HET KRUISTEKEN

Onderstaande teksten werden afgedrukt in het wijkbericht van De Fontein in Kerk in Stad.

I - jaargang 6 nummer 15 - 29 juli 2005

HET KRUISTEKEN

Sinds kort besluit ik de zegen aan het eind van de kerkdienst met het kruisteken. Als u zich afvraagt waarom hoop ik dat onderstaand artikeltje wat achtergronden en antwoorden geeft bij die keuze.

Overigens: wie wel eens in een andere kerk komt dan een Protestantse (d.w.z. Hervormde of Gereformeerde), zal bekend zijn met het kruisteken. Want het gebaar wordt door vrijwel de hele christenheid gebruikt. Door Lutheranen in Nederland en net over de grens in Duitsland, door Anglicanen in Engeland, door Rooms Katholieken en Oosters Orthodoxen wereldwijd. Alleen in de Calvinistische en daaraan verwante tradities raakte het kruisteken in onbruik.

Tijdens mijn verblijf in het Midden-Oosten in 1999 en vorig jaar ben ik me van die uitzonderingspositie weer extra bewust geworden. Daarom ben ik blij dat het Dienstboek (een proeve) van de Protestantse Kerk in Nederland het kruisteken in een aantal orden van dienst weer als mogelijkheid aanreikt (zie deel 2, blz. 48).

Het kruis speelt in de christelijke kerk overigens op vrijwel elk terrein en ook in elke confessionele traditie een grote rol. Tot op de dag van vandaag worden er kruiskerken gebouwd: kerken in de vorm van een Grieks of Latijns kruis. Ook in de christelijke symboliek komt het kruis veelvuldig voor. Veel christenen dragen een kruisje om de hals en in De Fontein hangt een kruis aan de wand achter de Avondmaalstafel. Het kruisteken zelf hebben alle kerken en christenen gemeenschappelijk, alleen wat het gebaar betreft wijken wij Calvinisten wat af.

Woord…
Eerst iets over de bewoording van de zegen. De meeste tradities gebruiken de tekst:

Zegene u de almachtige God, Vader, Zoon en heilige Geest.

Het was Luther die een andere keus maakte. Onder het motto: “Terug naar de bijbel” wilde hij de kerkdienst besluiten met een bijbeltekst. In de praktijk zijn er drie gangbaar geworden. De zegen van Aäron (Numeri 6: 24-26)

De Heer zegene u en behoede u
De Heer doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig

De Heer verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede

 

De zegenbede van Paulus uit 2 Kor 13: 13

De genade van onze Heer, Jezus Christus en de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen

 en Paulus’ bede uit Fil 4:7

De vrede Gods, die alle verstand te boven gaat zal uw harten en uw zinnen bewaren in Jezus Christus onze Heer.

… en gebaar
Bij de zegen horen in de kerkelijke traditie steevast ook gebaren. Degene die de zegen uitspreekt heft de handen omhoog (vgl. Lev. 9: 22 en Luc. 24:50). Met handpalmen omlaag als bij de handoplegging, of met de handpalmen omhoog als in een gebed. Degenen die de zegen ontvangen staan zo mogelijk. Een oud gebruik (zonder dat het een wet moet zijn) is dat zij de voorganger niet aankijken. Er gebeurt iets heiligs, men buigt het hoofd.

Soms wordt niet de hele gemeente, maar een individu gezegend. Bij voorbeeld bij ziekte, doop of belijdenis, bevestiging in een ambt of inzegening van een huwelijk. Dan wordt een hand (of de handen) opgelegd en degene die de zegen ontvangt is zo mogelijk meestal geknield.

En bij de zegen kan als gebaar dus het kruisteken worden gemaakt. Het teken bij uitstek dat de gezegende in alle dingen die komen mag staan onder de hoede van onze Heer Jezus Christus. Het woord zegen is zelfs afgeleid van het Latijnse woord signum dat teken betekent. Het kruisteken is dus vanouds sterk met de zegen verbonden, of het nu gaat om de Oosterse, de RK, de Anglicaanse of de Lutherse traditie. Voor mijzelf vind ik het moment aangebroken om op dit gebied een eind te maken aan de uitzonderingspositie die ik als Calvinist lang heb ingenomen en me aan te sluiten bij de Kerk van alle tijden en plaatsen. Natuurlijk zit dat niet in een gebaar, maar gebaren kunnen wel helpen om de eenheid gestalte te geven en te beleven.

II - jaargang 6 nummer 16 - 19 augustus 2005

Woorden en gebaren in de eredienst
In het vorige nummer van Kerk in Stad gaf ik wat overwegingen bij het feit dat ik sedert kort de zegen besluit met het kruisteken. In dit stukje nog enkele achtergronden en gedachten bij woorden en gebaren die in de eredienst gebruikelijk waren, zijn of in de loop van de tijd zijn geworden.

votum…
De kerkdienst van mijn jeugd begon met votum en groet. Het votum (letterlijk: belofte) is een formule waarmee een samenkomst aan het begin wordt toegewijd aan God.

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest

Tegenwoordig klinkt in veel protestantse gemeenten een ander votum. Het votum van mijn jeugd wordt nog wel steeds gebruikt in de RK, de Oosters Orthodoxe, de Anglicaanse en de Lutherse eredienst. Veelal maken voorganger en kerkgangers er het kruisteken bij, het teken dat men zichzelf stelt onder de hoede van Christus. In de Calvinistische traditie is het votum meestal verdrongen door het “onze hulp”. Tegelijk werd het kruisteken achterwege gelaten. Al dan niet in beurtspraak klinkt Psalm 124: 8

Onze hulp is in de Naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft

al dan niet uitgebreid met zinnen uit Psalm 138 en 146
die trouw houdt tot in eeuwigheid en niet laat varen de werken van zijn handen

.. en groet
Naast het votum is er de groet - soms voor, soms na het votum uitgesproken. Soms helemaal aan het begin van de dienst en soms pas bij het begin van de dienst van de Schriften. De groet wordt meestal opnieuw gewisseld aan het begin van de Tafelviering. Met de groet vertrouwen voorganger en gemeente elkaar toe aan God bij wat komen gaat: de hele kerkdienst, de dienst van het Woord of de dienst van de Tafel. Immers de voor­ganger weet: als de Heer niet bij de gemeente is, komt er nooit iets 'over'. En de gemeente weet: als de Heer niet bij de voorganger is, dan kan hij of zij maar beter niet eens beginnen aan zijn eenzame taak. De tekst van de groet wordt vaak genomen uit de brieven van Paulus:

Genade zij u en vrede van God onze Vader
en van de Here Jezus Christus

Soms nog gevolgd door de woorden:
in de gemeenschap van de Heilige Geest

Die laatste woorden zijn bij Paulus nergens te vinden, maar men had kennelijk de behoefte om de hele Drie-eenheid aan bod te laten komen. Opmerkelijk, want bij het votum is die steeds meer achterwege gebleven. Tegenwoordig wordt de groet vaak in beurtspraak gewisseld tussen voorganger en gemeente:

De Heer zij met U
Ook met u zij de Heer.

preek
Ook rond de preek kennen veel kerkelijke tradities de gewoonte om het gesprokene aan God toe te wijden en onder de hoede van Christus te stellen. In de Oosterse, de RK, de Lutherse en de Anglicaanse traditie begint of besluit de voorganger de preek met de woorden

In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest

Ook hierbij wordt meestal het kruisteken gemaakt. Ik zelf heb de gewoonte om de preek met deze woorden te besluiten.

amen
Met dit woord wordt in de eredienst veel besloten: gebeden, de preek, de zegen.

In protestantse kring is het slechts bij de zegen gebruik (geworden) om het amen door de gemeente te laten zeggen of zingen. Weer moet worden gezegd dat we daarin de uitzondering zijn. Het woord amen hoort niet thuis in de mond van de voorganger, maar in die van de gemeente. Gelukkig is er op dit punt een kentering waar te nemen: wanneer een gebed (vaak een drempelgebed) in een orde van dienst staat afgedrukt, wordt het amen steevast door de gemeente gesproken. En als de voorbeden besloten worden met het “Onze Vader” is het laatste amen ook aan de gemeente. En daar hoort het ook thuis. Met dit woord be-amen de aanwezigen het gesprokene: een gebed, een overweging bij een bijbelgedeelte of de zegen. Goed bezien is het zelfs vreemd als de voorganger zelf preek of gebed met het woord amen besluit. Hij/zij gaat dan eigenlijk op de stoel van de kerkganger zitten.

Ook bij het ontvangen van brood en wijn zeggen velen amen. Het is een goede manier om de persoonlijke betrokkenheid bij wat gebeurd en wordt gezegd tot uitdrukking te brengen. Bovendien klinkt het stijlvoller dan ‘dank u wel’

ds Ynte de Groot