een belangrijk deel ligt het denk ik aan een grondige afkeer van christelijk moralisme. En vergis u niet: christelijk moralisme is voor de buitenstaander veel nadrukkelijker en op meer plaatsen aanwezig dan kerkmensen zich realiseren. Want de doorsnee kerkganger weet dan misschien wel dat die malle actie van de evangelist Dorenbos op de brug voor het Groninger Museum niets met de kerk te maken heeft, maar leg aan een buitenstaander maar eens het verschil uit tussen zo'n privé-actie en uitspraken van synodes.

De media hebben daarbij bovendien de neiging om alles wat met godsdienst te maken heeft over één kam te scheren, zodat genante uitspraken van een imam over homo's niet alleen de Islam, maar ook andere godsdiensten in een kwaad daglicht stellen - die doen immers ook vaak moeilijk over dingen waar de rest van de samenleving allang aan gewend is (of meent te zijn)?

Eigen keuzes en verdieping

De moderne, autonome, westerse mens wil zijn eigen keuzes maken en heeft daarbij geen behoefte aan vermanende of belerende vingers vanwege het geloof. Als kind van mijn tijd herken ik dat ook in mezelf. En toch knaagt er ergens in het hoofd of het hart van die moderne mens iets. Want het leven is ook wel wat kaal geworden, zo zonder god of geloof. En de samenleving is er ook bepaald niet vriendelijker op geworden, de laatste tijd. Een leven zonder bezieling, doel of norm voelt leeg en oppervlakkig. Er is in de geseculariseerde cultuur in toenemende mate belangstelling voor godsdienstige zaken. Er komt een einde aan het taboe op religie. De vraag naar de zin van het leven mag weer gesteld worden en dat juich ik toe. Hoe kunnen wij vanuit de kerk reageren op deze hernieuwde belangstelling voor het spirituele?

Kwetsbare zoektocht

Geloof is een kwetsbaar iets. Mensen die (nog of weer) zoeken naar verdieping, naar een zin in het bestaan, zijn kwetsbaar op hun zoektocht. Want het gaat bij geloven haast per definitie over dingen die jezelf te boven gaan, om twijfel en hoop, om geborgenheid en troost. Daarom willen mensen wel als (concert- of tentoonstelling-) publiek kennis nemen van geloofstradities, maar de drempel van de kerk komen zij niet over. Immers in de kerkelijke liturgie (vooral die van de reformatie) wordt van de aanwezigen verwacht dat zij geen publiek zijn, maar medespelers in zang en gebed. Zoekers willen van iets kennisnemen en er eerst het hunne van kunnen denken.

Dat pleit voor een laagdrempelig en informatief aanbod aan kerkelijke activiteiten naast het bestaande. Als de kerk mensen tenminste serieus wil nemen in hun oprechte verlangen en iets voor hen wil betekenen op hun zoektocht. Dat pleit er ook voor dat de kerk grondig afrekent met haar moralisme. Want daarmee loopt zij zoekers voor de voeten. Pas als mensen merken dat de kerk hun hoogst persoonlijke zoektocht respecteert, kan er misschien vertrouwen groeien waardoor iets kwetsbaars als aarzelende spiritualiteit gedeeld kan worden. Want als er iets duidelijk wordt uit recente enquêtes, is het wel dat steeds meer mensen zoeken naar een antwoord op de leegte van een materialistische cultuur en de kilte van een uiteenvallende samenleving.

Debatteren in plaats van moraliseren

Dat wil niet zeggen dat de kerk over belangrijke levensvragen haar mond moet houden. Het evangelie vraagt een zeker commitment en dat is niet zomaar op te geven Het betekent wél dat de kerk in haar bijdrage aan het ethisch en maatschappelijk debat, veel meer dan vroeger, individuele mensen serieus zal moeten nemen. De kerk spreekt in een samenleving van mondige mensen die hun keuzes maken op grond van hun eigen motieven, gevoelens en argumenten. De bijdrage van de kerk zal soms aarzelend en soms meer helder of overtuigd kunnen zijn, naar de mate van de helderheid en de eenheid die haar gegeven is, maar het spreken van de kerk zal altijd óók gekenmerkt moeten zijn door gepaste bescheidenheid.

Een voorbeeld. Het bestuur van de synodes van de Samen op Wegkerken steunde een petitie tegen de nieuw euthanasiewet. Naar mijn mening, nog afgezien van de vraag hoe je over die wet denkt, een kenmerkend voorbeeld van kerkelijk moralisme en dus een gemiste kans. Waarom leverde de kerk geen bijdrage aan het debat over de vragen áchter deze wet? Een inhoudelijke discussie op TV tussen mijn collega's Goorhuis en Marchand over de vragen rond menselijke autonomie, medisch handelen, pastoraat en zingeving was naar mijn overtuiging vele malen waardevoller geweest. Dan had de kerk kunnen laten zien dat zij vanuit haar geloofstraditie een weliswaar verdeelde, maar in elk geval inhoudelijke bijdrage te leveren heeft aan de samenleving. Bovendien had dan kunnen blijken dat we in de kerk - anders dan minister Borst kan opbrengen - wél proberen om in verbondenheid met elkaar te debatteren en elkaar te verstaan, ook als we het niet met elkaar eens zijn.

Slot

Samenvattend pleit ik voor laagdrempelige en informatieve kerkelijke activiteiten, gericht op buitenkerkelijken. Niet om zieltjes te winnen, maar om mensen te helpen bij hun persoonlijke spirituele zoektocht. De traditie waar de kerk van leeft is van zichzelf sterk genoeg om daar ontspannen en open mee om te kunnen gaan.

Ook pleit ik voor een brede kerkelijke bijdrage aan het morele maatschappelijke debat. Niet vanuit één christelijk gelijk, maar vanuit de veelkleurigheid die de kerken kenmerkt. Ons geloof zal eerder kunnen blijken uit het respect waarmee we met elkaar omgaan dan uit de ene mening die niet anders dan een slap compromis kan zijn.