Jozef

Zij zal een zoon baren en gij hult Hem de naam Jezus geven. (Mattheüs 1: 21)

Op veel oude afbeeldingen over Kerst hangt Jozef er maar wat bij. Soms zit hij ergens buiten met de rug naar stal of grot. Soms ligt hij ergens in een hoekje te slapen. Deze afzijdigheid van Jozef is natuurlijk geen toeval. Het wil onderstrepen dat Jozef met het kind niets te maken heeft. "Hier handelt God en dús staat de mens buiten spel" lijken de afbeeldingen te zeggen.

Wij kunnen ons in Jozef herkennen. Soms zien wij onszelf eerder als toeschouwers dan als medespelers: bij wat er in de wereld en in de samenleving allemaal gebeurt. Soms kan je je zelfs toeschouwer voelen bij je eigen leven: een speelbal van wat je overkomt.

Zo is het ook op deze afbeelding. Het is een fresco van de Italiaanse kunstenaar Giotto, geschilderd tussen 1304 en 1306 en te zien in de Cappella Scrovegni in Padua. Op de afbeelding staan Maria en het Kind centraal. De andere figuren - engelen en herders, een onbekende vrouw, de os en de ezel, een kluitje schapen - allemaal richten zij zich naar het Kind. Behalve Jozef. Hij zit afgewend met zijn rug naar het hele gebeuren toe. Hij is afgebeeld met zijn hand aan de wang. Dat is vanouds het symbool van overpeinzing of van verdriet. Overweldigd door de gebeurtenissen denkt Jozef na.

De evangelist Mattheüs geeft Jozef wel een heel eigen plaats rond de geboorte van het Kind. Zijn kerstevangelie gaat niet over de stal of de herders, maar over Jozef. Hij thematiseert in Jozef de vraag hoe het handelen van God en dat van de mensen zich tot elkaar verhouden. Treffend is b.v. het ‘geslachtsregister’ van Jezus in Mattheüs 1. Het komt bij Jezus uit via Jozef, die er dus tegelijk ook weer buiten staat. Het staat er zo: "Jakob verwekte Jozef, de man van Maria uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt".

Nu is in de geschiedenis van de kerk het accent vaak eenzijdig gelegd op de kant van God. Die is onderstreept door wat de 'maagdelijke geboorte' is gaan heten. De gedachte is ontleend aan Mattheüs die vertelt dat Maria zwanger blijkt uit de heilige Geest. Hij citeert daarbij een tekst uit Jesaja over Immanuël. Nu wordt in het Hebreeuws de moeder van Immanuël 'alma' genoemd, 'jonge vrouw'. Maar het woord is in de Griekse vertaling die Mattheüs gebruikte vertaald met 'parthenos'. En dat betekent 'maagd'. Strikt genomen is de maagd dus door een aanvechtbare vertaling de bijbel binnengekomen en zo in de leer van de kerk beland.

Dit is problematisch voor zover het mensen het moeilijk heeft gemaakt om te geloven. Niet iedereen kan iets aannemen dat niet te rijmen valt met het gezonde verstand. Maar verder heb ik eerlijk gezegd niet zoveel tegen het leerstuk van de maagdelijke geboorte. Niet als 'biologisch feit' dus, maar als statement. De wereld wordt niet vernieuwd door de potentie van Jozef, maar door de kracht van de heilige Geest.

Als Maria zwanger blijkt uit de Heilige Geest voelt Jozef zich klein. Hij wil in stilte van Maria scheiden om eerbiedig ruimte te maken voor God. Deze episode is gevangen in de afbeelding hierboven. Het is een fresco van een anonieme kunstenaar van rond het jaar 1400. De schilder heeft het muurvlak verdeeld in twee helften. Rechts Maria op een vorstelijke stoel, links Jozef, in halfliggende houding van Maria afgewend, terwijl hij door de engel wordt toegesproken. Zowel Jozef als Maria zien er op de afbeelding tamelijk zorgelijk uit. Beiden zijn overweldigd door wat er te gebeuren staat, beiden overpeinzen wat hen te wachten en te doen staat.

De houding van Jozef suggereert dat hij slaapt, maar zijn ogen zijn open. Hij piekert, omdat – aldus de evangelist – hij er over denkt van Maria te scheiden. Boven Jozef daalt de engel vanuit de hemel af, de rechterhand vooruit gestoken, alsof hij zo dadelijk Jozef op de schouder zal tikken om zijn aandacht trekken en hem uit zijn slapende, afgewende houding te halen. De twee vingers van de engel maken het gebaar dat eigenlijk aan God of Jezus is voorbehouden: het gebaar van zegen en goddelijk onderricht. In dat gebaar liggen de woorden besloten die de engel zal spreken: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria tot je te nemen…”

Het evangelieverhaal van Mattheüs maakt duidelijk dat het feit dat God het initiatief heeft mensen niet overbodig maakt. Jozef staat weliswaar niet aan de oorsprong van deze nieuwe schepping, maar hij staat straks wel aan de wieg ervan. Hij moet het Kind zijn naam geven. Door hem wordt het Kind van Maria een zoon van David. Zoals Adam in het paradijs een naam gaf aan al wat leefde, zo zin en samenhang in de schepping blootlegde, zo moet Jozef het Kind van Maria zijn naam geven. Het geheim van zijn leven onder woorden brengen: die naam is Jezus: de Heer redt.

Ik vind het een inspirerende en bemoedigende kerstgedachte: Wij staan niet aan de oorsprong van het heil. Wij kunnen de hemel niet op aarde brengen. Maar met Kerst kunnen we wel onder ogen zien dat in het woord en werk van Jezus iets van Godswege op aarde gestalte kreeg. Net als Jozef kunnen we dat nieuwe aanvaarden, een plaats geven in ons leven, in onze samenleving. Wij kunnen de nieuwe inzet van Godswege bij de naam noemen: Jezus, de Heer redt. Een naam als een belofte die erom vraagt om door ons geleefd te worden voor de mensen om ons heen.