Syrië / 'Moslimdemocratie bedreigt ons allemaal'

Syrië is volgens de VS deel van de As van het Kwaad. Toch leven christenen en moslims er samen. Wat er in buurland Irak gebeurt, wekt hun argwaan - opgelegde democratie naar westers model is een bedreiging voor christenen én moslims.

Acht procent van de Syriërs is christelijk. Je hebt er Syrisch-orthodoxen, die in de liturgie (en soms doordeweeks) nog Jezus' taal spreken, het Aramees. Verder zijn er Koptische, Assyrische, Armeense en Chaldeeuwse groeperingen, Grieks-orthodoxen en maronieten. En sinds het Westen het Midden-Oosten als zendingsgebied zag, zitten er ook afscheidingen van rooms-katholieke en protestantse snit. Voor gewone gelovigen tellen de verschillen hooguit op zondag in de liturgie, verder voelt men zich één. Christen zijn in Syrië heeft te maken met cultuur en het horen bij een groep, minder met persoonlijke overtuiging. Christenen zijn meestal herkenbaar. De meesten dragen een kruisje om de hals en de vrouwen onderscheiden zich bovendien door hun vrije, westerse kleding.

De verhouding tussen christenen en moslims is uitstekend, bezweert iedereen. Maar wie doorvraagt merkt dat er vooral onder christenen bezorgdheid is jegens de moslim-meerderheid. Syrische christenen bespeuren bij moslims een absolutisme, vergelijkbaar met dat van westerse 'bijbelgetrouwe' christenen. Het maakt de moslims tot weinig toeschietelijke gesprekspartners, want voor vragen is geen enkele ruimte - alle antwoorden staan in de Koran.

Mattias, een jonge, christelijke arts in Damascus, is blij dat zijn land geen westerse democratie is. Het absolutisme van de islam zou naar zijn overtuiging in korte tijd leiden tot het einde van het vreedzaam samenleven. Aan de sterke overheid in zijn land kleven nadelen, maar zij biedt wel veiligheid aan de minderheden.

Zijn mening tref je ook aan in de moslimwereld. Samer, Basam en Adnan, druzen uit het zuiden, hebben wel veel kritiek op de regering, maar die gaat over corruptie en bureaucratie. Over de opgelegde godsdienstvrede zijn zij tevreden. Zonder dat zou er een einde komen aan de vreedzame verhouding tussen de diverse moslimgroeperingen. Want ook de islam is in Syrië bepaald geen eenheid. Naast de soennietische meerderheid leven er sjiieten, alevieten, ismaëlieten en druzen. Sommigen van hen worden door de soennietische meerderheid nauwelijks als moslim erkend.

,,Dat zijn Koerden'', zegt Tariq, een soennietische schoenwinkelier in Zabadani, wijzend op een winkel aan de overkant. ,,De winkel hiernaast is van sjiieten. Het gaat heel goed samen. Moslims willen geen democratie, want dan voelt de één zich beter dan de ander en wordt het vechten. Als de Amerikanen zeggen dat hier democratie moet komen, bedoelen zij dat wij afzetgebied voor hun producten moeten worden.''

Behnan Hindo, een van de Syrisch-katholieke bisschoppen in Syrië, heeft grote zorgen over de toekomst van de kerk in het aan zijn bisdom grenzende Irak. Door de westerse inmenging krijgt Irak een democratie opgedrongen, zónder dat de bevolking heeft leren omgaan met het geven van ruimte aan minderheden. Volgens Hindo leidt het tot een nieuwe dictatuur, een van de meerderheid, waarbinnen voor christenen geen plaats meer is.