Jozef

Zij zal een zoon baren en gij hult Hem de naam Jezus geven. (Mattheüs 1: 21)

Op oude fresco’s over Kerst hangt Jozef er altijd maar wat bij. Meestal zit hij ergens buiten met de rug naar stal of grot. Soms ligt hij ergens in een hoekje te slapen. Dit alles om te onderstrepen dat Jozef met het kind niets te maken heeft. "Hier handelt God en dús staat de mens buiten spel" lijken de fresco's te zeggen.

Wij kunnen ons in Jozef her­ken­nen. Soms zien wij ons­zelf eerder als toeschou­wers dan als mede­spelers: bij wat er in de wereld en in de samenleving alle­maal gebeurt. Soms kan je je zelfs toeschouwer voelen bij je eigen leven: een speelbal van wat je overkomt.

Mattheüs geeft Jozef wél een eigen plaats. Zijn kerstevangelie gaat niet over de stal of de her­ders, maar over Jozef. Hij thematiseert in Jozef de vraag hoe het handelen van God en dat van de mensen zich tot elkaar verhouden. Treffend is b.v. het ‘geslachtsregister’ van Jezus in Mattheüs 1. Het komt bij Jezus uit via Jozef, die er dus tege­lijk ook weer buiten staat. Het staat er zo: "Jakob verwek­te Jozef, de man van Maria uit wie Jezus geboren is, die Christus ge­noemd wordt".

Nu is in de geschiedenis van de kerk het accent eenzijdig gelegd op de kant van God. Die is onderstreept door wat de 'maagdelijke geboorte' is gaan heten. De gedachte is ontleend aan Mattheüs die vertelt dat Maria zwanger blijkt uit de heilige Geest. Hij citeert daarbij een tekst uit Jesaja over Immanuël. Nu wordt in het Hebreeuws de moeder van Immanuël 'alma' genoemd, 'jonge vrouw'. Maar het woord is in de Griekse vertaling die Mattheüs gebruikte vertaald met 'parthenos'. En dat betekent 'maagd'. Strikt genomen is de maagd dus door een aanvechtbare vertaling de bijbel binnengekomen en zo in de leer van de kerk beland.

Dit is problematisch voor zover het mensen het moeilijk heeft gemaakt om te geloven. Niet iedereen kan iets aannemen dat niet te rijmen valt met het gezonde verstand. Maar verder heb ik eerlijk gezegd niet zoveel tegen het leerstuk van de maagdelijke geboorte. Niet als 'biologisch feit' dus, maar als statement. De wereld wordt niet ver­nieuwd door de potentie van Jozef, maar door de kracht van de heilige Geest.

Als Maria zwanger blijkt uit de Heilige Geest voelt Jozef zich klein. Hij wil van Maria scheiden om eerbiedig ruimte te maken voor God. Een droom vertelt hem echter wat zijn rol is in de ge­schiedenis. Het feit dat God het initiatief heeft maakt mensen niet overbodig. Jozef staat niet aan de oorsprong van deze nieuwe schep­ping, maar hij staat straks wel aan de wieg ervan. Hij moet het Kind zijn naam geven. Door hem wordt het Kind van Maria een zoon van David. Zoals Adam in het paradijs een naam gaf aan al wat leefde, zo zin en samenhang in de schep­ping bloot­legde, zo moet Jozef het Kind van Maria zijn naam geven. Het geheim van zijn leven onder woorden brengen: die naam is Je­zus: de Heer redt.

Mensen staan niet aan de oorsprong van het heil. Zij kunnen de hemel niet op aarde brengen. Met Kerst kunnen we wel onder ogen zien dat in het woord en werk van Jezus iets van Godswege op aarde gestalte kreeg. Net als Jozef kunnen we dat nieuwe aanvaarden, een plaats geven in ons leven, in onze samenleving. Wij kunnen de nieuwe inzet van Godswege bij de naam noemen: Je­zus, de Heer redt. Een naam als een belofte die erom vraagt om door ons geleefd te worden voor de mensen om ons heen.

ds Ynte de Groot