Nooit gelezen boeken - ds Ynte de Groot

In de bibliotheek van het Patriarchaat van Constantinopel, het hoofdkwartier van de Grieks-orthodoxe Kerk, staat een boek dat vermoedelijk nooit zal worden gelezen. Ook in mijn boekenkast staat een nooit gelezen boek. Een verslag over hoe die boeken daar terecht zijn gekomen.

Antakya, Turkije, eind juni 1999.

Ik heb studieverlof en bezoek Antakya. Hier werden volgens het boek Handelingen de volgelingen van Jezus voor het eerst 'christenen' genoemd. Hier liggen de wortels van de kerk uit de heidenen. Can Kocamahhul, een christelijke goudsmid in de Bazaar, vertelt dat ik het tref: morgen begint juist het feest van Petrus en Paulus. "Het wordt heel druk. Er komen mensen uit allerlei landen, waaronder wel twee patriarchen" vertelt hij trots. Hij heeft het er als lid van het kerkbestuur druk mee. "U komt toch ook!"

De volgende avond sta ik op het voorplein van de kerk. Binnen zijn drommen mensen, die een glimp van de eregasten - de Grieks-orthodoxe Patriarch Agnatios IV van Damascus en de Oecumenisch Patriarch Bartholomeos II van Constantinopel - hopen op te vangen. Can is nergens te bekennen en ik voel me bekeken. Ik ben duidelijk de enige westerling én de enige die ruim een kop boven de anderen uitsteekt. Dan komt de menigte in beweging: het avondgebed is voorbij en de hoogwaardigheidsbekleders gaan van de kerk naar een nabijgelegen ontvangstzaal. Opeens komt een forse, zwartbebaarde bisschop naar me toe en sluit me hartelijk in de armen: "Hallo, wie ben je, vanwaar kom je? Welkom!" Hij blijkt zelf ook onwennig: pas twee weken eerder werd hij gewijd en hij kent nog lang niet alle hotemetoten. Al pratend worden we meegezogen in de clericale optocht naar de ontvangstzaal.

Daar sta ik opeens oog in oog - afgezien van het verschil in lengte dan - met de Oecumenisch Patriarch. Vier jaar eerder bezocht hij Nederland en ik had toen de eer hem namens de Hervormde Synode te begroeten. De Patriarch blijkt zich zijn bezoek nog goed te herinneren. En ook al vertel ik, dat ik inmiddels weer gewoon gemeente-predikant ben en geen synodelid, nodigt mij uit hem in Istanbul te komen bezoeken. "Kom maandag lunchen" zegt hij joviaal.

Istanbul, 5 juli 1999

"Hello, my friend from Holland! You are almost to tall to kiss!" roept de Patriarch hartelijk, terwijl hij op zijn tenen gaat staan om me te omhelzen. Een taxi bracht me naar het Patriarchaat en na enige verwarring - Zijne Heiligheid vergat zijn secretaris te vertellen dat hij mij had uitgenodigd - zitten we aan de lunch: een gezelschap van 15 gasten van diverse herkomst. Daarna koffie in de salon. Zijne Heiligheid wenkt me en we gaan naar zijn werkkamer. We spreken een minuut of tien over de oecumenische kansen die zowel orthodoxe als protestantse kerken hebben door hun nationale organisatievorm. En we signaleren het gevaar van nationalisme dat aan deze organisatievorm kleeft. Ik neem ook de vrijheid hem namens onze synode hartelijk te groeten, al meld ik nogmaals dat ik na een periode in de synode nu weer gemeentepredikant ben. "I know, you protestants are very democratic" reageert hij lachend.

Dan geef ik hem een pakje. Ik nam het "Dienstboek - een proeve" mee om het tijdens mijn verlof te bestuderen. Omdat het er nog als nieuw uitzag besloot ik het aan de Patriarch aan te bieden. Je moet toch Íets meenemen. Zijne Heiligheid bladert beleefd in het Dienstboek en mompelt vriendelijk iets als "een mooie aanwinst voor onze bibliotheek". Dan pakt hij een foto van zichzelf, schrijft er iets onder, pakt het eerste het beste boek van zijn bureau en stopt foto en boek samen in een enveloppe, die hij me overhandigt.

Weer terug in de salon raak ik aan de praat met Rabbi Arthur Schneider uit New York en een rooms-katholieke bisschop, ook uit New York. "Reverend Ynte", roept de Patriarch even later, "heb je vanmiddag tijd? Ik heb een bootje en mijn Amerikaanse vrienden zullen een tochtje over de Bosporus maken. Als je zin heb kan je mee." Even later nemen we hartelijk afscheid. In twee zwarte Mercedessen met van dat donkere glas zoeven we naar de haven: in de eerste auto de New Yorkse Rabbijn met zijn vrouw en een medewerker van het Patriarchaat, in de tweede de Amerikaanse Bisschop en ik. Het bootje blijkt een luxe-jacht, het weer fantastisch, de Prinseneilanden wonderschoon, het gezelschap boeiend.

Terug in mijn hotel maak ik de enveloppe van de Patriarch open. Het boek dat bij de foto met opdracht zit heet: "THE ROUTE OF LOVE OF HIS ALL HOLINESS THE ECUMENICAL PATRIARCH TO THE CHURCH AND THE DEVOUT PEOPLE OF ETHIOPIA". Het is het verslag van een werkbezoek in 1996. Ik blader: foto's van handenschuddende functionarissen en vooral veel beleefde toespraken. Wat moet ik dáármee?

Ik heb het nog steeds niet gelezen en het zal er ook wel niet meer van komen. Maar ja, wat moet de Patriarch met een Nederlandstalig Dienstboek?