Tweemaal storm op zee

Op zondag 24 juni lazen en overdachten wij in De Fontein (net als in vele andere kerken) het verhaal van de storm op zee uit het evangelie naar Marcus. Bij de voorbereiding legde ik het verhaal van Marcus naast de versie die Mattheüs geeft. Dat leverde verrassende doorkijkjes op, die zich echter niet leenden voor de preek. Zoiets is meer iets voor een leerhuis. Of voor een artikel in Kerk in Stad natuurlijk. Vooral nu de kerkelijke cursussen en leerhuizen deze zomertijd op een laag pitje staan. Eerst de verhalen maar eens naast elkaar gezet.

 

  •  

    Overeenkomsten en verschillen

    De overeenkomsten zijn duidelijk: Jezus neemt zijn leerlingen mee de zee op, daar breekt een storm uit, terwijl Jezus slaapt. De leerlingen maken Hem wakker. Jezus brengt de storm en de zee tot bedaren en vraagt naar het geloof van zijn leerlingen. Op het eerste gezicht gaat het om hetzelfde verhaal, maar de berichten verschillen in details. En bij het lezen van de bijbel komt het daar vaak op aan.

    Algemeen wordt aangenomen, dat Mattheüs het evangelie naar Marcus voor zich had liggen toen hij zijn eigen verhaal schreef. Een van mijn leermeesters, prof. dr G.P. Luttikhuizen, noemde Mattheüs eens ‘de eerste preek over Marcus’. Mattheüs veranderde de verhalen die hij bij Marcus aantrof zodanig, dat zij pasten bij de boodschap die hij met zijn versie van het evangelie aan zijn eigen lezers wilde meegeven. Daarbij voegde hij overleveringen over Jezus in die Marcus niet kende.

     

    Navolging

    Tussen het bevel van Jezus om naar de overkant te varen en het daadwerkelijke vertrek voegt Mattheüs een kort gesprek in over wat het betekent om Jezus na te volgen. Als Jezus en zijn leerlingen vervolgens aan boord gaan vertelt Mattheüs dat de leerlingen Jezus in het schip volgen. Marcus schrijft dat de leerlingen Jezus meenemen, maar bij Mattheüs is het andersom. Bij Mattheüs is het verhaal van de storm een verhaal over de navolging.

    Dat Mattheüs de woorden van Jezus over de navolging nog goed in gedachten had blijkt uit een aardig detail. Volgens Marcus ligt Jezus in het schip tegen een kussen te slapen. Mattheüs kan dat kussen niet gebruiken en laat het weg. Jezus had immers juist gezegd, dat de Mensenzoon geen plaats heeft om het hoofd neer te leggen!

     

    Stormwind en onstuimigheid

    Mattheüs verandert ook de stormwind die Marcus noemt [Grieks: lailaps –oorkaan, grote storm] in een onstuimigheid [Grieks: seismos – (aard)beving, schok]. Dat woord gebruikt Mattheüs in zijn evangelie vaker. In de apocalyptische rede van Jezus (24: 7), vervolgens bij het sterven van Jezus (27: 54) en tot slot op de paasmorgen als een engel van de Heer afdaalt uit de hemel om de steen voor het graf van Jezus weg te rollen (28: 2). De beving in het verhaal op zee is daarmee als het ware een afspiegeling van het schokkende gebeuren dat door de dood en opstanding van Christus in beweging wordt gezet.

     

    Meester en Here

    De verhouding tussen de leerlingen en Jezus verschilt in de twee versies van het verhaal. Bij Marcus wekken de leerlingen Jezus met een verwijt: Meester u bent onverschillig! Volgens Mattheüs wekken de leerlingen Jezus met een bede: "Here redt ons!" Zij gebruiken daarbij de titel Here [Grieks kyrie], waarmee in de Septuaginta, de Griekse versie van het Oude Testament, de Godsnaam wordt omschreven. De reactie van Jezus correspondeert daarmee. Bij Marcus constateert Jezus dat de leerlingen geen geloof hebben. Bij Mattheüs is Jezus milder en spreekt slechts van kleingeloof. Zij hebben wel geloof, maar het is te klein.

    De volgorde van het spreken van Jezus verschilt ook. Bij Marcus worden eerst storm en zee bestraft, vervolgens spreekt Jezus de leerlingen toe. Bij Mattheüs gaat het andersom. Eerst richt Jezus zich tot zijn leerlingen, daarna spreekt Hij de winden en de zee bestraffend toe.

     

    Vrees en verwondering

    Volgens Marcus reageren de leerlingen met bovenmatige vrees op het gebeuren aan boord. Met die vrees eindigt het evangelie naar Marcus zelfs. Als de vrouwen bij het lege graf horen dat de Gekruisigde de Levende is gaan zij "naar buiten en vluchtten van het graf, want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En zei zeiden niemand iets, want zij waren bevreesd." Bij Mattheüs reageren niet de leerlingen maar ‘de mensen’ op het gebeuren. Wie zij zijn wordt niet verteld. Het zijn in elk geval niet de mensen in de andere schepen, want die andere schepen had Mattheüs juist weggelaten.

     

    Samenvattend

    Marcus vertelt hoe Jezus zijn eenzame Messiaanse weg gaat. Zelfs zijn leerlingen, die Hem erkennen als hun leermeester, blijken hier geen medestanders. Mattheüs vertelt met het verhaal van de storm wat het betekent om Jezus na te volgen. Je komt samen met Hem ‘in één schuitje’ te zitten: je wordt deelgenoot van de schokkende weg van Jezus langs kruis en opstanding. Wie op die aangevochten weg de Heer aanroept wordt niet onmiddellijk uit de dreiging gered, maar opgeroepen om te blijven vertrouwen, terwijl de stormen voortrazen.

    Mattheüs hoopt dat zijn lezers bij het lezen van dit verhaal verwonderd de vraag zullen stellen die ‘de mensen’ in zijn verhaal stellen: "Wie is toch deze?" Durven wij ons aan Hem toevertrouwen? Immers de (aard)beving is niet het laatste; het laatste is het woord van de Opgestane: "Ik ben met jullie tot aan de voltooiing van deze wereld" (28: 20)