Syrische aantekeningen

Vooraf

De zomer van 2004 had ik studieverlof. Ik wilde mij verdiepen in het kerkelijk leven in het Midden Oosten, inzonderheid in Syrië en Libanon. Tijdens een eerder studieverlof had ik mij bezig gehouden met de Syrisch-Orthodoxe Kerk in Zuidoost Turkije. De toen opgedane kennis wilde ik verdiepen en uitwerken. Met name de vraag naar kerkelijke overlevingsstrategieën in een minderheidpositie en de rol van liturgie, diakonaat en ambt daarin intrigeerde me. Dit is het dagboek dat ik tijdens het studieverlof van half mei tot half juli 2004 bijhield.

 

DAMASCUS

19 mei

Vandaag via Wenen naar Damascus gevlogen. Al om half twee 's nachts door de Schipholtaxi opgehaald, tegen acht uur vertrokken en om drie uur in de middag plaatselijke tijd (het is hier nu een uur later dan in Nederland) aangekomen. Ik koos het goedkope hotel Fursan, waar Douwe-Anne en ik eerder samen ook hadden overnacht. Het is wel wat verlopen, maar het ligt aan de rand van de oude stad, vlakbij Bab Touma, de stadspoort waarachter het overwegend christelijke deel van de stad ligt. Vroeg gaan slapen.

22 mei

De afgelopen dagen me zo ongeveer de blaren gelopen in de oude stad. Belangrijkste oriëntatiepunt is steeds de straat die de Rechte heet (Handelingen 9:11). Die loopt er van oost naar west dwars doorheen. Als je ronddwaalt door de smalle kronkelstraatjes stuit je óf op muur die de oude stad omsluit, óf op de straat die de Rechte heet. Je kunt hier wel dwalen, maar nauwelijks verdwalen. Vier jaar terug kochten we in deze straat de glazen kan waarin in De Fontein het doopwater wordt aangedragen. De winkel waar we hem kochten is niets veranderd. Nog steeds wordt dit type kannen er bewerkt en verfraaid. Ik herinner me dat de eigenaar de kan indertijd bijna niet wilde verkopen omdat hij nog niet af was. D.w.z. hij was nog niet beschilderd. Toen ik uitlegde hem onbewerkt mooier te vinden hoofdschudde hij, maar ja: handel is handel.

23 mei

Gewapend met een redelijke plattegrond Cham Palace Hotel in nieuw-Damascus zonder omwegen gevonden. Daar moest een pinautomaat zijn. Voor de zekerheid nam ik driemaal achtereen het maximum bedrag op, zodat ik voor bijna 500 euro aan Syrische ponden in contanten heb. Daar moet ik even mee vooruit kunnen, want het leven is hier niet duur. De 25e zal ik Damascus voorlopig achter me laten. Ik zal er zeker nog terugkomen omdat veel van het kerkelijk leven van hieruit wordt gecoördineerd. Maar eerst wil ik naar Hassakeh in de noordoostelijke streek Jazeera. Daar zal ik te gast zijn bij bisschop Matta Roham. Zijn klooster - het is eigenlijk meer een conferentiecentrum - werd in 2000 gewijd en zal de eerste tijd mijn thuis- en uitvalsbasis zijn. Al weet je zoiets hier nooit zeker. Plannen maken heeft niet zo'n zin, heb ik geleerd van eerdere bezoeken. Je kunt je maar het beste wat door de loop der dingen laten leiden. Het vraagt slechts enig geduld en vertrouwen - en dat leer je hier wel. In een reisgids had ik gelezen dat binnenlands vliegen niet duur is. Naar het dichtbij gelegen Qamishli wordt op dit moment niet gevlogen omdat het vliegveld wordt verbouwd. Ik boekte naar Deir ez-Zur, vanwaar het niet al te moeilijk doorreizen naar Hassakeh moet zijn. Dat ligt dan nog maar 180 km verwijderd. Het vliegen kost slechts 1570 pond (25 euro) en dat heb ik er wel voor over om een dag minder in een bus door de woestijn te rammelen. Tenminste, dat van die prijs dacht ik, totdat bleek dat ik geen retour wilde, maar een enkele reis. Ik vlieg nu dinsdagmorgen voor 780 pond (12,5 euro)! Omdat er geen kleingeld was betaalde ik 800. Wat een land.

Vandaag twee kaarsjes gebrand: voor Max Noorman en voor Marianne van der Klaauw, maar nog meer voor de achterblijvers. In een kapel in de stadsmuur waar volgens de traditie zijn leerlingen Paulus in een mand over de muur lieten zakken toen de grond daar te heet onder de voeten werd (Handelingen 9:19-25)

24 mei

Wie alleen reist, heeft makkelijk aanspraak. Op een half-overdekt terras bij een pilsje aan de praat geraakt met een allervriendelijkste man van 30. Afgestudeerd als arts en in opleiding voor chirurg. Hij is Grieks-Katholiek, een Orthodoxe kerk die banden met Rome is aangegaan en de paus erkent i.p.v. de patriarch van Constantinopel. In ruil daarvoor mogen ze hun eigen riten blijven gebruiken. Boeiend gesprek over de verhouding overheid en kerk. Hij heeft weinig moeite met de autoritaire staat; als er hier democratie naar westers model zou zijn betekende dat naar zijn mening meteen het einde van het in vrede samenleven van diverse moslimgroeperingen (Druzen, Koerden, Palestijnen, Ismaëliten, Aleviten) en de vele soorten christenen. Iets als een westerse democratie, waarin de meerderheid plaats geeft aan minderheden, is in zijn ogen onverenigbaar met de islam. Als die eenmaal in meerderheid aan de macht is zal dat ongetwijfeld het einde betekenen van het bestaan van andersdenkenden. Ben benieuwd of ik dit gevoelen meer tegen zal komen

JAZEERA

25 mei

Het vliegtuig - een oude bak met 36 plaatsen - was met 14 passagiers nog niet voor de helft gevuld. Het ding vertrok keurig op tijd. Alles ging zonder plichtplegingen. Geen demonstratie van de gordels, niet het aanwijzen van de nooddeuren. Slechts de mededeling dat de riemen vast moesten en dat de vlucht ongeveer een uur zou duren. Geen stewardess die bagage bij deuren weghaalde of riemen controleerde. Alleen werden er droge cakejes en een glaasje fris langs gebracht. Voor het landen werd er helemaal niets meer meegedeeld over riemen en tafeltjes. Het lampje 'fasten seatbelts' floepte aan en dat was het. Eigenlijk wel zo prettig. In Deir ez-Zur blijkt dat er pas om 14.30 uur een bus gaat. Speciaal vervoer lukt voor 1200 pond. Om 12 uur meld ik me bij de bisschop. Zo overbrugde ik vandaag de ruim 700 km van Damascus naar Hassakeh - van deur tot deur – in 5,5 uur voor tezamen 42 euro. Een heerlijk gevoel om dat niet in één extreem lange of twee redelijk warme woestijndagen te doen.

Ik was van plan om van Hassakeh gewoon naar het klooster door te reizen en mailde dat gistermiddag ook aan de bisschop. Prompt kreeg ik een SMS van hem dat ik maar naar zijn kantoor in Hassakeh moest komen, dan kon ik later op de dag met hem meerijden naar het klooster. Vriendelijk en ontspannen weerzien. Als meestal een brokkelig gesprek, steeds onderbroken door telefoontjes en mensen die binnen komen lopen. Iedereen wordt voorgesteld en van alles wat gebeurde krijg ik verslag ("deze mevrouw is door haar man verstoten en vraagt me om raad - ik ga nu even hiernaast met haar praten" "deze meneer is mijn zaakwaarnemer in parochie X" "dit was een telefoontje van de politie omdat meneer Y uit zijn huis gezet moet worden") Tussendoor drukt hij me een boek in handen en een stapeltje foto's om te bekijken als hij zich met een ander bezig moest houden.

Om een uur of half drie gezamenlijk gegeten in een van de vertrekken die ik me nog herinner van 5 jaar terug - ik logeerde er toen. Erna help ik hem met het schrijven van een Engelstalige brief aan Sjoerd Haagsma die voor Kerk in Actie de scepter zwaait over de contacten met dit gebied. Daarna met de oude zwarte Mercedes van de bisschop op weg naar het klooster. Onderweg even aan bij een school in aanbouw waar de PKN aan meebetaalt (foto's voor Sjoerd gemaakt). De middag en de vooravond zijn gevuld met: - een vanwege de taal wat moeizaam maar wel gezellig gesprek met abuna Afram, die hier de leiding heeft als de bisschop er niet is. Buiten hem, een gepensioneerde bisschop die net even kort in pyjama goedendag kwam zeggen en enkele vrouwelijke gedienstigen leeft hier niemand. Maar ook hier is het een komen en gaan van vage mensen, buurtgenoten en passanten; - het avondgebed om vijf uur - abuna Afram alleen zingend, ik vooraan zittend en een stuk of 5 vrouwen van een dorp verderop achterin staand); - een samen met abuna Afram gewandeld blokje om het klooster. We gaan even aan bij een bedoeïenenfamilie (moslims) die tijdelijk vlak bij het klooster wonen. Ze bakken een prachtig soort pizza-achtig brood in een ronde oven. Morgen gaan we er weer heen om foto’s te maken op hun verzoek. Ik zal kijken of dat brood bakken te filmen is, want pizzabakkers kunsten zijn er niets bij.

Zondag is het ook hier Pinksteren - de paasdatum viel dit jaar in oost en west samen. De bisschop vertelt 's avonds dat hij dan in Qamishli een priester zal wijden. Hij stelt voor dat ik dan met hem mee zal gaan. Omdat er vrijdagmiddag ook een begrafenis is in Qamishli die hij moet bijwonen zullen we na het middageten vertrekken.

26 mei

De oude bisschop blijkt Mor Dionysios Behnam Jajjawi te zijn, gepensioneerd aartsbisschop van Jeruzalem. Met hem boeiend over de verhouding tussen Israël en de Palestijnen gesproken. In zijn tijd ging het allemaal nog wel, maar hij ziet het op dit moment somber in. Hij begrijpt de eis van Israël om veilig te wonen. Ook weerspreekt hij de leugen dat de joden het land van de Palestijnen zouden hebben geroofd. Het is rond 1948 allemaal keurig gekocht en betaald. De Palestijnse jeugd moet de vaders en grootvaders aankijken op het verlies van veel land. Maar tegelijk geldt wel dat Israël niet kan doorgaan met het ontzeggen van een toekomst en een land aan zo'n grote groep mensen. Dat kan gewoon niet goed gaan op den duur. Daarbij komt dat mensen als Netanjahu en Sharon zo onaangenaam en lomp zijn, dat er met hen geen eervol compromis te sluiten is. Hij hoopt op iemand als Peres of Rabin.

Gisteravond laat gegeten. Het wachten was op bisschop Matta Roham. Hij kwam om een uur of negen aan, samen met een groepje Koerden. De bezoekers hadden met de bisschop een lastige aangelegenheid te bespreken. Het ging om een uitvloeisel van de ongeregeldheden van maart. Die brandden los na een voetbalwedstrijd van een Koerdisch tegen een Arabisch team. Delen van de Koerdische bevolking voelen zich achtergesteld bij het Arabische deel van de bevolking. Ook kijken zij sinds de tweede Golfoorlog met enige afgunst naar de sterke zelfstandige positie die de Koerden in Noord-Irak hebben. Tijdens de wedstrijd waren over en weer Koerdisch-nationalistische en Arabische leuzen geroepen waarna de frustraties tot een korte maar zeer gewelddadige uitbarsting kwamen. Er werden auto's omgegooid en in brand gestoken, er gingen een paar huizen van locale politici in vlammen op, er werd zelfs geprobeerd het standbeeld van de vader van de huidige president Assad om te halen. De trieste balans: 29 doden, vele gewonden, materiele schade èn grote schade aan de onderlinge verhoudingen tussen bevolkingsgroepen die al lang in betrekkelijke rust met elkaar leefden.

De christenen stonden buiten de gewelddadigheden. Dat maakt hen nu tot een mogelijke bemiddelaar tussen de partijen. De bisschop liet me krantenknipsels zien met foto’s van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, waaronder uiteraard hijzelf, die de gemoederen tot bedaren proberen te brengen. Op het moment is alles weer rustig. Naar mij wordt verteld zijn de meeste mensen die toen werden gearresteerd inmiddels weer op vrije voeten. Maar een lid van de Koerdische familie die de bisschop bezoekt zit nog vast. Hij wordt ervan beschuldigd iemand te hebben doodgeschoten. De vraag is of de bisschop kan bemiddelen en een verzoeningspoging wil doen. Want als de strijdende families het met elkaar eens zijn, is de politie bereid hem te laten gaan. Doorslaggevend is daarbij dat men het eens moet worden over een schadeloosstelling. Vanmorgen volgde op het kantoor van de bisschop overleg met een jurist en vanavond staat in het klooster het overleg met de Arabische familie op het programma.

Ik kreeg van de leider van de Koerdische familie zo'n kralensnoer waarmee alle mannen hier spelen. Het heeft 33 kralen en een 'staartje' met nog drie kralen. Voor christenen verwijzen de 33 kralen naar de leeftijd van Jezus en de drie kralen naar de drie-eenheid. Voor de moslims symboliseert het geheel de 99 (=33 x 3) namen van Allah. De bisschop meende dat het een mooie gift was, een blijk van respect. Ik nam het naar ik hoop met gepaste dankbaarheid in ontvangst.

De bisschop doet overigens tegenover iedereen voorkomen of ik een hoge gast ben. Hij weet heel goed dat ik gewoon een wijkpredikant met studieverlof ben, maar verwijst als hij mij ergens introduceert steeds naar 'Kerk in Actie' van de PKN die zo genereus is om een lokaal onderwijsproject te steunen. Hij wekt daarbij de indruk dat ik er zo ongeveer persoonlijk voor zorgde dat het geld er kwam en dat ik nu kom kijken hoe het er met het project voorstaat. In werkelijkheid sta ik er geheel buiten. Ik speel het spel maar mee (zijn gulle gastvrijheid wil ik niet beschamen) en ik reageer steeds minzaam met de opmerking dat het mij zeer verheugt dat mijn kerk in de gelegenheid is het belangrijke werk hier te steunen. Die steun betreft een onderwijsproject. Tot voor kort was het hier mogelijk om na de kleuterschool zes jaar bijzonder - in dit geval dus christelijk - onderwijs te volgen. Daarna was voor iedereen staatsonderwijs. Een nieuwe onderwijswet bepaalt nu dat het bijzonder onderwijs nog drie jaar langer kan duren. De kerk is daarmee zeer ingenomen. Het betekent namelijk dat zij via het onderwijs de gelegenheid heeft om jonge mensen drie jaar langer geestelijk te vormen. Maar tegelijk betekent het ook, dat er extra klaslokalen moeten komen en nieuwe leraren. Dat laatste zal wel gaan, want werk is schaars hier. Maar hoe huisvest je in drie jaar tijd een paar honderd extra leerlingen? De PKN heeft voor de noodzakelijke nieuwbouw van de school voor een periode van drie jaar 25.000 euro per jaar toegezegd. De bouw is inmiddels in volle gang, gisteren zag ik de bouwput. Het souterrain en de begane grond moeten in september, bij het begin van een nieuw schooljaar, in gebruik worden genomen. Het jaar daarop volgt de eerste verdieping en een jaar later de tweede en laatste. Het gebouw groeit zo als het ware mee met het groeiende aantal leerlingen.

27 mei

Eigenlijk was ik van plan om vandaag in het klooster te blijven, rustig wat te lezen en video-opnamen van het gebouw te maken. Maar het liep weer anders. Bij heb ontbijt vertelde de bisschop dat hij vandaag zitting zou houden. Het blijkt dat de kerk taken heeft die bij ons door de overheid worden vervuld. Belangrijk onderdeel: het sluiten en ontbinden van huwelijken met alles wat daarbij komt kijken aan huwelijkscontracten, voogdijkwesties en alimentatie regelingen. Ook worden geschillen (ook van vermogensrechtelijke aard) tussen families bindend beslecht. Je bent hier nooit gewoon een individu met schulden of rechten, maar altijd deel van een familie. Als je broer schulden heeft kan jij daarop aangesproken worden.

Vandaag speelden een paar (mogelijke) echtscheidingszaken. In de zittingskamer zaten achter een klein met een wit kleed gedekt bureautje de bisschop en zijn juridisch adviseur en een griffier. Langs de kant 4 priesters. Twee van hen zullen samen met de bisschop in de zaak beslissen, twee zitten erbij bij wijze van stage. De bisschop stelde als enige de vragen. De betrokkenen (vandaag alleen getuigen) en de advocaten staan de hele tijd voor de tafel van de bisschop. Ik was blij met mijn plaats naast de bisschop, omdat hij me af en toe op de hoogte bracht van de hoofdlijnen van de zaak. Maar het voelde tegelijk ook wel wat vreemd omdat ik in de hele zaak geen enkele rol heb. Later bleek dat deze zittingen besloten zijn, maar dat hij vond dat ik er rustig bij kon zitten omdat ik geestelijke ben en dus mijn ambtsgeheim heb en bovendien de betrokkenen niet ken, noch hen ooit weer zal tegenkomen. Onder de lunch spraken we over het verloop van de procedure. Ik vergeleek e.e.a. natuurlijk met wat ik ken van de generale commissie voor het opzicht. Uiteraard valt ook de kerkelijke tucht onder de jurisdictie van de bisschop. 'Seksueel misbruik in ambtelijke relaties', zoals dat bij ons heet, heeft hij in zijn 14 jarige loopbaan als bisschop nog niet meegemaakt. Wel de klacht van de vrouw van een priester die haar man van iets buitenechtelijks verdacht. Meestal wordt iemand bij gegronde klachten een tijdje ontheven van zijn ambtswerk en naar een klooster gestuurd om boete te doen en zich te bezinnen. Daarna krijgt hij nog een kans. Bij herhaling volgt ontslag.

Vanmiddag kwam een Syrisch-Katholieke priesterstudent in persoon de uitnodiging kwam brengen voor zijn wijding komende zondag. Ook ik werd hartelijk uitgenodigd. Omdat we dan voor die andere wijding in Qamishli zijn, zullen we er niet bij zijn. Ik vroeg de wijdeling naar de welstand van zijn bisschop, Behnan Hindo, die ik 5 jaar terug had gesproken. Hij zei dat ik hem dat zelf kon vragen, omdat hij in zijn kantoor was, bij de kathedraal 200 meter verderop.

Behnan Hindo is al even onduidelijk maar druk bezet als Matta Roham. Zijn diocees is veel groter - het omvat ook een stuk Turkije - omdat er minder Syrýsch-Katholieken zijn dan Orthodoxen. Gevraagd naar zijn visie op de toekomst van de kerk in de regio gaf hij krachtige maar tegenstrijdige signalen af. Het eerste: hij verwacht een vernieuwing van het christendom, te beginnen in de regio. Hij bespeurt vooral bij Turkse Koerden belangstelling voor het christendom. Zij zijn hier gekomen vóór de islam en hebben zich indertijd tot de islam bekeerd. Maar ze zijn diep in hun Arabische geloofsgenoten teleurgesteld. Ze voelen zich bij hen achtergesteld en zijn gefrustreerd. Meer en meer bezinnen zij zich op de wortels van hun cultuur en geschiedenis. En daarbij past ook een hernieuwd nadenken over het christendom. Dat christendom zal er anders uitzien dan we nu kennen, maar het is aan het groeien - dit alles volgens bisschop Behnan Hindo althans.

Iets anders is, dat ik weet dat inderdaad Koerdische islamitische families zich tot de kerk wenden om de doop van een kind. Gisteren kwam nog een vader met een dergelijk verzoek bij bisschop Matta. De doop wordt niet gevraagd omdat zij willen dat hun kind christen wordt, maar meer omdat ze menen dat een extra ritueel nooit kwaad kan. Soms is het omdat een eerder kind vroeg stierf of omdat er een gelofte werd gedaan bij een lang uitgebleven zwangerschap. De kerk doopt in een dergelijk geval niet 'gewoon' in de naam van Vader, Zoon en heilige Geest, maar met de 'doop van Johannes de Doper'. Het is volkomen bijbels, maar houdt in dat het kind voor de kerk niet als gedoopt geldt en dus ook geen christen wordt. Een prachtige vorm van bijna-syncretisme dus, waarbij het theologisch allemaal net blijft kloppen, terwijl mensen pastoraal niet in de kou komen te staan. Het brengt mij tot de vraag of wij niet de neiging hebben te krampachtig om te gaan met toevertrouwde vormen. Ik ben in elk geval nog steeds blij dat ik laatst dat meisje van 8 in die middagsessie heb gedoopt.

Een tweede signaal van Behnan Hindo is, dat hij grote zorgen heeft over de toekomst van de kerk hier. De interventie van de VS in Irak zal naar zijn mening vrijwel noodzakelijk leiden tot het verdwijnen van de kerk in dat land. Men krijgt een westerse democratie opgedrongen, zónder dat de bevolking heeft leren omgaan met het maken van ruimte voor minderheden. Dit zal leiden tot een dictatuur van de (islamitische) meerderheid waarbinnen voor de christenen geen plaats is. Het vormen van een pluralistische democratie duurt meer dan enkele decennia; daar gaan eeuwen overheen. Bedenk dat men in de regio nog nooit iets heeft gekend dat op democratie leek. Kijk naar Turkije waar het na de betrekkelijke ruimte en pluriformiteit van het Ottomaanse rijk sinds de moderne, democratische bestuursvorm van Attatürk voor de kerk alleen maar beroerder is geworden.

Een laatste punt waarover we spraken was het diaconaat. De bisschop is voorzitter van de landelijke Katholieke Caritasinstelling. Zij waren goed een jaar geleden onder zijn leiding juist begonnen met het opzetten van de opvang van vluchtelingen uit Irak - de meesten zitten in de buurt van Damascus - toen de MECC (Middle East Council of Churches) hem benaderde om in oecumenisch verband iets te doen. De UNHCR had daarom gevraagd. Dat vragen ze dus niet aan de moskee, want die doet niet aan dit soort dingen (!) maar aan de kerk. Uiteindelijk is die opvang nu een geheel door de kerken gedragen zaak, ook al is de meerderheid van de vluchtelingen moslim. Theologisch zit het naar zijn mening zo ongeveer als wat mijn oude hoogleraar vroege kerkgeschiedenis Hans Roldanus aanreikte. Christen-zijn is leven met Christus, Hem navolgen in doen en laten. Je dus steeds weer de vraag stellen: "Wat zou Jezus nu van ons willen?" Christenen durven dus vraagtekens te zetten bij hun doen, denken en geloven. Dat doen moslims nooit. Zij hebben de waarheid, een boek recht uit de hemel, een God ver en hoog daarboven die ieder mens zijn lot toedeelt. De rol van de mens beperkt zich tot het geven van aalmoezen aan geloofsgenoten. Christenen weten dat God niet hoog daarboven zit, maar mens werd in Jezus èn zijn Geest gaf. Christenen geloven niet massief in een door God onwrikbaar beschikt lot, maar kennen de opdracht tot navolging: bezoeken gevangenen, geven hongerigen te eten, kleden naakten etc (Mattheüs 25)

28 mei

Om 13 uur vertrokken we uit het klooster. De begrafenis is straks om 15 uur. We zijn in het appartement van de bisschop bij een van de kerken hier aangekomen. Er zijn hier drie slaapkamers. Bisschop Matta, de oude bisschop en de chauffeur slapen vannacht hier, ik word dan naar Tartap gebracht.

Gisteravond kwam de bisschop laat, na een vergadering met het bestuur van het bisdom, naar het klooster. Voor mij heeft hij een boek mee gebracht om te lezen: "The road from Damascus". Ook heeft hij twee nieuwe tafeltennisbats bij zich. We spelen een potje. De bisschop doet het duidelijk vaker dan ik. Goed half twaalf komt er nog een telefoontje van de Arabische familie die vanwege de ongeregeldheden van maart nog in conflict is met de Koerdische familie. Zij hebben besloten om toch een klacht in te dienen bij justitie. De bisschop is er wat nijdig om. "Waarom komen ze eerst een beroep doen op mij om te bemiddelen en gaan ze nu toch naar de politie, terwijl de besprekingen nog lopen? Arabieren zijn snel in hun toorn en snel in hun roep om verzoening, maar het moet allemaal wel op hun voorwaarden" verzucht hij. Goed twaalf uur gaan we naar bed. Vanmorgen vroeg met de oude bisschop naar de bedoeïenenfamilie gelopen en het bakken van brood gefilmd. Natuurlijk staat iedereen er omheen. Bijzonder om te bedenken dat dit een methode is die al duizenden jaren wordt toegepast. Voor deze mensen in het nog steeds gewoon dagelijkse werkelijkheid.

29 mei

Zaterdagmorgen half 8 in de tuin bij de kerk van St. George in Tartap. De oude abuna Saliba heeft zich nog niet laten zien, maar in de keuken is Noura, een uit Irak gevluchte jonge vrouw, al druk met het ontbijt in de weer. Ik werd een uur geleden wakker van de luide stemmen van mensen uit het dorp die in de schaduw van de muur van de kerk wachten op het busje naar Qamishli

Inmiddels heb ik mijn ontbijt op. Er was dat mooie ronde, in kwarten gesneden, platte brood dat bij alle maaltijden wordt gegeten. Het bestaat uit twee dunne laagjes. Er tussenin wordt met de hand van alles gestopt: een stukje kaas of ei, komkommer of tomaat. Of het wordt gebruikt als een soort schepje om er yoghurt, jam of de alomtegenwoordige houmous (een smakelijk gekruid smeersel van kikkererwten) mee van een schoteltje te lepelen.

Het terrein van de kerk in Tartap een klein kerkelijk lustoord buiten de soms benauwde stad. Een eenvoudige kerk met een paar bijgebouwen, waarin ook logeerkamers dus, op een ommuurd en lommerrijk terrein met veel tafeltjes en stoelen. Naar westerse smaak is het allemaal misschien wat overdadig versierd. Maar als je de smalle straten met de hoge bebouwing van de binnenstad van Qamishli kent begrijp je, dat in de weekeinden veel mensen hier in de betrekkelijke koelte komen picknicken. Het dorp Tartap wordt overigens vrijwel geheel bewoond door moslims. Zij wonen in eenvoudige huizen van één laag die met leem zijn aangesmeerd. Het kerkcomplex met zijn vele groen, kleurige schilderingen en feestelijke verlichting vormt een groot contrast met het dorp met zijn overwegend geelbruine huizen en paden.

In 2000 waren Douwe-Anne en ik hier ook. Toen waren we in Syrië voor de wijding van het klooster bij Hassakeh. In Qamishli logeerden we toen bij de ouders van Bismarc Dibo uit Vinkhuizen. Velen van ons kennen hem, zijn vrouw Shamo en hun zoons Ninip en Gaby wel.

De uitvaartdienst gisteren was indrukwekkend, al gaat het er wel heel anders aan toe dan wij in De Fontein gewend zijn. De dienst duurde een drie kwartier, en bestond vooral uit vaste gezongen onderdelen, zoals overigens bij de meeste diensten het geval is. De nadruk lag niet op een persoonlijk of actueel woord maar op vaste gebaren en gebeden van eeuwen her. Slechts helemaal op het eind, toen een deel van de aanwezige priesters en diakenen hun liturgische gewaden al aan het uittrekken was, hield de parochiepriester een preek van een minuut of 5, waarin enkele persoonlijke dingen ter sprake kwamen. Het zou bij ons misschien allemaal afstandelijk overkomen, maar ik denk dat wij de troostende kracht van een sterk ritueel onderschatten. Rituelen ontlenen hun kracht juist aan de herhaling, aan het gebrek aan originaliteit. Hier leven de mensen met de liturgie in het besef te zijn opgenomen in een beweging van eeuwen her, een geheim dat vele generaties omvat. Omdat onze cultuur meer en meer is losgeraakt van haar wortels, van vaste vormen en gebaren, hebben oude woorden voor velen niet meer het vermogen om te troosten. Wij moeten daardoor steeds op zoek naar iets nieuws, naar nieuwe gebaren en woorden, gebeden en liederen, om geraakt te kunnen worden. Onze kerkdiensten lopen daardoor het gevaar te delen in de kortademigheid en de onrust van onze cultuur. De persoonlijke en warme (uitvaart)diensten van onze Fonteingemeente zijn mij dierbaar en ik ervaar ze als een groot goed, maar wat ik hier leer is, dat we onderweg ook iets zijn kwijtgeraakt, iets dat kan troosten en binden. Daarnaar zou ik graag weer op zoek gaan.

Tussen de diverse bedrijven door (condoleancebezoek, de gewone dagelijkse drie gebedsdiensten, een eucharistieviering) zaten we vandaag voornamelijk in de ontvangkamer van de bisschop. En ook nu was het een komen en gaan van groepen mensen. Gisteravond de bij de verkiezingen van twee weken terug verslagen burgemeester met zijn gevolg, vanmorgen zijn opvolger. Een groep leiders van de padvinderij uit het hele diocees die een groot feest aan het voorbereiden zijn (helaas zullen wij het net missen - het begint op 14 augustus). En vanmorgen nog een groepje jonge Turkse wetenschappers (vnl. archeologen en historici) dat een symposium heeft gehad in Nusaybin. Zij werden begeleid door de priester van Mardin, die ik in '99 ontmoette. Veel handen schudden en vriendelijkheid, weinig echte mogelijkheid tot gesprek. Tussendoor even naar een fotowinkel met de oude bisschop Jajjawi. Hij weet een zaak waar ze ook digitale opnamen kunnen afdrukken en hij wil de foto’s van ons bezoek aan de bedoeïenen graag snel hebben.

Tussen half 2 en half 4 gaat alles plat - ook de winkels zijn dicht - het wordt te heet geacht om iets te doen. Ik heb de kamer van de chauffeur die ergens anders rust. Om 4 uur is het 'maar we moeten voort, voort!' Naar een paar kerken al dan niet in aanbouw, handen geven, voorgesteld worden aan jan en alleman en vriendelijk lachen, thee lebberen of koel water drinken. En uiteindelijk altijd ook weer eenvoudig, maar wel veel smakelijker, eten dan je hier in een restaurant ooit doet.

Ik ben dus een beetje deel van de 'entourage' van de bisschop. Dat geeft me de kans om behoorlijk in zijn keuken te kijken en dat bevalt me wel. Hij vertelt me groot belang te hechten aan buitenlandse gasten. Zowel voor de eigen gemeenschap als daarbuiten. De kerkelijke gemeenschap ervaart buitenlands bezoek als een hart onder de riem. Het bemoedigende besef niet vergeten te zijn, omdat men elders weet heeft van het bestaan van de kerk hier. Tegenover de niet-christenen is een buitenlandse gast een onderstreping van het feit dat de kerk hier niet alleen staat, maar deel uitmaakt van een wereldwijde gemeenschap. Ik voel me zodoende een beetje een niet-benoemd ambassadeur van onze gemeente en zelfs van de hele PKN.

In de namiddag en vooravond in de auto van het ene dorp naar het andere korte, evaluerende gesprekken. Mij valt op dat de bisschop erg veel energie steekt in kerkbouw. Ik merk op dat ik vermoedt dat hij het van het grootste belang vindt om als minderheid - ook hier is het percentage christenen nergens groter dan 30 - in de gebouwde omgeving zichtbaar te zijn. Ik noem de term 'fysical visibility'. Het spreekt hem zeer aan, ik hoor het hem bij het volgende bezoek met een gebaar naar mij tenminste herhalen als hij een gezelschap toespreekt. Eens te meer bedenk ik hoe blij ik ben met De Fontein, die er ook als een echt kerkgebouw uitziet. En ik denk dat wij in Groningen een gebouw als de Nieuwe Kerk nooit moeten seculariseren en inruilen voor een gebouwtje, hoe praktisch en voordelig dat ook mag zijn. De samenleving moet merken dat een kerkgebouw geen museum is, maar de ruimte waarin een geloofsgemeenschap leeft. Want ook in een postschristelijke samenleving als de onze is de zichtbare aanwezigheid van de kerk, niet als monument maar als gemeenschap, van de grootste betekenis.

Pinksterzondag 30 mei

Weer heerlijk geslapen in Tartap. Ook Akram liet inmiddels hier een kamer voor zich in orde maken. Zijn kamer in Qamishli is tamelijk benauwd. Om 8 uur vanmorgen waren we terug in de stad. Nu in de Jacobskerk, waar de beide bisschoppen voorgaan in de Pinksterviering. Bisschop Jajjawi leidt de viering van de eucharistie, bisschop Matta een speciaal Pinksterritueel waarin de aanwezigen met water worden besprenkeld onder de bede dat Gods Geest op dezelfde wijze op hen mag neerdalen als het water doet. De priester die de kerk inloopt om het sprenkelen voort te zetten doet het met groot enthousiasme, wat tot nogal wat hilariteit leidt. Omdat ik naast bisschop Matta in het koor zit - een Hamnicho (priesterstola) om - moet ik de hele tijd opletten. Want er moet heel wat gestaan, gebogen en bekruist worden. Het middengordijn tussen schip en koor is daarbij meestal open, dus ik zit behoorlijk in het zicht. Achter de gesloten zijgordijnen is het overigens een drukte van belang. Mannen en jongens komen en gaan, kleden zich om, zingen een regel of twee - al dan niet samen of in beurtzang met een ander - bewieroken altaar, evangelieboek, en geestelijkheid of gemeente, zijn met kaarsen, bisschopstaf en rinkelschijven op lange stokken in de weer (die verbeelden het ruisen van de vleugels van de engelen). Of ze hangen na hun aandeel wat rond of gaan even op de grond zitten of naar buiten als de gang van zaken dat toestaat. Kortom: hoe hoogheilig het ritueel ook is, het gaat er allemaal zeer ontspannen aan toe. Eerlijk gezegd soms iets te ontspannen naar mijn smaak. Tijdens een bepaald deel van het eucharistisch gebed neemt bisschop Matta b.v. de rolverdeling en de regie rond de gebeden van het besprenkelgedeelte nog even door met de aartsdiaken. En zo af en toe wendt hij zich naar mij om een toelichting te geven op wat er gaande is. Aan het eind van de viering zijn er twee korte preken. Een van bisschop Matta en een van de vaste priester van de Jakobskerk. De laatste bedankt de beide bisschoppen en verklaart ook mijn aanwezigheid. Net als bisschop Matta spreken zij mijn voornaam hardnekkig uit als Jente. Het begint al te wennen. 's Avonds om zes uur is de viering waarin de wijding van diaken Raymon plaatsvindt. Ik ontmoette hem daags tevoren al even. Een intelligente en vrome man van 31. Hij krijgt bij zijn wijding een nieuwe naam. Voortaan zal hij als Saliba (Kruis) door het leven gaan. Het wijdingsritueel is sober en indrukwekkend. De wijdeling legt geknield een gelofte af, er worden door de bisschop een paar plukjes hoofdhaar afgeknipt ten teken van toewijding. Ook wordt de mantel van de bisschop om hem heengeslagen om te onderstrepen dat hij vanaf nu onder diens bescherming én gezag staat. Vervolgens worden hem de priestergewaden aangetrokken, krijgt hij het evangelieboek in handen en gaat hij voor in het slotgedeelte van de eucharistieviering. Daarna toespraken en dankwoorden. Het is echt Pinksteren: er wordt geen woord in mijn eigen taal gesproken, maar ik versta het gebeuren en het raakt me.

Na de wijding moet een nieuwe priester zich 40 dagen terugtrekken in een klooster. Om zich te concentreren op de nieuwe staat des levens, te vasten en te oefenen in het op de juiste wijze celebreren van de mis. Hij zal naar het klooster in Tel Wardiat gaan, zodat ik hem vermoedelijk nog wel zal tegenkomen. Kort na de viering rijden we terug naar het klooster. De familie en de gemeente vieren nog feest.

31 mei

Vandaag werd de Mariamaand mei afgesloten met een bijzondere eucharistieviering. Op een gegeven moment gingen we in processie door de vooral met vrouwen en meisjes bomvol gevulde kerk. Voorop een groot mariaportret, dan zangers (jongetjes in witte jurkjes), lezers en subdiakens met kleine kaarsjes, dan de hoofdcelebrant met het evangelieboek, twee priesters (waarbij ik) met een monstrans met een afbeelding van Maria, dan de bisschop met een groot kruis. Alle kerkgangers doen verwoede pogingen om elk voorwerp dat wordt rondgedragen aan te raken of te kussen. Ik zei de bisschop na afloop dat het wel apart was dat ik als protestant (die weinig of niets met Mariadevotie 'heeft') hieraan mee deed. Het leert me in elk geval hoe diep dat hier zit.

TUR ABDIN

3 juni

Gisteren aangekomen in Deyrulzafaran, een kilometer of vijf ten zuiden van de stad Mardin. Het is een van de oudste kloosters van de streek Tur Abdin in Zuid-Oost Turkije, net over de grens met Syrië. Mijn vorige studieverlof bracht ik in deze streek door en ik wil bekenden van toen groeten, nu ik zo dichtbij ben.

Het passeren van de grens ging aan de Syrische kant erg snel en behulpzaam. De chef bij de kleine grensovergang is dezelfde die er 5 en 4 jaar terug ook werkte en we herkenden elkaar meteen. Hij was zeer behulpzaam, zodat ik niet in de kooi in het kleine stukje niemandsland tussen Syrië en Turkije hoefde wachten.

De oude bisschop Jajjawi was meegekomen naar de grens om me uit te zwaaien. Niet helemaal belangeloos overigens: het leek hem een leuk verzetje en wat belangrijker was: hij had een uitnodiging weten te regelen om te komen lunchen in een goed restaurant net buiten Qamishli. Plagerig merkte ik op dat het wel jammer was, dat ik op woensdag vertrok, omdat dat een vastendag is en er geen dierlijke producten als vlees, kaas, melk of eieren worden gegeten. Maar de bisschop zag geen probleem: zijn gastheer had beloofd vis te zullen serveren.

In Deyrulzafaran kom ik diverse oude bekenden tegen. Jozef, een jongen die vijf jaar geleden nog leerling was in het klooster Mor Gabriël, is hier nu 'malfono' (leraar) geworden. Abgar, de zoon van malfono Isa van Mor Gabriël werkt op het secretariaat van de bisschop. Na de lunch neemt abuna Stephanos mij onder zijn hoede. Hij is 25, geboren en getogen in Zweden, ging op zijn 14e een jaar naar het seminarium in Damascus om de taal te leren, bleef een tweede jaar en was toen 'hooked'. Op zijn 17e trad hij in als monnik. Hij leidde me rond door het klooster en door de tuin. Dat rondleiden gebeurde indertijd ook al eens, maar het is allemaal wel erg anders geworden sinds de komst van de nieuwe bisschop Saliba. Het was hier meer een museum dan een levend iets. Vijf jaar geleden kon ik hier niet overnachten omdat de accommodatie te beroerd was en er bovendien niemand was die voor enige opvang kon zorgen. Er woonden toen drie mensen, waaronder de stafoude abt (hij woont nu in een klein klooster in Midjat). Het bisdom Mardin werd er een tijdlang door de bisschop van Mor Gabriël 'bijgedaan'. Nu er sinds 2003 weer een eigen bisschop is gaan de ontwikkelingen snel. Er zijn naast de bisschop 2 vitale monniken, 2 secretarissen, 2 malfono's en maar liefst 15 scholieren intern. De bisschop verwacht er volgend jaar nog een paar meer. Ook zijn er plannen om cursussen aan te bieden aan de Syrisch-Orthodoxe gemeenschappen in Europa. Hier te geven wel te verstaan. Er zijn de nodige fatsoenlijke kamers (met gedeelde faciliteiten, maar erg sfeervol en heerlijk koel) en er wordt veel gerestaureerd, resp. gerenoveerd. Kortom: wat een eerbiedwaardig museaal monument was geworden is weer het huis van een gemeenschap. In vakantietijd rijden hier de bussen met (vooral Turkse) bezoekers af en aan. Die durven en mogen weer komen nu het rustig is rond de Koerden. Zelfs de avondklok op de buitenwegen is opgeheven. Het afgelopen weekeinde telden ze 3000 bezoekers. Die komen niet overal in het gebouw, dus eigenlijk merk je er als interne gast niet eens zo heel erg veel van.

De nieuwe bisschop Saliba was een aantal jaar monnik in Mor Gabriël. Toen ik daar 5 jaar geleden was studeerde hij in Engeland. Van daaruit is hij hier als bisschop teruggekomen. Een bijzonder bescheiden en prettige man. Gevoel voor humor, spiritueel en met visie. Ik noemde bisschop Matta's bouwactiviteiten, die hij van harte toejuicht, maar - zei hij - "Het moet wel gaan om de gemeenschap, om de levende stenen. Díe zijn het echte gebouw." En dat is natuurlijk weer precies wat hij hier aan het doen is.

Vandaag vertrekken zo ongeveer alle Syrisch-Orthodoxe monniken in de wereld naar Damascus op uitnodiging van de patriarch die dit jaar 50 jaar monnik is. De bisschop zou daar ook heen maar het gaat slecht met zijn vader, die sinds kort hier in het klooster verblijft. De familie is hier nu verzameld en hij koos ervoor daarbij te zijn. Vanmorgen met de schoolbus die de intern wonende scholieren naar school brengt naar Mardin meegereden. Voor het eerst in tijden - voor mijn gevoel - weer eens alleen gewoon op straat gelopen, door straatjes en markten. Een paar digitale foto's laten afdrukken die ik bisschop Jajjawi beloofde. Tevergeefs geprobeerd de priester van de kerk van de 40 martelaren te bezoeken. Ik gaf de foto af die het weekeinde van hem, Jajjawi en mij gemaakt was in Qamishli.

5 juni

Het verliep in Turkije sneller dan ik had gedacht. Na twee nachten in Deyrulzafaran kon ik meerijden naar Mor Gabriël met een Syrisch-Orthodoxe familie die deels uit de VS en deels uit Istanbul komt. Een stel dat in de VS woont wilde hun kind in het klooster laten dopen. Het leek mij een mooie gelegenheid om er makkelijk te komen zonder een extra beroep te hoeven doen op de gastvrijheid, resp. de auto van de bisschop. Zo was ik al om halfelf in Mor Gabriël.

Na het ontbijt dus een hartelijk afscheid van Deyrulzafaran en een vriendelijk weerzien in Mor Gabriël. Malfono Isa omhelsde me hartelijk, de bisschop grijnsde breed. Isa Dogdu werkt er nog steeds als leraar en ook de secretarissen Kuriakos en Yoseph waren niets veranderd. Wel waren er in het gebouw de nodige verbeteringen aangebracht. Oude overwelfde ruimten die als koeienstal in gebruik waren zijn opgeknapt en worden geschikt gemaakt om er conferenties en vergaderingen te houden. De grote muur rondom het hele terrein waaraan indertijd gebouwd werd is af en er is naast de poort in deze buitenste muur een fors gebouw neergezet voor de deurwachter en zijn gezin. Op het ogenblik zijn ze bezig de oude vervallen cisternen op het terrein weer op te bouwen.

Na de middag met twee zwagers uit Paderborn een bezoek gebracht aan Ainwardo, het geboortedorp van een van hen. Hij was er 35 jaar niet geweest en was zachtjes aangedaan, evenals een oude buurvrouw die honderduit vroeg over zijn familie. Het dorp verkruimelt romantisch omdat de huidige bewoners - voornamelijk Koerden - er geen klap aan doen, het kan ze niet schelen. Maar Yoseph wist nog hoe er keurige traptreden waren waar nu een brokkelig stenen geitenpad naar boven voert. We bekeken de kerk, de plek waar het huis had gestaan waar hij was opgegroeid en stonden voor het huis van zijn grootouders. Ergens halverwege zei hij "Het voelt of ik verliefd ben, maar dan verdrietig".

Met hen heb ik een heel gesprek over Turkije en Europa. Zij - en zij niet alleen - hopen vurig dat Turkije bij Europa komt. Want de verbeterde positie van christenen in de regio schrijven zij voornamelijk toe aan het feit dat Turkije aardig doet tegen de laatste christenen om binnen de EU te komen. Als het allemaal niet doorgaat is het met de tolerantie snel gedaan, vrezen zij. Als Turkije deel wordt van de EU zien zij een grote toekomst voor de kerk in Tur Abdin. Dan zullen velen terugkeren, omdat er een duurzame zekerheid is. Er is in Turkije overigens een sterke oppositie tegen aansluiting bij de EU, naar ik begrijp. Van radicale moslims die niets van het ongelovige, want christelijke, Europa moeten hebben en van Turkije liefst een echt moslimland zouden maken. Maar ook van nationalistische, fascistische groepen als Grijze Wolven die zich vooral laten leiden door dromen van het oude Groot-Turkije. Er beweegt hier van alles en het is onduidelijk waar het op uit zal draaien. De wetten worden aan Europese eisen aangepast en dus wordt de invloed van het leger op de politiek sterk ingeperkt. Maar tot nu toe is het juist het leger geweest dat de fanatieke moslims kort hield. Je moet er niet aan denken wat er met de kwetsbare groep christenen in Tur Abdin gebeurt als er een monsterverbond van moslims en fascisten aan de macht zou komen ...

Gisteravond leuk gepraat met twee jongens uit Heidelberg (17) en Sydney (18) die hier beiden geruime tijd (resp. 12 en 8 maanden) intern zijn om hun taal bij te werken. De oudste weet dat hij over twee maanden bij zijn broer in diens installatiebedrijf zal werken. Maar daarnaast wil hij in Sidney malfono worden - dus in de kerk als leraar kinderen de taal leren.

JAZEERA (2)

Zondag 6 juni

Vanavond celebreerde abuna Saliba, die vandaag een week priester is, voor het eerst een complete mis. Zijn vrouw, moeder en verdere familie kwamen in de loop van de middag uit Qamishli om erbij te zijn. Het was voor hen ontroerend. Mij zei het evenveel als de andere missen. Het hoog rituele gehalte ervan schept voor mijn beleving wel een afstand. De mis is een zaak tussen de priester en God, de gemeente staat er wat buiten en zou ook weg kunnen blijven. Anders dan in onze traditie, waar Avondmaal zonder gemeente ondenkbaar is, al zijn er maar twee of drie verzameld... Na afloop dronken we thee op de binnenplaats. Daarna werd de familie weer uitgezwaaid en aten we.

's Middags en ook 's avonds met drie twintigers gepraat die hier vaak als 'lector' meedoen bij de mis. Ik zet lector tussen haakjes, omdat zij niet gewoon lezen maar (uiteraard) zingen. De oudste is elektricien (samen met een zwager heeft hij een eigen bedrijf) maar hij gaat vermoedelijk binnenkort naar het seminarie. Het is opmerkelijk hoeveel animo er is voor het priesterschap. Of zou de hoge werkeloosheid een rol spelen?

Op het laatst gepingpongd met abuna Saliba. Hij is veel beter dan ik - ik deed het 30 jaar terug misschien 2 keer - maar hij is een geduldig leermeester.

8 juni

Het wordt rustiger nu in het klooster. Na het weekeinde komen er minder mensen aanlopen. Ik kom wat aan lezen toe. Gister aan het eind van de middag een wandeling naar de rivier gemaakt met abuna Saliba. Onderweg gepraat over het belang dat hij hecht aan het overleven van de kerk op deze plaats, de politieke context van de kerk, de verhouding tussen orthodoxen, katholieken en protestanten. Saliba vindt dat christenen geen energie moeten verspillen aan het discussiëren over de verschillende christelijke tradities, maar dat we elkaar daarin moeten respecteren. We moeten elk trots zijn op onze eigen traditie en die koesteren. Maar wel zo, dat we elkaar aanvullen. Dan kunnen we iets betekenen voor en in de wereld. Hij is verontwaardigd over evangelicale groepen uit VS en Duitsland die onder kerkleden 'evangeliseren'. I.p.v. moslims in contact te brengen met het evangelie (wat overigens bij wet verboden is in Syrië - evangelisatie is strafbaar, ook van moslims onder christenen) verzwakken zij de bestaande kerken door er zieltjes te winnen voor hún soort christendom. We zijn het volledig met elkaar eens. Ik ben blij dat de PKN uitgerekend met dit bisdom goede betrekkingen heeft en het werk hier steunt met respect voor de bestaande kerkstructuren.

Het is opmerkelijk hoe dichtbij de Westerse wereld hier overal is. Zowel in Syrië als in Turkije kom ik in kerkelijk verband telkens mensen tegen die familie hebben in het Westen; meestal Europa of Amerika. Het maakt dat dit stukje Midden-Oosten sterk verbonden is met het Westen. De oosterse mentaliteit is doorvlochten met westers denken en doen. De christenen zijn ook het initiatiefrijkste deel van de bevolking. Het gaat hen hier niet slecht en ze hebben zelf de indruk dat de andere bevolkingsgroepen zich daar ook van bewust zijn en er de vruchten van plukken. Het maakt dat je je hier enerzijds door klimaat en landschap ver van huis weet, maar tegelijk steeds weer de vraag krijgt of je soms uit Enschede of Hengelo komt omdat een zuster, oom of zwager daar terecht is gekomen. En als ik zeg in Groningen te wonen, roept dat aanvankelijk herkenning op als men 'Gronau' verstaat en weet dat het terrein van het Syrisch-Orthodoxe klooster Mor Efrem in Glanerbrug grenst aan deze Duitse plaats.

11 juni

Ben een beetje herstellende van een nare kou. Was dinsdag in de middag in slaap gevallen met een boven mijn hoofd draaiende fan. 's Nachts veel geproest en gesnuit. Woensdag na het ontbijt weer in bed gekropen. 's Avonds moest ik van abuna Saliba naar de dokter. Ik hield de boot wat af, maar hij was zeer beslist. Met de auto naar een dokter in Hassakeh. Ik had flink koorts. Nee het was geen griep, maar een 'common cold'. Net als ik dacht dus. Maar i.p.v. de bij ons gebruikelijke behandeling (warm instoppen, extra fruit voor de vitamine C en uitzieken) werd het: 1 injectie direct, neusdruppels, een antibioticumkuurtje van drie dagen, een hoestdrank, paracetamol en vrijdag terugkomen voor controle en een 2e injectie. Ik onderga het braaf, hoewel met tegenzin.

13 juni

Ik ben geheel hersteld en het eten smaakt dus weer uitstekend. Dat is hier overigens goed. Bij elke maaltijd komkommer, tomaat, olijven en dat platte brood. En er is altijd thee en water bij, soms ayran - met water verdunde yoghurt met een snufje zout. Bij het ontbijt bovendien jam. En kaas en meestal eieren - behalve op woensdag en vrijdag als er 'gevast' wordt en er niets dierlijks wordt genuttigd. Maar dan zijn er heerlijk pittige vegetarische warme pizzaatjes. Soms is er ook yoghurt. Bij de lunch is er meestal ook iets van vlees en iets groenteachtigs en een gemengde salade. Of rijst of bulgur (dat spul dat het hoofdbestanddeel van de Marokkaanse couscous uitmaakt.) 'sMiddags en 'savonds is er bovendien fruit: eerst appel, banaan en sinaasappel, maar de laatste week watermeloen, kersen en abrikozen. Culinair gezien is het allemaal tamelijk eenvoudig, maar het is eerlijk, vers en voedzaam eten.

14 juni

Vandaag de lange hete bustocht van Hassakeh naar Damascus. Onderweg levert een naar het schijnt op zulke tochten onvermijdelijke lekke band een uur vertraging op, zodat we in totaal negen en een half uur onderweg zijn. Alleen de eerste 180 kilometer tot aan Deir az Zour is er wat begroeiing. Er grazen een paar kuddes kamelen en enkele schaapskuddes. Ik moet terugdenken aan de tocht van Hassakeh naar Qamishli twee weken geleden. Vanuit de auto zagen we toen verschillende schaapskudden het spoor van de graanoogst volgen om zich te goed te doen aan de stoppelvelden en wat aan tarwe is achtergebleven. Het zijn kudden die altijd rondtrekken en geen vaste thuisbasis hebben. Zij zijn daar te vinden waar te eten is. Bisschop Matta vertelde me toen hoe een schaapherder zijn kudde daar krijgt waar hij hem hebben wil - om ze te weiden of om ze te scheren. Een sleutelrol is weggelegd voor de muriah. Dat is een schaap dat als lam vroeg bij zijn moeder is weggehaald en bij de ezel is gezet. De muriah volgt daardoor de ezel alsof die zijn moeder is. De ezel op zijn beurt gaat en staat altijd daar waar de herder hem wil hebben. Om er nu voor te zorgen dat de kudde de muriah volgt, krijgt het dier een dik pak wol omgebonden, waardoor het groter lijkt dan de anderen. De kudde ziet daardoor de muriah als de leider omdat hij de grootste van allen is. Ik vraag me af of de bisschop zèlf niet een beetje een muriah is. Met zijn mijter, staf en wijde mantel is hij een indrukwekkende verschijning en de mensen volgen hem. Ik vertrouw hem toe dat zij ze oprecht wil weiden, maar God verhoede dat mensen met zulk een gezag alleen op de wol uit zijn.

De 500 kilometer na Deir az Zour gaat het door een haast onafzienbare dorre, rotsige woestijn. Halverwege liggen de indrukwekkende ruines van de oude stad Palmyra verlaten in de droge hitte. In 2000 bekeken Douwe-Anne en ik die, dus ik stap er niet uit.

 

DAMASCUS (2)

17 juni

Een paar dagen Damascus. Afspraken maken over het vervolg van mijn verblijf met het patriarchaat van de Syrisch-Orthodoxe kerk en met Samer Laham van de MECC (Middel East Counsel of Churches) iedereen is even behulpzaam en alles loopt zoals ik hoop, maar alles kost ook tijd. Het deert me weinig. Het is erg warm en het tempo moet dan niet al te hoog liggen.

Tussen de bedrijven door probeer ik los te komen van de indrukken uit Jazeera. En van het gevoel alleen maar dominee te zijn. Dat ben ik graag en van harte, maar thuis is er een privé-leven naast en dat ontbreekt hier vrijwel geheel. En dat komt niet alleen doordat ik alleen reis. Ook de collega's hier lijken veel meer samen te vallen met hun ambt dan wij in Nederland gewend zijn. Het heeft alles te maken met de kleding. Priesters zijn hier altijd aan hun kleding herkenbaar. Zo ongeveer als de RK priesters uit het rijke roomse leven van ooit bij ons. In onze eigen protestantse kerkelijke cultuur ken ik het alleen van predikanten uit Gereformeerde Bondskring die altijd in zwart kostuum lopen. Om niet al te zeer uit de toon te vallen - als ik gewoon in burger loop begrijpt niemand hier dat ik predikant ben - draag ik een traditioneel donker priesteroverhemd, met zo'n gesloten witte boord. Het heeft wel iets: het maakt het ambt zichtbaar in de samenleving. Maar na een paar weken begint (om het met een oude sketch van Wim Sonneveld te zeggen) 'de boord te knellen'. Ik ben toch niet alleen maar dominee, ik ben toch - ook buitenshuis - ergens ook gewoon Ynte?

Gisteren naar de immigratiedienst om toestemming te krijgen voor een langer verblijf. Na 15 dagen in het land moet je je melden, ook al heb je een visum voor 3 of 6 maanden in je paspoort. Ik was al eerder op het kantoor in Hassakeh geweest en kreeg toen toestemming voor 2 weken extra verblijf. Maar dat verviel op het moment dat ik naar Turkije ging. Toen ik van daar op 5 juni Syrië weer binnenkwam kreeg ik een nieuw visum en dus moest ongeveer nu het circus weer van voor af aan doorlopen worden. Dat is een heel gedoe in een groot gebouw met veel mensen en loketten. Een korte beschrijving: je haalt bij een loket op de 2e verdieping een setje van 4 (!) formulieren. Die formulieren vul je in, je gaat het gebouw uit, laat bij de buren een fotokopie van paspoort en visum maken, koopt een legeszegel (kosten ongeveer 0,16 eurocent) en laat 3 pasfoto’s (die moet je dus bij je hebben) op de formulieren nieten. Dan ga je weer naar het eerste loket. Daar krijg je een stempel en een paraaf op het setje. Vervolgens moet je naar de chef die in een aparte kamer achter een bureau zit om een paraaf. Daarmee ga je weer terug naar het eerste loket. Weer een stempel verder moet je naar een ander loket, waar een formuliertje wordt ingevuld dat je naam draagt en in een enorm kaartsysteem verdwijnt. En je krijgt weer een paraaf extra in je dossier - want dat is de bundel papier waarmee je rondloopt inmiddels geworden. Terug bij het eerste loket wordt er weer iets bijgeschreven voor je voor de tweede maal naar de chef in zijn aparte kamer achter zijn bureau gaat om een paraaf in je paspoort. Je bent nu bijna klaar. Want het dossier gaat nu weer naar het eerste loket, waar het ergens achter verdwijnt en je vriendelijk uitgenodigd wordt om even te gaan zitten. Wat er vervolgens gebeurt, is niet na te gaan, want het loket wordt aan het oog onttrokken door de vele mensen die dezelfde route door het gebouw volgen en die nu hopen aan de beurt te zijn - want uiteraard moet je bij elke nieuwe fase in het proces eventjes op je beurt wachten. Dan schalt er een bevrijdende stem: "Hollanda!" En daar is mijn paspoort met een extra blaadje erin vastgeniet en een bladzijde gevuld met nieuwe stempels en parafen. Gelukkig vroeg en kreeg (!) ik vergunning voor verblijf voor een maand, zodat ik niet al over 2 weken weer moet... Maar gezegd moet, dat het allemaal zeer gemoedelijk en vriendelijk gaat. Geen stress, geen barse tonen, alles even hoffelijk. Je moet er alleen wel even tijd voor reserveren. Inclusief de reis naar en van het kantoor ben je toch wel een kleine ochtend zoet.

Morgen weer verder: naar Ma’arat Saydnaya, niet al te ver buiten de stad. Daar zal ik het komende weekeinde overnachten in een Grieks-orthodox klooster en bezoeken brengen aan het Syrisch-Orthodoxe seminarium daar niet ver vandaan.

18 juni

Vandaag een bezoek gebracht aan het theologisch seminarie van de Syrisch-Orthodoxe kerk in Ma’arat Saydnaya een 30 km boven Damascus. Ik sprak met abuna Matthias Nayesh, de rechterhand van de rector. Bij het aantreden van de patriarch in 1980 was de kerkelijke situatie hachelijk . De kerk (India niet meegerekend) telde nog maar 7 oude monniken en de leegloop van de Turkse streek Tur Abdin (als gevolg van het geweld tussen de Koerdische PKK en het Turkse leger) was net begonnen. De patriarch bewoonde het patriarchaat in Damascus met nog 1 oude monnik en dat was ongeveer de hele kerkelijke top.

De uittocht naar het westen (later ook vanuit Syrië) gaf grote zorg. Maar tegelijk bracht die nieuwe verantwoordelijkheden en mogelijkheden voor de kerk buiten het Midden-Oosten. In Europa, Canada en de VS werden kloosters gesticht en kerken gebouwd om de weggetrokken gelovigen geestelijk te verzorgen. Inmiddels vindt een omgekeerde beweging plaats: vanuit het westen komt geld, en (in beperkte mate) menskracht om de kerken en kloosters hier te versterken en nieuw leven in te blazen.

Matthias - zelf geboren en getogen in Zweden, maar teruggekeerd naar de regio van zijn voorouders - ziet een nieuwe bloeitijd aangebroken voor de kerk. Het seminarie telt zo'n 25 studenten, waarvan de meesten priester (gehuwd) of monnik (ongehuwd) zullen worden. De 15 inwonende monniken verzorgen het leeuwendeel van de lessen. Er zijn in totaal een 80 monniken-nieuwe-stijl. Dat wil zeggen: geen wereldvreemde, beperkt geletterde heremieten, maar goed opgeleide jonge mannen, die bewust en tamelijk open-minded de kerk en de kerkelijke traditie willen dienen. Niet teruggetrokken uit de wereld, maar samen met de mensen. Zij houden vooral St. Efrem de Syriër als voorbeeld aan, die eeuwen geleden al een niet-wereldmijdend monnikendom voorstond, dat - gevoed vanuit het monastieke leven - gewone mensen bijstaat in het leven met het geloof.

Mattias ziet natuurlijk ook de problemen in Europa wel aankomen; dezelfde als waarmee de autochtone kerken in Europa worstelen. Daar groeit nu een geheel verwesterde generatie op die geen weet heeft van de taal, traditie en waarden van hier. Hij hoopt dat mensen als hijzelf, die het westen van binnenuit kennen, maar ook hun wortels hier koesteren, in staat zullen zijn hen te begeleiden.

Het curriculum van het seminarie ziet er goed uit, al weet ik niet op welk niveau er wordt gedoceerd. De studenten krijgen les in de talen Engels, Arabisch, Aramees en Grieks; verder volgen zij de echt theologische vakken als dogmatiek, sacramentsleer, kerkrecht kerkgeschiedenis en patristiek. Ook doen ze aan filosofie, psychologie, homiletiek en muziek; Een kritische noot van een echte protestant: bij de bijbelse vakken worden vooral de commentaren van de eigen kerkvaders op de bijbel bestudeerd en gaat het niet om eigen zelfstandige exegese.

Later werd ik rondgeleid door monnik Youqim (= Joachim) Unval. Geboren in 1975 in Anhil (Tur Abdin), met zijn familie naar Nederland gevlucht in 1989 en sinds 2000 in het seminarie. Eerst als student, maar sinds maart van dit jaar als monnik en docent. Zijn Nederlands is wat aarzelend geworden, maar vrij goed voor iemand die deze taal niet als eerste taal leerde. Een bijzondere man die de droom van menige jonge hier - leven in Europa! - verruilde voor het leven als monnik in het Midden-Oosten. Hij had een prima baan als automonteur, de familie woont leuk, auto voor de deur... Maar het was niet het leven dat hem voldoening gaf. Vandaar dat hij op 26 jarige leeftijd naar het seminarie ging - aanvankelijk voor 4 maanden - om de taal van zijn kerkelijke traditie beter te leren. Eenmaal hier wist hij al gauw dat zijn bestemming in het kloosterleven ligt. Het liet hem niet los, het trok aan hem, zegt hij er zelf over. De enige verklaring die hij er voor heeft is dat God dit hem heeft ingegeven.

Zowel in Nederland als hier ontmoet zijn keuze veel onbegrip, ook van zijn familie, maar hij maakte hem van harte. Youqim spreekt met trots over Nederland en juichte van de week uiteraard het Nederlandse elftal toe. Maar er is eigenlijk niets van het leven in Nederland dat echt belangrijk voor hem was dat hij nu mist.

Youqim is niet de enige die de weg uit Europa naar dit klooster heeft gevonden. Soms zijn ze geboren en getogen in Europa, soms als kind met hun ouders naar Europa gevlucht. Maar een ding hebben ze gemeen: de liefde voor de eeuwenoude traditie van hun kerk en voor de Aramese taal, die nog sterk moet lijken op de taal die Jezus en zijn discipelen ooit spraken. In sommige dorpen in Zuidoost Turkije en Oost-Syrie is die taal op straat nog te horen en de kerk koestert haar in de liturgie.

Voor Youqim speelde de persoon van de patriarch een grote rol in zijn keuze. Die heeft zijn officiële zetel in Damascus, maar woont in het seminarie en spreekt veel met de studenten. Hij moet inspirerend en wijs zijn. Hij is nu 71 en in de crypte onder de kerk is al een plek voor hem gereserveerd. Youqim hoopt dat die plaats nog lang leeg zal blijven, maar weet ook nu al dat hij straks trots zal zijn om zo dicht bij het graf van deze bijzondere man te leven.

Met wat spijt, want ik had best wat willen en ook kunnen blijven doorgegaan naar het Grieks-orthodoxe klooster van St. George in Saydnaya. Er was daar voor mij gereserveerd dus ik kon moeilijk wegblijven of afbellen.

19 juni

Vanmorgen om 5 uur door luid geklepper gewekt: een van de monniken (er zijn er drie) sloeg met een kleine stok op een grotere om iedereen te wekken. Van 5.30 uur tot 7.15 uur is het morgengebed. Wel een hele zit: niet met die hypnotiserende melodieën zoals ik ze van de Syrisch-Orthodoxen ken, maar met hele lappen snel en monotoon gelezen tekst (gebeden, litanieën, bijbelgedeelten?) soms afgewisseld door een paar gezongen regels of een zacht klagelijk 'halleluja' als responsie. Tussendoor zat ik een half uur buiten in de ochtendzon. Mijn neus begon te lopen en ik wilde binnen niet teveel sniffen en luidruchtig snuiten. Bovendien dreigde ik af en toe in slaap te vallen. Na terugkeer was er wierook, wat weer wat afwisseling gaf, maar ook nieuw neusvocht. Gelukkig duurde het daarna niet zo lang meer. Er zijn hier driemaal daags gebedsdiensten. Bij zonsopgang en zonsondergang en voor het slapen gaan. Vandaag is dat om 5.30 uur, 18.30 uur en 21.00 uur.

Na het morgengebed is er thee - de monniken ontbijten met een paar droge koeken met sesamzaad; voor mij waren er zoete met chocolade overgoten broodjes neergezet. Ik hield me bij het rantsoen van de monniken. In de ochtend op de kamer (met prachtig uitzicht over het stadje Saydnaya) wat slaap ingehaald. Smakelijke warme lunch. Net als in de RK kloostertraditie wordt er dan niet gesproken, maar uit een heiligenleven voorgelezen. 's Avonds is het eten sober: stukken koude, pizza-achtig brood, sober besmeerd met kruiden of tomaat en thee.

Zondag 20 juni

Het Grieks-orthodoxe klooster huisvest wel een heel ander soort monniken dan ik in het seminarie ontmoette. Ook deze zijn jong, maar zij zijn minder opgeleid en meer gericht op een innerlijk, afgesloten gebedsleven. Monnik Nikolaus, die het best engels spreekt van de drie, werd in maart monnik. Daarvoor was hij kassier in het Sheraton hotel. Hij is erg gelukkig met zijn nieuwe leven. Alle verleidingen van de wereld heeft hij gezien, maar dit leven is het voor hem. Hij is een soldaat van Christus, die dagelijks tegen de duivel vecht. Want die slaat juist dan toe als je bijna bij je bestemming bent. Gelukkig hoeft hij niet tegen aardse machten te strijden, want hij ziet eruit of hij geen vlieg kwaad kan doen.

De monnik die hier het langst woont is 24. Op zijn 19e trad hij in, zeer tegen de zin van zijn familie. Naar zijn zeggen was er geen houden aan: voor die tijd wilde hij al 10 jaar lang dit leven leiden. Naast bidden bestaat zijn tijdsbesteding aan het zijn van secretaris van de abt. Die heb ik overigens niet ontmoet, die heeft namelijk nog een klooster, een parochie en een school onder zijn hoede.

Hier in Saydnaya is ook het beroemde Maria-klooster, waar zich een door de evangelist Lucas hoogstpersoonlijk geschilderd portret van Maria moet bevinden. Pelgrims van allerlei komaf (ook moslims dus) komen er bidden. Vooral met kinderloosheid weet men hier wel raad. Ironisch genoeg zwaaien de zusters die het klooster beheren ook de scepter over een groot weeshuis, waar wel 100 kinderen leven. Saydnaya is door dit alles - volgens Nikolaus - na het heilig graf van Jezus in Jeruzalem de heiligste plek van de wereld. Ik heb inmiddels bedacht dat het leuker is om dit Mariaklooster later samen met Douwe-Anne te bezoeken - ik was er 5 jaar terug al even en het is best de moeite waard. Dan zouden we ook naar Maalula kunnen gaan, waar het Aramees van Jezus' dagen het zuiverst bewaard is.

21 juni

Weer terug in Damascus. Vanmorgen bij het patriarchaat een nieuwe poging gedaan om bisschop Elia Bahi spreken te te krijgen. Via hem wil ik proberen de patriarch te ontmoeten. En nu niet alleen voor een foto, maar om te praten over zijn beleid. Ik kan daar nu tenminste een paar niet al te domme vragen over stellen. Helaas is de bisschop nog steeds in Jordanië, terwijl de patriarch op 5 juni in Parijs een nieuwe kerk wijdt. Het telefonisch maar weer proberen, later deze week.

Wel met succes contact gelegd met bisschop Salwanos Boutros van Homs. Hij verwacht mij morgen tussen de middag. Ik noemde bisschop Matta als referentie. Een kleine 10 minuten later belde bisschop Matta op. Zijn collega had al navraag naar mij gedaan en Matta had mij alle credits gegeven. Ik zal dus wel goed ontvangen worden morgen. Ook zal de bisschop mij vermoedelijk de bijbelse plaats Zeddad (Numeri 34: 8 en Ezechiël 47: 15) laten zien, want daar is hij een nieuw klooster aan het bouwen.

Vanmiddag nog wat boodschappen gedaan: wat toiletspullen, een nieuwe telefoonkaart. Vanavond gesproken met collega Bert Schüssler uit Wassenaar, die vandaag aankwam uit Nederland. Hij was ooit predikant in het Israëlische Nes Amin en bereidt hier een studiereis voor die een groep predikanten volgend jaar naar Syrië en Libanon zal maken. Kennelijk ben ik gelukkig niet de enige met belangstelling voor de kerk in deze regio.

HOMS

22 juni

Weer eens met mijn neus in de boter gevallen. Rustige busreis naar Homs. Daar met een taxi naar de kerk Om el Zanar, waar de bisschop woont. In deze kerk wordt een eenvoudige, gevlochten ceintuur bewaard die volgens de overlevering ooit aan Maria toebehoorde.

De bisschop had laten weten dat hij die dag de priesters van zijn bisdom langs zou krijgen, voor hun maandelijkse overleg. Op de binnenplaats naast de kerk trof ik niet alleen de bisschop en het merendeel van zijn priesters, maar ook de vrouwen van de priesters. De bisschop had namelijk wat te vieren: twee weken geleden hadden hij en zijn secretaris, diaken Luka, een stevig auto-ongeluk. Dank zij God en de airbags hadden zij het er goed afgebracht. Het had veel bezorgde en hartelijke reacties opgeleverd en de bisschop wilde zijn vreugde en dankbaarheid over de goede afloop delen met zijn priesters en hun echtgenotes. Na de ochtendvergadering ging het per bus naar een uitstekend restaurant voor een heerlijke lunch in de open lucht onder een belommerd afdak. Het was erg ontspannen en vrolijk allemaal. Een van de priesters beheerst de Arabische zangtechniek goed en gaf blijk van zijn kunnen. Er was bier en arak voor de liefhebbers en de waterpijp werd gerookt.

Na het fruit werd ik wat meer formeel door de bisschop geïntroduceerd en kreeg ik het woord. Diaken Luka vertaalde. Ik dankte voor de gastvrije ontvangst en vertelde iets over het doel van mijn reis: leren van de kerk in dit deel van de wereld. Het belangrijkste wat ik tot nu toe leerde is dat de kerk nieuwe situaties niet krampachtig en naar binnen gekeerd tegemoet treedt, maar met een open geest. Er ligt een sterke nadruk op de educatie van zowel gemeenteleden als priesters en dat is sterk.

Later die middag sprak ik nog twee groepen toe met Luka als mijn tolk. In een bovenzaal bij de kerk was een bijeenkomst van een groep verstandelijk gehandicapten. Er was vrolijke dans en gebed, en er werden geestelijke liederen gezongen. Volgende maand gaat de groep een weekje uit naar de kust. Ik bedankte hartelijk voor de uitnodiging om mee te gaan. Volgens mijn globale schema zit ik dan in Libanon. Ik vertelde van de aangepaste kerkdiensten die in De Fontein worden gehouden. Daarna was ik de gast van de bijeenkomst van wat bij ons de vrouwenvereniging zou heten. Mij werd gevraagd iets over de plaats van de vrouw in de kerk te vertellen. Glad ijs, omdat vrouw en ambt hier een onmogelijke combinatie is. Ik begon maar met te onderstrepen dat onze tradities enorm uiteenlopen en dat het dus belangrijk is om uit te gaan van het geloof in Jezus Christus dat ons bindt en dat alle verschillen overstijgt. Ik vertelde dat vrouwen in onze gemeente een enorme rol spelen in de sociale kant van het gemeente zijn: het pastorale en diakonale bezoekwerk. Dat blijkt hier al niet veel anders te zijn.

De groep wilde graag praten over de jeugd en de rol van de kerk bij de geloofsopvoeding. Mijn inbreng in het gesprek was de overtuiging dat de kerk de jeugd niet vermanend en moralistisch moet benaderen, maar als de Moeder die zij hoort te zijn: met altijd het hart en de deur open voor ieder mens, wie of wat hij/zij ook is of deed. Wat de jeugd betreft onderstreepte ik dat er in onze cultuur een levensfase is waarin jongeren geen tijd en aandacht voor het geloof hebben. Het is dan van belang om hen dan in elk geval te blijven ontmoeten, zodat ze de kerk niet vergeten en weten dat het een plaats is waar zij thuis kunnen en mogen zijn. Er was veel herkenning over en weer.

Het avondeten bleef beperkt tot wat fruit en sap. Gelukkig maar want de lunch was rijk geweest. Voor het slapen een glas gedronken met bisschop Salwanos en nader kennisgemaakt. Hij verzuchtte dat het nadeel van zijn functie was dat hij geen privé-leven heeft. Vakantie houden zoals wij dat doen is er niet bij. Een reis met een anoniem verblijf in hotels en eten in restaurants in Europa is onbetaalbaar, dus blijft het bij bezoeken aan kerken in andere landen. En dan ben je wel gast, maar ook altijd bisschop. Alleen zijn moeder noemt hem door de telefoon nog wel eens bij zijn oude voornaam. En neefjes en nichtjes zeggen soms gewoon oom tegen hem. Verder is hij altijd en voor iedereen 'Saidna'.

25 juni

De afgelopen dagen niet aan schrijven toegekomen. De bisschop heeft een heel programma voor me in elkaar gezet. Woensdag met Luka naar een paar dorpen in het bisdom bezocht. Gesproken met de priesters, rondgeleid door de kerken en kerkelijke gebouwen. Die zien er in de regel goed uit. Er wordt veel vernieuwd en verbouwd. Het geld komt van geloofsgenoten die het land hebben verlaten. En dat is meteen het grootste probleem van de kerk: de vele mensen die voor zichzelf geen toekomst zien in Syrië en naar het Westen vertrekken. Het land is erg geïsoleerd geraakt, politiek zowel als economisch. Vroeger leunde het in economisch opzicht op de Sovjetunie en dat is niet goed uitgepakt. En de steun aan het Westen in de eerste Golfoorlog bracht wel isolement in de regio, maar geen sympathie in het westen. Het percentage christenen in Syrië is in een paar jaar tijd gedaald van 13 naar 8.

's Avonds gegeten met een regeringsdelegatie die zich met communicatie bezighoudt. Een gebied waar ongelofelijk veel gebeurt. De nieuwe president is in het westen opgeleid en wil het land in cultureel en economisch opzicht openen. De ontwikkelingen gaan in een hoog tempo. In een paar jaar tijd zijn internet en mobile telefonie overal beschikbaar en de beter gesitueerden hebben via satelliet TV toegang tot een wereldwijd aanbod. Ik zag zelfs een stukje NOS Journaal. Ik had wel graag ook kritisch willen doorpraten over het bewind, dat aan de macht is, maar ik stelde me terughoudend op: ik ben nu eenmaal gast van de bisschop en wil hem met mijn Hollandse directheid niet tegenover zijn andere gasten in verlegenheid brengen.

Gisteren met een groepje monniken die doceren aan het seminarie in Ma’arat Saydnaya mee uit geweest. De examens zijn net achter de rug en er is wat tijd voor ontspanning. We bezochten Crac des Chevalliers, een prachtig en fotogeniek kruisridderslot een 50 kilometer verderop.

's Avonds weer samen met de bisschop uit eten. Nu bij een familie in een van de dorpen.

Vanmorgen was er een eucharistieviering aansluitend aan het morgengebed. Ik merk dat de tijd (het geheel duurde van 8.15 tot 10.30 uur) me niet lang valt. Dat komt denk ik doordat ik melodieën begin te herkennen en vertrouwd raak met de gang van zaken. Daardoor weet ik zo ongeveer waar we in de dienst zitten en wat er volgen zal.

Straks met de bisschop naar het bijbelse Zeddad. Vanavond een bijeenkomst van een jeugdgroep hier in Homs. Wat morgen brengen zal weet ik niet, maar zondag worden er in het dorp Zaidal 20 diakenen gewijd. Ik wordt daar uiteraard bij verwacht.

25 juni

Ik verwachtte een jongerenavond in Homs te bezoeken, maar bleek de hele dag met bisschop Salwanos op pad te gaan. Dat betekende in de ochtend samen een aantal dorpen langs om tussen de middag te eindigen in Zeddad. Een paar kilometer buiten het stadje kocht de kerk een flink stuk grond (100 hectare!) om een klooster a la Tel Wardiat nabij Hassakeh te bouwen. Het moet dienst doen als conferentieoord.

Er is hier geld. Afkomstig van naar de VS vertrokken families. Overal worden mooie nieuwe huizen gebouwd en kerken opgeknapt. Buiten een van de dorpen verrijst een forse kerk, de grootste van het hele diocees. Er wonen in het dorp nauwelijks mensen genoeg om het gebouw in de toekomst te laten functioneren, naast de al bestaande kerk, maar de gulle gever (1 persoon) wilde het per sé in dit dorp hebben. De bisschop stelde nog voor om het gebouw te bouwen als kerk van het toekomstige klooster, waarop de gever dreigde zijn geld aan de roomsen te geven. Toen accepteerde de bisschop het geschenk maar. De kerk zal straks hooguit eens in de maand worden gebruikt.

We lunchten in Zaddad zelf. Bisschop Salwanos is er opgegroeid en zijn moeder woont er in bij het gezin van zijn zuster. Toen ik wat wilde helpen met opdienen maakte de bisschop me duidelijk dat ik hier gast was en dat hij hier geen bisschop was, maar zoon des huizes. Hij liep dus in hemdsmouwen en op blote voeten en zonder de hoofdbedekking met kruisjes, die monniken altijd dragen. We aten lekker met een glaasje thuis gestookte arak erbij. Daarna wat gerust op van die lage banken die langs alle muren van de kamer staan, fruit en thee en weer op pad.

Het oude Zaddad bestaat uit lemen bouwsels die behoorlijk schilderachtig, maar wel definitief, aan het verkruimelen zijn. Ervoor in de plaats komen van die uit betonnen blokken opgetrokken huizen. Natuurlijk een stuk comfortabeler en zo, dus geef ze eens ongelijk. Maar de charme is over een paar jaar volledig van het stadje af.

Om 7 uur was er een trouwdienst in een van de kerken van het dorp. In een klein uurtje was het gepiept. De bruid was een dochter van de plaatselijke priester. Het stel zegt helemaal aan het begin van de plechtigheid ja, dan komen de gebeden en de schriftlezingen, de ringen worden gezegend en omgedaan, bruid en bruidegom krijgen elk een gouden kroon opgezet, geven elkaar de hand, het stel loopt 2 rondjes rond de tafel waarachter zij staan (ze staan de hele dienst), komen naar voren waar de kronen weer worden afgedaan en het gejuich begint. Alle aanwezige priesters deden iets. Mijn rol beperkte zich tot het vasthouden van een kaars bij de lezing van het evangelie, maar ja, veel meer zou ik hier ook niet kunnen bijdragen. Trouwfeesten zijn hier overigens niet na, maar voor de bruiloft. Zo ongeveer als bij ons de vrijgezellenfeestjes. We bezochten er een van een stel dat volgende week gaat trouwen.

26 juni

Vandaag was ik overdag vrij. Dus tijd om bij te schrijven. Terwijl ik bezig was viel tot twee keer toe de stroom uit - net toen ik niet mijn eigen mobiele apparatuur gebruikte maar de computer van de bisschop. Gelukkig maakt ook zijn tekstverwerkingsprogramma automatische back-ups, zodat ik niet alles opnieuw hoefde te typen. Op een zeker moment toch maar weer overgestapt op mijn eigen apparatuur, omdat ook het noodaggregaat was uitgezet omdat iedereen last had van de oorverdovende herrie dat het maakte.

Het enige programmapunt was een traditionele verlovingsplechtigheid in het dorp Zaidal. Die speelt zich af in het huis van de beoogde bruid. In de woonkamer zitten de mannelijke familieleden bij elkaar en ook de beoogde bruidegom is aanwezig. De vrouwen zitten elders in het huis, maar volgen alles op de voet door alle openstaande deuren en ramen. De priester vraagt aan de vader van de bruid of die kan instemmen met het voorgenomen huwelijk. Als hij dan 'gefeliciteerd' zegt tegen de bruidegom, is de zaak rond. In dit geval was de vader van de bruid overleden en had men uit respect besloten om de moeder zijn plaats te laten innemen. Toen het hoge woord eruit was werd de aanstaande bruid hartelijk binnengehaald en overhandigde de bruidegom de huwelijkscadeaus – een hoeveelheid gouden sieraden waarover tevoren door de families is onderhandeld - aan zijn bruid, waaronder de verlovingsringen. Die worden onder gezang en gebed gezegend en aan de respectievelijke vingers geschoven. Er wordt gefeliciteerd en er is snoep en frisdrank. Hoe het feest daarna doorgaat weet ik niet, want het kerkelijke gezelschap vertrekt vrij snel. Gewoonlijk is hier dus een rol voor de priester weggelegd, maar ook de bisschop kan ervoor worden uitgenodigd. Dat gaat wel tegen een hoger tarief, want kerkelijke handelingen kosten geld en een actie Kerkbalans wordt hier niet gehouden.

zondag 27 juni

Vanmorgen gewone tijd op. Om 8.15 uur vertrek naar Feirouza, een van de grote dorp in het diocees waar het feest was in de kerk van abuna Hanna. Een groep jongeren (40 meisjes en 20 jongens) ontvingen de Heilige Communie. De jongens werden bovendien tot subdiaken gewijd. Toen we tegen 9 uur aankwamen waren de gebeden al een goed halfuur gaande. De hoofddienst begon om 9 uur en duurde tot 11.30 uur. Naast de in de eucharistie gebruikelijke onderdelen, knipte de bisschop bij alle jongens en meisjes een paar plukjes haar af, net zoals gebeurde bij de wijding van priester Saliba in Qamishli. Bisschop Salwanos knipte heel subtiel: er werd geen kapsel verknoeid. De meisjes kregen daarna een luchtige hoofddoek op het haar gedrapeerd en de jongens kregen de stola die de subdiaken draagt omgehangen.

Na de dienst was er muziek van de drumband in de gemeentezaal en volgde een toespraak van abuna Hanna. Daarna sprak de bisschop, die vervolgens mij de microfoon in handen drukte om ook iets te zeggen. Er was gelukkig iemand om te vertalen. Hierna werden er handen geschud. Van de mensen die iets in het Engels tegen me zeiden, feliciteerde zeker de helft me met de overwinning van het Nederlandse elftal op dat van Zweden gisteravond. Ik was nota bene na de tweede helft gaan slapen omdat ik niet doorhad dat er verlengd zou worden. Ik begreep dat de beslissing van een penalty kwam.

Toen kwam er een bezoek aan abuna Hanna en zijn vrouw, een lunch met het kerkbestuur en bezoeken aan vier huizen van gemeenteleden.

Bij nader inzien bedacht de bisschop dat de avond met de lezing over het gezinsleven misschien niet echt iets was voor mij. Het grootste deel van de avond wordt in beslag genomen door de lezing en daar versta ik niets van. Maar als ik ergens heen wilde zou diaken Luka me erheen rijden. Ik zei Luka dat hij rustig naar de lezing toe kan gaan zonder mij. Ik redt me wel alleen vanavond. Hij was blij om vrij te zijn.

28 juni

De brief die ik zaterdag schreef aan Kerk in Actie om een bijdrage aan de bouw van het klooster is de deur uit. Ik schreef onder meer: "De kerk in Syrië is een kwetsbare minderheid - het percentage christenen is inmiddels gedaald tot 8. In die omstandigheden lukt het m.n. de Syrisch-Orthodoxe Kerk op bewonderenswaardige wijze om niet naar binnen gekeerd te opereren, maar te investeren in educatie. De beoogde bouw van het klooster is daarvan een bewijs. Ook is er een sterk besef van oecumenische verbondenheid. Des te verdrietiger is het dat de kerk hier zich soms vergeten voelt door de kerken in het Westen. Wel wordt de last van de buitenlandse politieke druk op het land ook door de christenen en de kerken ervaren. Een bijdrage van Kerk in Actie aan het project zou zeker als een teken van verbondenheid en een hart onder de riem van de gelovigen hier worden ervaren, net zoals dat het geval was bij de steun aan de bouw van het St Mary's klooster in Tel Wardiad. Ik vind dat de Syrisch-Orthodoxe Kerk die steun van harte verdient."

Aan het eind van de middag nam abuna Antoon na tien jaar afscheid van zijn gemeente in het dorp Meskena. Gisteren leidde hij voor het laatste de viering, morgen stapt hij op het vliegtuig naar Boston. Het moet een enorme overgang zijn voor hem en zijn gezin: van een tamelijk grote gemeente in een betrekkelijk klein dorp, maar een heel kleine gemeente (ongeveer 60 families) in een enorme stad in de VS. Hij heeft er duidelijk zin in, maar is ook wel wat gespannen. Zijn beheersing van het Engels is nog zeer beperkt en de vraag is of hij de aansluiting met een verwesterde gemeente makkelijk zal maken. Aan de andere kant is hij jong genoeg, bijzonder vriendelijk en hij oogt open. De toespraken bij het afscheid versta ik uiteraard niet, maar ik leer de 'muziek' van het gesprokene en de lichaamstaal beter verstaan. Ik zie een glinstering in Antoons ogen die zowel het verdriet om het vaarwel als de zin in het nieuwe verraadt. Ik wens hem Gods zegen in zijn werk en voor zijn gezin in het verre Boston en moet tegelijk denken aan het naderende vertrek van Feike uit onze eigen gemeente.

's Avonds is de bisschop op familiebezoek. Ik maak weer een ommetje door de souks van de stad. Ik hou ervan om tussen alle plechtigheden en ontvangsten door wat meer anoniem te zijn. Voor zover dat tenminste mogelijk is voor een twee meter lange westerling in een stad in het Midden-Oosten. Ik vind onderweg zowaar een winkeltje met goedkope sigaren. Tenminste voor mijn begrippen. 40 Syrische pond, ongeveer 70 eurocent per stuk. Als je bedenkt dat een pakje van 25 sigaretten slechts 25 pond kost is het weer duur. Ik koop de hele voorraad van vijf stuks maar op. Terug geef ik er een aan Luka, die zelf wel niet rookt, maar mij eergisteren vriendelijk een grote sigaar aanbood die hij ooit ergens kreeg.

Ik wilde niet te laat naar bed gaan vanwege de reis de volgende dag, maar omdat het mijn laatste avond in Homs was, wilde ik niet voor terugkeer van de bisschop gaan slapen. Om goed elf uur is hij terug. Ik dank hem hartelijk voor zijn royale gastvrijheid en voor de tijd die hij aan mij heeft besteed. Als klein presentje had ik een CD met het Stabat Mater van Pergolesi voor hem klaargelegd. De muziek werd meteen gedraaid en het leek hem te bevallen. Luka toonde de sigaar, wat de bisschop op een idee bracht. Hij verdween in een zijkamer en kwam terug met een prachtige kist Cubaanse 'Romeo & Julliet' sigaren en een fles Martini. Hij rookt en drinkt eigenlijk niet, maar krijgt dit soort dingen geregeld aangeboden. Mijn vertrek was een mooie reden om samen een flinke sigaar op te steken en de Martini te proberen. Daarna pakte hij uit met goede gaven: een houten kruis voor aan de wand, een wandklokje met de afbeelding van Maria die ook aan de buitenkant van de kerk staat, een modern bureauklokje en als klap op de vuurpijl een fors borstkruis aan een ketting, met de opmerking dat het bescheiden kruisje dat ik draag wel heel mooi en subtiel is, maar veel te klein voor een priester. Ik neem het geroerd door zoveel hartelijkheid in ontvangst.

29 juni

Alles komt traag op gang vanmorgen, zo traag dat ik er soms aan twijfel of ik wel voor donker in Damascus aan zal komen. Gelukkig leer ik hier inmiddels minder met het horloge in de hand te leven dan ik thuis doe. Na het ontbijt moet de bisschop nodig spreken met een aantal mensen dat al een tijdje zit te wachten. Met koffietijd (waarbij hier thee wordt geschonken) zijn de zusters uit Saydnaya met wie ik samen zal reizen gearriveerd. Zij hielden gisteren ook een lezing in een van de dorpen en logeerden er. Zij kwamen twee maanden terug uit Bagdad naar Syrië en zijn erg ongerust over het afschuwelijke geweld hun land. Zij vinden het onbegrijpelijk dat uitgerekend christelijk landen als de VS en Engeland hun land hebben aangevallen en bezet.

Terwijl we al bijna zouden vertrekken bedenken we dat een serie voor mij nabestelde foto's nog niet is aangekomen. Terwijl er iemand opuit wordt gestuurd om te informeren, praat ik gezellig met een operazanger die vooral graag Donizetti zingt en met de nationale kampioen gewichtheffen die op het punt staat voor een wereldkampioenschap naar de VS af te reizen en daar graag de zegen van de bisschop voor wil hebben. De tijd vliegt, kortom, en omdat het niet goed is om met een lege maag op reis te gaan, lunchen we ook nog even. Als we uiteindelijk in de bus zitten, vertrekken we meteen. Dat lijkt dus mee te zitten, totdat de bus 10 kilometer buiten Homs een restaurant aandoet, omdat de meeste passagiers al in Aleppo zijn ingestapt en rammelen van de honger. De zusters zijn merkbaar meer bedreven in het lijdzaam bezitten van de ziel dan ik, maar ik begin bij te leren. Om een uur of 5 komen we toch nog goed in Damascus aan.

 

DAMASCUS (3)

30 juni

Weer wakker geworden in het inmiddels vertrouwde Eliasklooster. Voel me wat half. Het zal wel de invloed van de warmte zijn. In Homs was het aangenaam: warm maar niet al te heet. En de avonden, nachten en ochtenden zijn er koel. Damascus ligt in een soort kom zodat het er zomers altijd heet is. Wat mijn programma betreft zit het wat tegen: de Patriarch is in Europa en komt pas over twee weken terug. De kerken die hij gaat wijden blijken namelijk ergens in Duitsland en in Parijs te staan. Die krijg ik dus niet meer te spreken voor Douwe-Anne komt. En dan wil ik mijn schrijfwerk afhebben.

‘s Avonds op een terras de tweede helft van Nederland-Portugal gezien. Voor mijn nationale trots is het natuurlijk niet goed, maar verder vind ik het wel best zo. Na de wedstrijd aan de praat geraakt met drie Druzen uit Sweida, in het zuiden. Zij hebben best kritiek op het regime, maar die gaat over corruptie en nepotisme. De opgelegde vrede en tolerantie tussen de diverse bevolkingsgroepen bevalt hen prima. Het was gezellig en uiteraard moet ik hen ooit in Sweida komen opzoeken. Ik dank altijd heel hartelijke voor zulke uitnodigingen. Waarschijnlijk zou het heus op prijs gesteld worden als ik kwam, maar ik geloof niet dat het onbeleefd gevonden wordt om het te laten bij het dankwoord. We dronken wat arak en ik vertelde het grapje van de hervormde die door Petrus werd rondgeleid door de hemel en die in een bepaalde afdeling op kousenvoeten moest lopen en geen geluid mocht maken. "Hier zitten de vrijgemaakten en die denken dat zij hier de enigen zijn". Ik verving gewoon 'hervormde' door 'christen' en 'vrijgemaakten' door 'moslims'. Ze vonden het erg leuk, want de doorsnee moslim vindt Druzen maar rare ketters.

1 juli

Vandaag een bezoekje aan het 'Nederlands Instituut voor Academische Studies' gebracht. Een club die Nederlanders die hier (willen) studeren faciliteert en bemiddelt voor Syriërs die in Nederland willen studeren. Ook wat extra pasfoto’s laten maken (ze zijn morgen klaar) want daarvan heb je er met alle formulieren hier nooit genoeg. Ik denk zaterdag naar Libanon te gaan. Bisschop Theohpillos van het diocees Mount Lebanon heette me telefonisch alvast zeer welkom. Hij is een van de drie Syrisch-Orthodoxe bisschoppen in Libanon. Zijn naam kreeg ik door van Bisschop Matta Roham en op diens aanbeveling kom ik tot nu toe ver.

MOUNT LEBANON

3 juli

Van Damascus naar Beirut gereisd. De plaatsnamen alleen al roepen werelden op. Vanaf busstation Baramkeh in Damascus vertrekken een soort deeltaxi's: grote oude Amerikaanse auto’s die vertrekken als zij vijf passagiers bijeen hebben. Een uur rijden tot de grens, een uur formaliteiten aan Syrische en Libanese zijde en weer een uur rijden naar Beirut. Alles ging wat mij betreft voorspoedig. Aan beide zijden was een speciaal loket voor vreemdelingen en in tegenstelling tot de andere loketten stonden daar geen rijen. Voor twee medepassagiers bleek de grens te lastig: een oude man met een Irakees paspoort mocht Syrië niet uit en een jonge man had niet de juiste papieren om Libanon in te komen. De taxichauffeur baalde wat, want hij kwam met slechts drie passagiers aan en kreeg dus ook maar van drie betaald. Het zou mij niet verbazen als dit soort gedoe precies de reden is dat het systeem met groepjes van 5 in één auto zo goed loopt. Als je met een bus vol aankomt ben je waarschijnlijk erg veel tijd kwijt voordat ieders papieren zijn gecontroleerd, gestempeld, geparafeerd of wat er ook maar gebeuren moet.

Beirut is bijzonder. Een grote onoverzichtelijke stad aan zee op vele heuvels gebouwd. Op het oog niets vreemds. Mondaine plaats, veel banken, restaurants, dure garages, mode en meubels. Veel nieuwe hoogbouw. Ook het nodige in aanbouw. Tussendoor oudere gebouwen. Veel beton, tot een laag of 5 a 7 en af en toe een huis uit de eerste helft van de 20ste eeuw, maar die zijn zeldzaam. Maar als je goed kijkt zie je dat in sommige buurten vrijwel elk ouder gebouw oorlogsschade heeft. Er is er vrijwel niet een ongeschonden. Soms zijn er slechts wat kogelgaten, maar soms is een hele hoek van een overigens gewoon in gebruik zijnd pand weggeschoten. De ergste schade is opgeruimd. Na de vrede is men als een gek gaan bouwen met naar het schijnt verbluffend resultaat - ik zag te weinig om een oordeel te hebben. Het land moest weer een bruisende en moderne hoofdstad hebben met een hart. Komende dagen hoop ik meer van de stad te zien.

Na aankomst op het busstation met een taxi naar de wijk waar de bisschop woont. Bouchrieh, wel een onderdeel van groot-Beirut, maar het wordt niet meer bij Beirut zelf gerekend. Lunch bij de bisschop thuis in zijn appartement op een kilometer afstand van een gebouw uit 1985 waarin zijn kantoor, de hoofdkerk en een paar gastenkamers zijn gevestigd. Na de lunch kort kennisgemaakt en nog eens het doel van mijn komst verklaard. Toen hij vroeg hoe lang ik in Libanon wilde zijn, had ik het over een kleine week. 'Dan ben je mijn gast' was zijn resolute reactie. Ik kreeg later die middag een van de gastenkamers bij de kerk. Ik stootte er tweemaal lelijk mijn hoofd, omdat het er hier en daar erg laag is, maar een gegeven paard .... Bovendien heb ik een sleutel van de voordeur en dat voelt prettig en onafhankelijk. Niet dat ik dat ook echt ben: na de lunch was het rusten en verzamelen in de werkkamer van de bisschop. Weer dat vage en ongeorganiseerde van komende en gaande mensen. Om een uur of negen verontschuldigde de bisschop zich, omdat er een vergadering was. Ik trok me terug in mijn kamer en settelde me er wat.

Zondag 4 juli

Vanmorgen om half acht door een geweldige herrie gewekt. Klokgelui, maar ook een geluid alsof de hele boel op instorten staat. Het blijkt dat de kerkklokken vlak boven mijn kamer zijn en dat het luidmechaniek nogal lawaaiig is. Dus mooi op tijd op voor de hoofddienst. Weer vanzelfsprekend in het koor gezet met Hamnicho om. Ook het nieuwe kruis van bisschop Salwanos maar omgehangen (het is wel érg groot). De bisschop stuurde het jongetje met het wierookvat herhaaldelijk naar mij toe om bij te vullen. Ik zal wel van alles niet goed gedaan hebben, maar deed mijn best. Ik werd zelfs uitgenodigd om brood en wijn te gebruiken, wat meestal alleen de celebrant doet.

Na de dienst met een man of 30 koffie in de ontvangstsalon en vervolgens met een deel van dit gezelschap een doopviering. En passant werd er ook een verloving ingevoegd - d.w.z. de ringen werden gezegend en omgedaan. Met minder ceremonieel dan ik eerder meemaakte. Het geheel werd afgesloten met een feestlunch in een restaurant met uitzicht op zee. Het is hier zeker geen Tur Abdin. Soberheid en vasten moet ik hier nog meemaken.

Na het rustuurtje een dure trouwerij met veel bloemen en camera's. Bij binnenkomst van het bruidspaar klonk de bruiloftsmars van Mendelssohn uit de luidsprekers en na de sluiting van het huwelijk het Halleluja van Händel. Ook hier naast eeuwenoude gezangen en gebeden goedkope Amerikaanse romantiek. Na afloop werd er weer chique gegeten ergens buiten met alweer zicht op zee.

5 juli

De bisschop arriveerde om goed tien uur en was de rest van de ochtend - als een tandarts met een volle wachtkamer - doende de inmiddels toegestroomde mensen te woord te staan. Privacy is er niet bij: je kunt je vraag of probleem aan hem voorleggen in tegenwoordigheid van op zijn minst vijf andere aanwezigen. Hij verontschuldigde zich dat hij nog geen tijd voor mij had, maar ik heb inmiddels door hoe het werkt: een bisschop is hier maar heel beperkt baas over zijn eigen agenda. Ik vraag me af hoe het mogelijk is dat er af en toe een zelfs tot het maken van beleid komt.

Tussendoor lukt het om hem een minuut of tien te spreken. Ik vroeg naar de situatie van de kerk in Libanon. De Syrisch-Orthodoxen hier zijn ruwweg in drie groepen onder te verdelen. Een deel is hier van oudsher, een deel kwam hier na de eerste Wereldoorlog als gevolg van de genocide in Z-O Turkije en een deel vestigde zich hier in de jaren 50/60 uit Syrië, Turkije en Irak. In het kort komt het erop neer, dat in zijn ogen de kerk in Tur Abdin nog slechts roemrijk verleden is, die in Syrië kwijnend, terwijl die in Libanon wat te vertellen heeft. Het Libanese systeem heeft de macht namelijk goed verdeeld over christenen (i.c. Maronieten die aan Rome gelieerd zijn) Druzen (een tak van Islam die door de meerderheid als ketters wordt gezien) en Sjiieten. De een levert de president, de ander de premier en de derde de voorzitter van het parlement. Zonder elkaar kunnen die drie niet zoveel. De christenen zijn hier wel een minderheid, maar ze hebben dus relatief veel invloed. Toen ik vroeg of de Syrisch-Orthodoxe kerk ook betrokken was geweest bij de burgeroorlog reageerde hij verbaasd: "Natuurlijk, alle christenen waren één. En als Syrië niet militair had ingegrepen hadden we nog gewonnen ook." Tegelijk meent hij dat op het ogenblik de Syrische militaire aanwezigheid een noodzakelijke stabiliserende factor is. Echte zorgen over zijn kerk heeft de bisschop niet. Of het moet zijn dat de mensen door de matige economische toestand niet veel kunnen bijdragen aan het kerkenwerk. En er zouden een stuk of vier priesters bij kunnen in zijn bisdom, maar veel meer wensen heeft hij niet.

Al gauw werd het gesprek beëindigd door telefoontjes en nieuwe bezoekers. Gelukkig ook een paar voor mij leuke. Drie heren uit Zweden ontwierpen een prachtige website met liturgische en profane muziek uit de Syrische traditie en met veel bijbelse en kerkelijke gegevens. In het Zweeds, maar met ook een Engelse versie. Voor wie belangstelling heeft: www.syriacmusic.com Aanmelden is nodig om muziek te kunnen downloaden, maar het is gratis en slechts bestemd om zo nodig ongewenste inmenging te kunnen weren. Toch wel mooi om te zien hoe ook hier gewone gemeenteleden (de een is in Zweden informaticus bij defensie, de ander jurist bij het rijk en de derde vormgever) zich inzetten voor de traditie van hun kerk.

Samen met hen geluncht bij de bisschop thuis. Daarna moest de bisschop weer voor een paar uur weg. Ik besloot de stad in te gaan. Met de bus naar het stadsdeel Hamra gereden. Hierheen verplaatste de bedrijvigheid zich toen tijdens de burgeroorlog het oude centrum beetje bij beetje werd stukgeschoten. Daarna rondgesjouwd door oud/nieuw Beirut. Het lijkt me leuk om dat straks samen met Douwe-Anne en zijn kijk op architectuur en stedenbouw uitgebreider en systematischer te doen.

Wat ik inmiddels van de politieke toestand begrijp is dat Libanon een beetje de gijzelaar is van het Israëlisch-Palestijnse conflict en van de onopgeloste spanningen (Golan) tussen Israël en Syrië. Er wonen veel statenloze Palestijnen in het land die hier geen echte plek krijgen. Het land behandelt ze bepaald niet royaal en wil ze het liefste kwijt. Zij hebben daardoor uiteraard veel sympathie voor de Palestijnse strijd (i.c. Hezbollah) en zijn daarmee een risico voor Libanon. Immers zodra Libanon door hen als uitvalsbasis voor aanvallen op Israël wordt gebruikt straft Israël Libanon af. Dat was in het verleden herhaaldelijk het geval.

6 juli

Eigenlijk zat ik mij juist af te vragen hoe ik hier verder moest, omdat er niets kerkelijks te beleven viel hier. Maar opeens zit ik weer middenin van alles. Het blijkt dat de Patriarch terug uit Parijs hier zou landen en per auto naar Damascus zou gaan. Dus was er hier een comité van ontvangst van een man of 12 in elkaar gezet. Alweer met zoevende Mercedessen door de stad (het wordt eentonig) naar het vliegveld, de VIP-ingang in en naar een luxe ontvangkamer geleid. De Patriarch werd samen met bisschop Eliah Bahi (die ik in mei in Damascus trof) per auto van het vliegtuig naar de VIP-room gereden. Hij leek me nog te herkennen ook. Hij was er maar kort - de tijd die nodig was om iemand voor de bagage en de paspoort formaliteiten te laten zorgen - maar lang genoeg om met hem af te spreken dat ik hem rond het weekeinde te spreken kan krijgen. Daarna weer glijdend in optocht op weg. Op het kruispunt waar de wegen scheidden uitzwaaien en terug.

Onderweg vertelde bisschop George dat we eind van de middag naar een ontvangst van de ambassadeur van de VS zouden gaan ter gelegenheid van onafhankelijkheidsdag. Tussendoor een familieprobleem. Ook in Libanon registreert de overheid huwelijk, echtscheiding, toewijzing van kinderen en alimentatie slechts op grond van kerkelijke papieren. In de werkkamer van de bisschop zaten een man, vrouw en vijf kinderen plus schoonfamilie gepropt. De vrouw en de kinderen leven al een tijdje apart vanwege ruzie. Abu George, die hier voor de huishouding zorgt en Engels spreekt, hield me op de hoogte. Dat was niet moeilijk want alles ging natuurlijk met open deuren en er werd behoorlijk met stemverheffing gesproken. Aan de basis van het conflict leek geldgebrek te liggen. De man kon zijn gezin eigenlijk niet onderhouden en dat had grote spanningen gegeven. Inmiddels had de vrouw ook nog een vriend. De bisschop stelde voor om het verleden te vergeten en een nieuwe start te maken. Schoonmamma lag het meest dwars, maar uiteindelijk ging iedereen akkoord. Ik merkte op dat er volgens mij veel gebed nodig was om er nog iets van de maken, want de sfeer was tot op het laatst om te snijden. Abu George was het wel met mij eens, geloof ik.

Toen naar de receptie, die vanwege de omvang in een groot paviljoen werd gehouden. Begrijpelijkerwijze extreme veiligheidsmaatregelen. De hele wijk was afgezet en er klapwiekten een paar helikopters rond. Overal langs de route militairen, auto's kregen na controle een speciale sticker en vanaf een 100 meter voor de feestzaal werd er geen auto meer toegelaten en was de weg geblokkeerd. Een auto met explosieven zou geen kans maken. Voor de ingang van de feestzaal waren detectiepoortjes en extra fouillerende veiligheidsmensen. Behalve voor de 100 belangrijkste gasten dus, waaronder de bisschop met mij in zijn kielzog - die mochten zo naar binnen. Daar was het wel erg Amerikaans. De catering kostte de ambassade niets, omdat die volledig gesponsord werd. Langs de kant van de feestzaalstonden kramen van Starbucks koffie, Jack Daniels whisky, Pepsi cola en van vele andere Amerikaanse bedrijven die eten en drinken verkopen. Natuurlijk was er ook een grote hoek waar MacDonalds hamburgers en kipnuggets uitdeelde. Ik beperkte me tot een bakje frieten, die eigenlijk prima smaakten. Alles ging wel uit plastic bakjes, bordjes en bekertjes. We waren er een halfuurtje, de bisschop begroette vele bekenden en stelde mij aan velen voor.

Daarna naar een kerkcomplex in aanbouw in een voorstad van Beirut. Kerkzaal, gemeentezaal, parkeerbak eronder, kantoren zalen en gastenverblijven ernaast. Het zal het centrum van gebed, ontmoeting en educatie zijn voor een 400 families in de buurt. De bisschop wees me trots op een rolstoelopgang, de eerste die ik in het Midden Oosten zag. Zijn eigen idee, opgedaan in Europa. Toen naar een oecumenische bijeenkomst van gemeenteleden, waar de bisschop zou spreken. Er was een vriendelijke mevrouw die alles voor me vertaalde. Het ging over de functie van de heiligen in het kerkelijk en persoonlijk gebedsleven. Niet echt iets waar ik als protestant warm van wordt.

7 juli

Zojuist samen met bisschop Salwanos van Homs met een broodje in de hand ontbeten. Hij, zijn chauffeur en een van de priesters kwamen gisteravond laat aan en hebben hier ook overnacht. Een vriendelijk weerzien dus. Bisschop Salwanos was gisteren bij de bisschop van Zahle op bezoek om afscheid van hem te nemen. Die is ernstig ziek en zal binnenkort overlijden. Bisschop George zal voorlopig waarnemen.

In de middag een uitstekende lunch aan zee in een visrestaurant - het was immers woensdag en dan wordt er gevast - geen dierlijke producten als vlees, kaas of eieren gegeten. Vis valt daar natuurlijk buiten. Bij de lunch schoof ook Guirgis Saleh aan, de secretaris-generaal van de MECC. Tot voor kort was hij hoogleraar Oude Testament aan het seminarium van de Koptische kerk van Egypte, en onlangs werd hij voor vier jaar benoemd.

8 juli

Vanmorgen vroeg is bisschop George naar Zahle gegaan om er als waarnemer voor het eerst mensen te ontmoeten. Jammer dat ik dat te laat hoorde, anders was ik graag meegegaan. De bisschop is nu eenmaal een solist. Abu George - met wie ik gisteravond een tijdje praatte - is vol lof over hem. Hij vertelde dat de bisschop als een dictator heerst, maar dan in positieve zin. Hij heeft het vertrouwen van de mensen, zegt nooit nee en beslist over alle zaken in het bisdom naar eigen goeddunken. Hij kwam rond het middaguur terug om de ambassadeur van de republiek Armenië te ontvangen. Daar wil men Aramees gaan doceren en hij zoekt nuttige contacten die studiemateriaal kunnen leveren. Mijn bijdrage bestond uit het wijzen op de Zweedse website die ik kort tevoren zag. Er staat een schat aan muzikale gegevens uit de Aramese traditie op. Daarna een laatste lunch en teruggereisd naar Damascus.

DAMASCUS (4)

9 juli

Deze laatste week lijkt rustig te worden. Ik wil als het kan nog graag de Patriarch spreken. Daarna wil ik mijn materiaal ordenen en gaan schrijven. Ik probeer telefonisch een afspraak te maken en zal worden teruggebeld. Daardoor loop ik de hele dag met mijn mobieltje rond, maar ik hoor niets.

Het is erg warm in Damascus. Thermometers geven overdag veertig graden aan en 's avonds om een uur of elf is het nog boven de dertig. Ik hou er wel van en kan er redelijk tegen. Het is een droge hitte, prettiger om in te verkeren dan in de vochtige warmte van Beirut.

10 juli

Eind van de ochtend het telefoontje waarop ik wacht: Zijne Heiligheid heeft maandagmorgen om 10 uur tijd voor me. Hij verwacht me in het klooster in Ma'aret Saydnaya, een 30 kilometer buiten de stad, waar ook het seminarie van de kerk is gevestigd. De rest van de dag werk ik aan een paar artikelen die ik beloofde te schrijven. Ik heb veel te veel materiaal en indrukken en moet ordenen en me beperken.

12 juli

De Patriarch heeft alle tijd voor me. We spreken ruim een uur met elkaar en ik moet me vooral melden als ik ooit weer in de buurt ben. Wel heel anders dan vier jaar geleden, toen ik aan hem werd voorgesteld en het niet tot meer dan wat beleefdheden kwam. Nu spreken we open en hartelijk met elkaar. Het is een bescheiden en tegelijk krachtige man, die graag een echte vader voor de mensen van zijn kerk wil zijn. Het grootste deel van het gesprek gaat uiteraard over de situatie van zijn Kerk. In de bijna 25 jaar van zijn Patriarchaat is zijn kerk door de migratie van een in het Midden-Oosten geconcentreerde tot een wereldwijd vertakte kerk geworden, met gemeenten in Europa Canada en de VS. De reden dat ik hem niet eerder te spreken kreeg lag b.v. aan het feit dat hij de afgelopen weken bezoeken bracht aan Duitsland en Frankrijk.

Onder zijn gezag is er sprake van een nieuwe bloeiperiode in zijn kerk. Toen hij aantrad waren er slechts 7 oude monniken over, inmiddels wijdde hij 80 monniken, 60 nonnen en ruim 20 bisschoppen. De Patriarch grijpt graag terug op de rijke kloostertraditie van zijn kerk, die altijd een belangrijke rol heeft gespeeld. Zijn grote voorbeeld is de heilige Efrem (gestorven 373). Die leefde teruggetrokken in een klooster, waar hij zich wijdde aan gebed en meditatie. Maar hij keerde de wereld niet de rug toe. Van tijd tot tijd ging hij naar de dorpen in de omtrek om de mensen te onderwijzen in het geloof. Op die onderwijstaak legt de Patriarch nu grote nadruk. En het resultaat blijft niet uit

Over de situatie van de kerk in Zuidoost Turkije is de Patriarch voorzichtig positief. De kerk is er de laatste 25 jaar bijna geheel weggevaagd, maar sinds het einde van de gewelddadigheden in de regio lijkt de Turkse overheid iets toeschietelijker jegens de kerk. Dat heeft misschien te maken met de wens van Turkije om lid van de EG te worden. Maar het leidt er in elk geval toe, dat er in een van de dorpen die indertijd door het leger werden ontruimd en verwoest weer mag worden gebouwd. Er staan een paar nieuwe huizen en er zijn zelfs enkele families teruggekeerd. Ook de benoeming van de jonge bisschop Saliba in Mardin, ruim een jaar geleden, betekent een nieuwe impuls voor de kerk in de regio. Het klooster Deyrulzafaran dat tevoren meer een museum leek is weer een leefgemeenschap met monniken waar les wordt gegeven. Ik zag dat ruim een maand terug met eigen ogen.

Het samenleven van christenen en moslims vindt de patriarch een moeizame zaak en dat ligt in zijn ogen niet aan de christenen. Zolang er een sterke overheid is gaat het allemaal wel, maar kijk eens naar Irak: daar leidt het ontbreken van echt gezag meteen tot plunderingen en moorden. Voor de kerk hoopt hij, dat de VS er een sterke overheidsstructuur zullen weten te creëren. Dan is er mogelijk toekomst. Zonder dat zal het moeilijk worden.

We spreken ook over de verschillen in kerkelijke tradities. Oecumene heeft niet als doel tot één kerkelijke organisatie te komen, maar om te groeien in erkenning, samenwerking, hartelijke verbondenheid en acceptatie van elkaar en van de rijkdom van elkaars traditie.

Op een bepaald moment begint de Patriarch over de wijding van een anglicaanse homoseksuele priester tot bisschop, waarover nogal wat te doen was dit voorjaar. Dat er kerken zijn die vrouwen wijden kan hij nog begrijpen, maar dit is hem een brug te ver, omdat het in zijn ogen tegen de natuur ingaat. Ik vertel dat ook onze Kerk over homoseksualiteit anders denkt dan de zijne en de mogelijkheid van zegening van homoseksuele relaties kent. Wat de 'natuurlijkheid' betreft breng ik naar voren dat honden en katten misschien geen homoseksualiteit kennen, maar b.v. ooievaars wel. Bovendien is het nog de vraag of de natuur voor de mens de norm stelt: er is geen dier dat bidt, eten kookt of kleren aantrekt, maar dat maakt ons bidden, koken en kleden toch niet verwerpelijk? Ik breng ook iets naar voren over mogelijke genetische bepaaldheid, waar Paulus toen hij Romeinen 1 schreef niet van kon weten. Dat van de ooievaar is nieuw voor de Patriarch. Maar verder denkt hij dat het wel heel moeilijk zal blijven om elkaar te vinden op dit punt. We concluderen dat de cultuur in dezen een grote rol speelt en dat we de verschillen maar moeten accepteren en proberen te zien als rijkdom. Is het niet juist de Heilige Geest die ons in alle verschillende culturele situaties wil leiden?

Ik neem de uitnodiging voor de lunch aan en spreek ook in de middag nog met diverse mensen, waaronder inmiddels een aardig aantal bekenden zitten. Onder anderen Youqim de Nederlandstalige monnik die ik eerder ontmoette. Maar ik spreek ook een 19 jarige Zweedse jongen die 2 weken geleden in het klooster aankwam om er een jaar te studeren. Dan wil hij echt terug om iets technisch te studeren.

Ook Guirgis Saleh de secretaris-generaal van de MECC loop ik weer tegen het lijf. We ontmoetten elkaar vorige week in Beirut en spreken grappend af dat onze volgende ontmoeting in Cairo zal zijn, waar hij zijn thuisbasis heeft. Hij oefent hier een dag lang zijn oude vak uit als (gast)docent Oude Testament voor een grote groep gemeenteleden uit het hele land. Zij volgen een zomercursus waarin zij worden toegerust voor het geven van catechese in plaatselijke gemeenten. Ik vraag me stilletjes af waarom het ons niet goed lukt om gemeenteleden voor die taak te vinden? En wat al die mensen die in de loop van de jaren de cursus 'theologische vorming van gemeenteleden' volgden met hun kennis doen. Ik gaf er zelf tien jaar Nieuwe Testament, maar kom maar mondjesmaat oud-cursisten tegen in de kerk.

14 juli

Gisteren en ook vandaag gelezen en geschreven. Ben wat ongedurig. Morgenmiddag komt Douwe-Anne aan op het vliegveld. Heb er zin in om samen plannen te maken voor het toeristische verblijf hier. Zo onderhand sprokkelde ik de nodige folders van Syrië en Libanon bijeen en er is voldoende te zien om een paar weken rond te trekken. Maar ik wil hem vooral graag weer zien. Twee maanden zonder elkaar is lang.