Laatste dingen

"Voorwaar, Ik zeg U, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt." (Mattheüs 24: 34)

De vroege kerk leefde in de verwachting dat de Heer spoedig zou terugkomen. Zijn wederkomst zou spoedig een einde maken aan al het oude en een nieuwe werkelijkheid doen aanbreken. Weliswaar door crises heen, maar het perspectief was iets om naar uit te zien. Ook Jezus verwachtte een spoedige ingrijpende wending. Daarvan getuigt een tekst als hierboven geciteerd.

We weten: het is allemaal anders gelopen. De oorlogen, aardbevingen en hongersnoden van de eindtijd zijn gekomen. Maar de nieuwe werkelijkheid van God bleef uit. Nu kun je al die bijbelteksten over de 'Laatste Dingen' met een schouderophalen naast je neerleggen. Kennelijk berustte het allemaal op een misverstand. Net als bijbelteksten die veronder­stellen dat de zon om de aarde draait op misverstanden berusten. Veel gelovigen doen dit en 'verbouwen' de toekomst van God tot hiernamaals. Gods koninkrijk is in hun beleving niet meer iets van de aarde en de geschiedenis, maar het is een hemelse werkelijkheid boven en na het aardse leven.

Er is ook een andere mogelijkheid, die mij meer aanspreekt. De evangelisten die ons de woorden over de 'Laatste Dingen' doorgaven waren al geen tijdgenoten meer van Jezus. Tot dan toe leefde de gemeente met de mondelinge overlevering. Het uitblijven van de wederkomst was een van de voornaam­ste redenen om dingen op te gaan schrijven. Dus toen Mattheüs de woorden van Jezus boven dit stukje opschreef, deed hij dat in de wetenschap dat 'dit geslacht', de generatie van tijdgenoten van Jezus, al vrijwel was uitgestorven.

Mattheüs zag het kennelijk als zijn taak om de verwachting van een spoedige wederkomst om te buigen tot iets houdbaars, tot iets dat het langer uithield. Dat het weliswaar allemaal heel ánders loopt met de geschiedenis dan Jezus en de eerste generatie christenen gedacht hadden, maar dat dit geen afbreuk doet aan het perspectief dat het evangelie biedt. Dat dit ook niet in mindering komt op de dringendheid van het appel dat het evangelie doet.

Door de steeds weerkerende oproep in het evangelie naar Mattheüs "Waakt dan!" wordt de gemeente ervan doordrongen dat verwachten iets anders is dan afwachten. Okke Jager typeerde dat afwachten ooit treffend. Hij zei dat veel mensen wachten op de komst van Gods koninkrijk zoals reizigers wachten op een trein die vertraging heeft. Je drentelt wat heen en weer op het perron... Maar als je al 2000 jaar op het perron staat, moet je onder ogen zien “hier rijden geen treinen”. Anders gezegd: wie afwacht wacht tevergeefs en verdoet zijn tijd.

Mattheüs wil aansporen om te verwachten: ervan uitgaan dat er nog iets komt, en dáár het handelen door laten bepalen, dáár in je doen en laten rekening mee houden. Leven uit de overtuiging dat deze werkelijkheid met al zijn verdriet en onrecht niet het láátste is. Leven vanuít de toekomst die is beloofd en op die toekomst vooruitgrijpen. Als Mattheüs het heeft over de "Laatste Dingen" dan doelt hij niet op dingen die later zullen gebeuren maar op de dingen die er in laatste instantie toe doén en die dáárom ons handelen nú willen sturen. Het zijn de dingen waar het met het oog op Gods toekomst werkelijk op aankomt in het leven.

Van Mattheüs kunnen we leren, dat het visioen méér wil en ook kán doen dan troosten en ontroeren. Wij kunnen ons doen en laten nu door het visioen laten sturen. Zo wordt het visioen een ‘self-fulfilling prophecy’ en daar is in dit geval niks mis mee.

ds Ynte de Groot