HOLLANDS DAGBOEK

 

HOLLANDS DAGBOEK (uit: NRC 24 juli 1999)

Ynte de Groot (45) werkte als hervormd predikant in Assen, Warffum en sinds 1996 in Groningen. Hij brengt nu zijn studieverlof door in een syrisch-orthodox klooster in het zuidoosten van Turkije. Hij woont samen met zijn vriend Douwe-Anne.

Olie. Meteen bij het ontwaken ruik ik een sterke olielucht. De dikke muren van mijn kamer houden de warmte redelijk buiten, maar de olielucht hangt overal. Onder het tandenpoetsen besluit ik dat het van het aggregaat moet komen. Na het morgengebed - eerder spreekt men hier niet met elkaar - blijkt dat de anderen het erop houden dat er iets is met de pijpleiding. Die loopt hier een kilometer of acht vandaan en is geregeld doelwit van aanslagen.

Gisteren kwam ik hier terug na een bezoek aan het noorden van Syrië. 'Hier' is het syrisch-orthodoxe klooster Mor Gabriel bij Midyat, in het zuidoosten van Turkije. Ik breng er een deel van mijn studieverlof door, dat als onderwerp een oeroude groep christenen hier heeft, de syriani. Het weerzien was hartelijk. De aartsbisschop bromde in zijn baard, malfono (leraar) Isa lachte breed en een paar studenten kwamen eerbiedig mijn hand kussen - een gebaar waardoor ik me inmiddels niet meer opgelaten voel.

Vandaag rust ik uit, lees en praat wat bij. Het klooster is een dorpsgemeenschap van een kleine zeventig bewoners en ik voel me er wel thuis. Ik mail Douwe-Anne, maar zeg hem onze moeders maar niet van de olielucht te vertellen.

Donderdag

Vandaag een paar dorpen bezocht. David, één van de 'buitenlandse' studenten in het klooster, vroeg me met hem mee te gaan naar het dorp van zijn familie. Ik aarzelde, want de afgelopen tijd bezocht ik veel dorpen en wat ik daar zag en hoorde deprimeerde me. Van de meer dan vijftig christelijke dorpen van twintig jaar terug zijn er nog achttien over. Tientallen dorpen werden op last van het leger geëvacueerd of verwoest, of overgedragen aan gewapende Koerdische dorpswachten. Uit de andere dorpen vluchtten de christenen voor het geweld van de islamitische buren. Het aantal syriani liep terug van 50.000 naar 2.500 personen, minder dan mijn wijkgemeente in Groningen telt. Een geruisloze etnische zuivering op het territoir van een NAVO bondgenoot.

David is zeventien, geboren in Zweden en een paar maanden hier om zich te verdiepen in de taal en de traditie van de syriani. Die koesteren in het dagelijks leven en in de liturgie het Aramees, de taal die Jezus sprak. Het ontroert me dat een joch van zijn leeftijd, met uiteraard voetbal als grote hobby, een paar maanden aan zoiets besteedt.

Eerst langs Anhil. Hier woonden moslims en christenen vanouds vreedzaam samen, maar na de Golfoorlog werd alles anders. In drie jaar tijd werden er 'zomaar' negen christenen vermoord. Daders zijn nooit gevonden en de vraag is of er ooit is gezocht. De meeste christenen trokken weg, bang voor wat er nog meer zou kunnen gebeuren. Het dorp is nu bijna helemaal islamitisch. De jongste van de achttien achterblijvers is 62. Hij gelooft dat God hem beschermen zal. Maar als hij even met ons meeloopt sluit hij zijn huis met een groot hangslot af.

Via Arnas - in 1992 werd de laatste christelijke familie hier vermoord - komen we bij Kafro Tachtoyto, het dorp van David. Het ligt vlakbij een pompstation in een belangrijke olieleiding uit Irak en een transformatorstation. Een kwetsbaar punt. Gisteravond hoorden we dat de olielucht van gistermorgen inderdaad het gevolg was van een aanslag van de PKK. Ondanks de maatregelen van het leger: eerst werden de wijngaarden rond het dorp gerooid en in 1994 werd het dorp zelf ontruimd en verwoest. Niemand kan zich er nog verbergen. We mogen er niet uitstappen. David maakt vanuit de auto een paar foto's van wat ooit het huis van zijn grootvader was. Stil rijden we terug naar het klooster.

Vrijdag

Vanmorgen de bus met de scholieren uitgezwaaid. Sinds de tachtiger jaren zijn de scholen van de syriani gesloten. Zij zijn niet erkend als godsdienstige of etnische minderheid. Na eeuwen zijn de leerlingen van het klooster nu verplicht de 'gewone' Turkse school in Midyat te bezoeken. In de praktijk islamitisch onderwijs met sterk nationalistische trekken. Op school is het alles Turkije wat de klok slaat: Turkse taal, Turkse geschiedenis, Turkse geografie en Turkse economie. De wereld en de geschiedenis houden er op bij de grenzen van Turkije.

De aartsbisschop, Samuel Aktas, was weer veel op de bouw vandaag. Met opgeschorte pij en een geknoopte zakdoek over zijn zwarte geborduurde monnikskapje houdt hij persoonlijk toezicht. Twee jaar geleden legde de provincie de bouw van de nieuwe gastenverblijven opeens stil en die bouwstop werd onlangs opgeheven. De bisschop zet er nu vaart achter vóór er weer iets tussenkomt. Een hoekige man die delegeren moeilijk vindt. Maar ik bewonder hem om zijn kracht en visie. De gastenverblijven zijn nodig voor het toenemend aantal syriani uit Europa dat op bezoek komt. Door hun vertrek nam de betekenis van het klooster voor de regio af, maar voor geloofsgenoten uit Europa wordt het steeds meer een oriëntatiepunt. Een ambtenaar van de provincie zei vorige maand tegen een (islamitische) bouwvakker: "Werk maar goed door, op een dag is dit allemaal van ons." Ik hoop dat er hier sterke mensen als de aartsbisschop blijven, zodat die dag niet komt.

Zaterdag

Vandaag was het druk met (Turkse) dagjesmensen. Zij krijgen de standaardrondleiding. Langs de kerk (4e/5e eeuw) en de kloostercel van Mor Gabriel, de heilige waaraan het klooster zijn naam ontleent. Ook een achthoekige overkoepelde ruimte (6e eeuw) zit in de rondleiding. Ik heb er kinderlijk plezier in dat ik via een minideurtje in mijn kamer als enige hoog in de koepel kan komen.

Sommige ruimten deden tijdens de Golfoorlog dienst als schuilkelder. Er lagen toen ook tonnen hulpgoederen voor vluchtelingen uit Irak. In een kapel maakte een Irakese vluchteling een paar grote muurschilderingen.

De meeste bezoekers waren na een halfuurtje weer weg. Een paar wilden perse een non zien en werden nijdig dat die niet op commando tentoongesteld werd. Met een groepje leraren leuk en informatief gepraat. Met de meeste bezoekers komt het niet zover. De absoluutheid waarmee de koran als onfeilbaar en letterlijk woord van God wordt geponeerd lijkt op die van Amerikaanse evangelicals en blokkeert ieder gesprek.

Zondag

Vijf uur. Net als elke morgen word ik wakker van het klokje voor het morgengebed. De getijden structureren hier de dag: bij zonsopgang, om twaalf uur en om zes uur komt de gemeenschap bijeen in de kerk. Op zondag begint het met voorbereidende gebeden. Na ongeveer een uur gaat de dienst over in de eucharistieviering. Het geheel duurt een uur of drie. Als geordend geestelijke ben ik welkom in het koor, dat is voorbehouden aan priesters en diakenen. Ik krijg een brokaten stola omgehangen over mijn stemmige, maar daagse kleren. Eeuwen debat over apostolische successie en ambt komen even op de achtergrond.

De viering kenmerkt zich door een mengeling van verheven ernst en ontspannen vanzelfsprekendheid. In een evenwicht dat ons als protestanten vaak ontbreekt. Bij ons wordt het snel plechtstatig óf juist banaal. Maar na ruim twee maanden begin ik de preek wel wat te missen. Met alleen vaste formuleringen kom ik op den duur niet uit.

Inmiddels is de onwennigheid verdwenen. Hoewel rechtgeaard protestant bekruis ik mij herhaaldelijk en neig ik zonder geveinsde devotie het hoofd als ik bewierookt word. Op het moment dat het mijn beurt is om het evangelieboek en de crucifix van de aartsbisschop te kussen doe ik dat met vrijmoedigheid.

Na het middaggebed de maaltijd in de refter. Een lange ruimte met twee evenwijdige smalle stenen tafels langs de wanden met banken aan weerszijden. Tegen de achterwand een kleinere tafel voor de monniken. Ik heb een plaats aan het eind van een van de lange tafels. Op dezelfde plaats aan de andere kant zit de aartsdeken, dus dat zit wel goed. Voor ieder staan er blikken schotels klaar: vandaag één met een mengsel van gierst, groenten en stukjes brood en één met verse yoghurt. Erbij een beker koel water. Ruim voor iedereen zit begint broeder Toma aan het hoofd van de tafel luidop te bidden. Wie al gezeten is bidt mee, de anderen blijven staande bidden en haasten zich na het amen naar hun plaats. Dan is het een tijdje stil en eet iedereen in een adembenemend tempo.

Vanmiddag voetbal. Een team uit Midyat tegen de oudere studenten. Fanatiek spel, 4-4. Het belangrijkste verzetje van de week. Verder werken de studenten hard. Naast de middelbare school in Midyat en de lessen in liturgie en Aramees in het klooster is er corvee. En de getijden in de kerk vragen gemiddeld tweeëneenhalf uur per dag.

Maandag

Vandaag een lome leesdag. Tussen door bijgeslapen: het dagelijkse vroege opstaan voor de liturgie is veeleisend, merk ik. Ben blij met mijn kamer in het oudste deel van het klooster. Zonder eigen voorzieningen, maar wel met spannende deurtjes, stilte, een tongewelf en koele dikke muren.

Vanmiddag kwam een muchtar (burgemeester) op bezoek. Je ziet zijn dorp vanaf het hoogste terras van het klooster net liggen. Een Koerd van een jaar of vijftig. We praatten een tijdje. Hij is naast muchtar ook dorpswacht: semi-militair, bewapend met een afgedankt legergeweer. Dorpswachten moeten als verlengstuk van het leger een dorp PKK-vrij houden. Twee jaar geleden werd hij geworven, samen met andere Koerdische dorpelingen. De christenen weigerden en werden weggestuurd. Een jaar geleden liep zijn zoon in een hinderlaag en werd doodgeschoten. Daarop leverden de meeste mannen hun geweer weer in, waarop ook zij (met hun families) werden weggestuurd. Neutrale bewoners worden hier niet geduld. Zo dwingt het Turkse leger burgers partij te kiezen in zijn eigen conflict. De muchtar loopt sindsdien wat met zijn ziel onder de arm. De monniken ontvangen hem als zij tijd hebben, want niemand wordt geweigerd en zij weten dat ook hij in de klem zit. Als ik een foto van hem zal maken moffelt hij wat opgelaten de patroonhulzen weg onder zijn colbert.

Dinsdag

Kon vanmiddag meerijden naar het klooster Mor Melke, nabij de grens met SyriŽ. Was er eerder en ben benieuwd of er al water is. Onderweg de zoveelste militaire controlepost. De loop van een tank wees de bergen in. Onze paspoorten werden ingenomen, maar we mochten door. Yusuf de chauffeur woont in het dorp vlakbij en de soldaten kennen hem wel. Het boren naar water is gestopt. Men ging tot 350 meter diep en toen was het geld op. Het dorp tweeŽneenhalve kilometer verderop heeft wel water. De abt overweegt nu een leiding, maar zoekt nog naar geld. Vanaf een beschaduwd terras is er een prachtig uitzicht op een bergrug. Daarachter begint de vlakte waar Turkije overgaat in SyriŽ. De grens daar is even grimmig als destijds de grens tussen Oost- en West-Europa: prikkeldraad, wachttorens en niemandsland met landmijnen. Turkije en SyriŽ hebben een slepend conflict over grondgebied en Turkije bouwde stuwdammen in de Eufraat en de Tigris, zodat er minder water naar SyriŽ stroomt. Bovendien beschuldigt Turkije SyriŽ er (niet zonder reden) van de PKK te steunen. Yusuf rijdt hard op de terugreis. Het leger sluit de wegen van en naar Midyat rond zes uur en hij wil wel graag thuis slapen. Woensdag 21 juli Bewolking in het westen bleek rook te zijn. Toen de wind draaide prikte die in neus en ogen. Soms gaat het weken achtereen zo door. Het leger brandt bebost gebied, bouwland en wijngaarden kaal om de PKK dekking te ontnemen. Cynisch genoeg werd de PKK er in het proces tegen ÷calan van beschuldigd in het westen van het land een bosbrand te hebben aangestoken. Hier brandt het land al vijf jaar achtereen elke zomer. Het nieuws van vandaag: Cemil Aytac, de leider van de PKK in Europa, is tijdens zijn vakantie in Slowakije gearresteerd en overgebracht naar Ankara en bij BingŲl schoot de PKK elf Turkse soldaten dood. Wanneer zouden ze eindelijk eens met elkaar gaan praten hier? Voor het laatst gemaild naar Douwe-Anne. Overmorgen haal ik hem in Diyarbakir van het vliegveld. Ik verlang naar het weerzien.