Het evangelie van Judas

De publicatie van het evangelie van Judas – nu bijna een jaar geleden - heeft veel aandacht getrokken. Dat het geschrift bestond was al eeuwen bekend, maar over de inhoud was alleen informatie uit de tweede hand beschikbaar, bij oude schrijvers die er kritiek op uitoefenden. Bisschop Irenaeus van Lyon noemde het evangelie van Judas al in de 2e eeuw. Het is dus bijzonder dat het boekje zelf nu is gepubliceerd. Het werd overigens al in 1970 in Egypte gevonden bij een illegale opgraving. Het gaat om een koptische tekst uit de 4e of 5e eeuw. De tekst moet oorspronkelijk in het Grieks zijn geschreven, net als alle andere koptische gnostische geschriften, maar er is geen Griekse versie of fragment bekend. De conditie waarin het boekje verkeerde was erbarmelijk: de bladen zitten vol gaten, zodat hele stukken tekst ontbreken. Toch is uit wat is overgebleven een goede indruk te krijgen van het gedachtegoed van de schrijver.

Het boekje vertelt van ontmoetingen die Judas heeft met Jezus in de tijd voorafgaande aan de lijdensweek. Dat wat de traditie ingegaan is als het verraad van Judas wordt in dit geschrift gezien als een daad van groot, maar onbegrepen geloof: Judas verraad Jezus niet, maar offert ‘de mens die Hem draagt’. Door de aardse Jezus over te leveren aan de overpriesters, wordt de weg vrijgemaakt voor de hemelse Jezus. Het gaat om een onmiskenbaar gnostisch geschrift. Simpel gezegd: het staat in de traditie die de lezer deelgenoot wil maken van een geheime, innerlijke kennis, die bij wil dragen aan de verlossing van de goddelijke kern van de mens uit dit tijdelijke en stoffelijke bestaan.

Ik bekeek twee Nederlandse uitgaven van het geschrift. Die van prof dr J van Oort, kerkhistoricus te Utrecht, en die van dr Jacques van der Vliet, kenner van de Egyptische (koptische) gnostiek te Leiden. Beiden geven een uitstekende inleiding op en vertaling van het geschrift. Maar er blijkt wel dat er uiteenlopende ‘scholen’ en opvattingen zijn wat dit type geschriften betreft. Van Oort houdt de mogelijkheid open dat er in het evangelie van Judas materiaal is overgeleverd dat werkelijk op Jezus terug te voeren is. Van der Vliet stelt nuchter vast dat het met dit geschrift wel net zo zal gaan als met ‘…uitspraken van het Evangelie van Thomas, die voor sommigen als Gods eigen woord gelden, maar voor anderen als gnostische humbug.’ Mij persoonlijk bevalt de nuchtere toon van Van der Vliet het best. Maar de prachtige foto’s en de overzichtelijke opmaak van de vertaling nemen me weer in voor de uitgave van Van Oort.

ds Ynte de Groot

besproken:

Prof. dr. J. van Oort, Het evangelie van Judas

Ten Have 2006, ISBN 90 259 5725 0

Dr. Jacques van der Vliet, Het evangelie van Judas, Verrader of bevrijder?

Servire 2006, ISBN 90 215 8406 9