Syrië - het bewind en de kerken

De laatste weken berichten de media vrijwel dagelijks over Syrië. De berichtgeving is tegenstrijdig en chaotisch. De staatstelevisie spreekt van gewapende moslimfanaten, criminelen en buitenlandse infiltranten. Opstandelingen tonen op Youtube beelden van slachtoffers van sluipschutters en militairen. Wat zich precies afspeelt is onduidelijk, want Syrië laat geen onafhankelijke journalisten toe, maar dat er veel doden vallen staat wel vast.

Sinds het in Syrië is gaan gisten houden Syrische christenen de adem in. Het gaat om vijf tot acht procent van de bevolking: een bont geheel van Byzantijnse, Oriëntaalse, Rooms Katholieke en Protestantse snit. Bijna zonder uitzondering steunen zij het bewind van president Bashar al-Assad. De Syrisch-orthodoxe bisschop Matta Roham van Qamishli spreekt van ‘moslimfundamentalisten en fanatici’ die vreedzame demonstraties met geweld verstoren en bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten. Samer Laham, directeur Oecumenische relaties en Ontwikkeling van het Grieks-orthodoxe Patriarchaat in Damascus, schreef me in april dat gewapende Salafisten (fanatieke moslims) mensen vermoorden. ”We hebben inderdaad veel politieke problemen en corruptie, maar het gebruik van geweld lost deze problemen niet op. De president werkt er hard aan en we moeten hem de tijd geven.” De Rooms Katholieke bisschop Antoine Audo van Aleppo zei op 13 juni in een interview dat de Syrische regering de opstand moet neerslaan. “De opstandelingen zijn fanatici die het land willen destabiliseren en islamiseren. Wij willen geen Irak worden. Wij willen geen islamisten aan de macht”.

        Feestelijke ingebruikneming van een Syrisch-orthodox kerkelijk centrum in Hassakeh (Okt. 2010).

        Rechts de foto's van de Patriarch, bischop Matta en ... president Assad

 

Ik voel me ongemakkelijk door deze reacties, die een kopie zijn van de staatspropaganda, maar begrijp ze wel. In 2004 – een jaar na de Westerse inval in Irak – was ik drie maanden in Syrië. De ontwikkelingen in Irak werden daar gespannen gevolgd. Mattias, een jonge, christelijke arts uit Damascus, was blij dat zijn land geen westerse democratie was. Het absolutisme van de islam zou leiden tot het einde van het vreedzaam samenleven. Het autoritaire bewind had nadelen, maar bood wel veiligheid aan de minderheden. Dergelijke geluiden hoorde ik niet alleen van christenen. In het zuiden hoorde ik van Druzen scherpe kritiek op de regering: die was corrupt en bureaucratisch. Maar zonder de opgelegde godsdienstvrede zou er een einde komen aan de vreedzame verhouding tussen de diverse moslimgroeperingen. Want de islam is in Syrië bepaald geen eenheid. Naast de Soennitische meerderheid leven er Sjiieten, Alevieten, Ismaëlieten en Druzen. Sommigen van hen worden door de Soennitische meerderheid nauwelijks als moslim erkend. Kenmerkend vond ik de woorden van een Soennitische winkelier in Zabadani. “Moslims willen geen democratie, want dan voelt de één zich beter dan de ander en wordt het vechten. Als het Westen vindt dat hier democratie moet komen, bedoelen zij dat wij afzetgebied voor hun producten moeten worden.''

Wat Irak betreft: in 2004 voorspelde de Syrisch-Katholieke bisschop Behnan Hindo me, dat de Westerse inmenging voor de christenen op een ramp zou uitlopen. “Irak krijgt democratie opgedrongen, zonder dat de bevolking heeft geleerd ruimte te geven aan minderheden. Dat wordt een dictatuur van de meerderheid, waarbinnen voor christenen geen plaats meer is.” Inmiddels is zijn vrees meer dan gegrond gebleken. Ongeveer tweederde van de christenen ontvluchtte Irak en het land wordt geteisterd door geweld van elkaar bestrijdende groepen die verdeeld zijn langs godsdienstige en etnische lijnen. Met de gebeurtenissen in Irak voor ogen kiezen de christenen van Syrië voor stabiliteit en dus voor Assad.