Ongemakkelijke passages

Onder deze titel werd vorig seizoen in de gemeente rond De Fontein een Bijbelkring gehouden. We verdiepten ons in bijbelgedeelten die je maar het liefst overslaat. Het komend seizoen gaat deze groep verder Ė in ongetwijfeld iets andere samenstelling, want er zullen vast deelnemers afvallen en bijkomen. Eťn van de verhalen die we lazen was dat van de verwoesting van Jericho uit Jozua 6.

Eerste lezing

Het verhaal begint eigenlijk prachtig. Want de muren van Jericho vallen niet door wapengeweld, maar door maar door liturgie. Niet door soldaten, maar door priesters die op de ramshoorn blazen. Je krijgt associaties met Gezang 251 uit het Liedboek: "De wereld is gewonnen door Woord en Geest". Maar dan neemt het verhaal een grimmige wending. De muren vallen, maar anders dan in het Berlijn van 1989 vallen de mensen aan weerszijden van de neergehaalde Muur elkaar niet vol vreugde in de armen. In tegendeel: Jericho wordt 'met de ban geslagen'. En hoewel wordt benadrukt dat persoonlijk gewin daarbij geen rol mag spelen, voor de inwoners van Jericho maakt dat niet zoveel uit. Ze worden stuk voor stuk een kopje kleiner gemaakt. In een tactiek van de verschroeide aarde wordt de stad tot een rokende puinhoop: mannen en vrouwen, kinderen en bejaarden, runderen, schapen en ezels Ė op de hoer Rachab en haar familie na ontkomt geen levende ziel. En op dit punt wil je het verhaal het liefst wegleggen. Je wilt je als lezer graag identificeren met IsraŽl, maar je sympathie ligt eerder bij de inwoners van Kanašn.

Het lied van Jenny

In de Dreigroschenoper van Bertolt Brecht komt het 'lied van Jenny' voor. Het thema van het lied is wat verwant aan het verhaal van Rachab de hoer van Jericho. Jenny is een hulpje in een louche hotel in het havenkwartier. Zij spoelt glazen en maakt bedden op. Een troosteloos bestaan zonder perspectief. Het enige uitzicht dat zij heeft is haar droom. Daarover gaat haar lied: eens op een dag zal er een zeeroversschip de haven binnenvaren. Een schip met acht zeilen en vijftig kanonnen. De kanonnen zullen losbranden op de stad. Alle huizen storten in, de stad wordt met de grond gelijk gemaakt. Alleen het hotel waar Jenny werkt blijft gespaard. Het laatste couplet van het lied van Jenny gaat zo: En honderd komen er tegen de middag aan land en gaan de schemer binnen en vangen iedereen in elk huis en klinken hem in ketens en brengen hem bij mij en vragen mij: wie zullen we doden? En deze middag valt een grote stilte op de haven als ze vragen wie er sterven moet. En dan horen ze mij zeggen: allemaal! En als dan een kop rolt, zeg ik: hopla! En het schip met acht zeilen en met vijftig kanonnen verdwijnt in de verte met mij. Met deze droom houdt Jenny zich staande en bewaart zij haar menselijke waardigheid. Ondanks de frustraties en vernederingen van haar armetierige bestaan. "Er komt een dag, dan zullen jullie me niet meer met je groezelige handen in de billen knijpen, dan is het mijn beurt. Want eigenlijk ben ik de bruid van een zeeroverkapitein."

Geen historie, maar profetie

Het boek Jozua hoort in de Hebreeuwse bijbel niet bij de historische, maar bij de profetische geschriften. Het boek behandelt niet de Ďbijbelse geschiedenisí (zoals dat in mijn jeugd heette), maar het wil een bepaalde visie op de geschiedenis geven. Jozua werd geschreven ten tijde van de ballingschap. Toen het Beloofde Land Verloren Land was. Precies zoals de Jenny van Brecht haar machteloosheid en woede afreageert met haar droom, zo reageert IsraŽl in Babylon de frustraties af en de teleurstelling over de ballingschap met profetische verhalen als over de val van Jericho. "Wij zijn wel geknecht en machteloos, maar eigenlijk zijn we het volk van God. Want ken je wel het verhaal van Jericho? Zo zal ooit ook Babel vallen. Tot de laatste man. Elke schoen die nu nog dreunend stampt en elke mantel in bloed gewenteld zal verbrand worden, een prooi zijn van het vuur! Het zal gedaan zijn met de geweldenaar!" (Jesaja 9) En al vertellend wordt het verleden - waarin IsraŽl in werkelijkheid tamelijk vreedzaam Kanašn is binnengetrokken (archeologen hebben nauwelijks een spoor kunnen ontdekken van al het geweld waar de verhalen uit Jozua van vertellen, het is onduidelijk wat zich eigenlijk heeft afgespeeld rond Jericho) - al vertellend wordt het verleden omgetoverd tot een droom over de toekomst. Het boek Jozua geeft geen geschiedenisles, maar wil het volk in Ballingschap troost en uitzicht bieden.

Primitief?

Er zijn mensen die zulke dromen over bloed en geweld onbehoorlijk vinden. ďTypisch primitief denken van het Oude Testament, dat moreel veel lager staat dan het Nieuwe met de 'andere wang' ď zeggen ze. Ik weet nog zo net niet of ik het daar wel mee eens ben. Ouderen vertellen wel eens hoe ze in de oorlog met een diep gevoel van voldoening Engelse bommenwerpers hoorden overvliegen op weg naar Duitsland. En in Japanse gevangenkampen werd God gedankt voor de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Er zijn omstandigheden waarin dromen en fantasieŽn van geweld de laatste strohalm zijn om niet ten onder te gaan aan je frustraties. Soms hebben mensen geen ander middel over dan cynische, zieke grappen om het laatste restje geestelijke gezondheid en menselijke waardigheid te kunnen koesteren.

Agressie

Tijdens mijn opleiding deed ik ooit mee aan een workshop van een Nederlandse theatermaakster. Zij vroeg ons om de ogen te sluiten en een houding aan te nemen die geweld uitbeeldde. Toen we de ogen weer openden bleek dat iedereen een agressieve, gewelddadige houding had aangenomen. Zij vertelde ons dat zij dezelfde workshop ooit in een basisgemeente in Latijns-Amerika had geleid. De deelnemers daar beeldden geweld heel anders uit: hun houding was afweer, beschutting zoeken, wegduiken voor een naderende slag. De manier waarop we reageren op geweld in (bijbel)verhalen heeft te maken met het verschil tussen slachtoffers en daders. Waar alles mee staat of valt met fantasieŽn van geweld is de positie waarin je verkeert. Het lied van Jenny de Zeeroversbruid wordt onverteerbaar op het moment dat er echt een schip komt dat de stad uitmoordt louter om haar een genoegen te doen. Zo ook wordt het verhaal van Jericho onverteerbaar als het niet in handen is van machteloze ballingen, maar van generaals en politici die de verhalen gebruiken als vrijbrief voor echt geweld.