Syrisch-Orthodoxe Kerk leeft op

Friesch Dagblad, 1 september 2004.

Gevluchte ‘Syriani’ steunen kerk in vaderland massaal

De Syrisch-Orthodoxe Kerk maakt een nieuwe bloeiperiode door. Mede dankzij alle Syrisch-Orthodoxe christenen die hun vaderland moesten ontvluchten, maar die hun kerk nu massaal steunen, zo hoorde ds Ynte de Groot uit Groningen tijdens zijn studieverlof dat hij deze zomer in Syrië doorbracht.

Één positief gevolg van de omstreden Jezusfilm van Mel Gibson is, dat het Aramees, de taal van Jezus, weer onder de aandacht van een groot publiek is gekomen. Immers deze taal is in de film de voertaal. Syrisch-Orthodoxe christenen (Syriani) zijn blij met deze aandacht, want het Aramees is hún taal. Als zij hem al niet dagelijks spreken, dan is het in elk geval de taal waarin de liederen en gebeden in hun kerken klinken.

Hoe eerbiedwaardig de oude Syrisch-Orthodoxe kerk ook is, zij heeft de laatst eeuw dramatische veranderingen doorgemaakt.

De genocide op de Armeense christenen in Oost-Turkije (v.a. 1915) bleef niet beperkt tot deze groep: ook de Suriani leden er zwaar onder. Velen ontvluchtten Turkije en vestigden zich in Syrie. Hun Patriarch volgde en vestigde zich in 1959 in Damascus.

De huidige Patriarch, Zakka I Iwas, werd in 1980 in zijn ambt gekozen. Zijn gelovigen woonden toen vooral in het Midden-Oosten en in India (waar het maar liefst om 6 miljoen mensen gaat). Inmiddels is zijn kerk wereldwijd present. Het begon met het vertrek van bijna alle Syriani die nog in Turkije zaten. Zij ontvluchtten de strijd tussen de Koerdische PKK en het Turkse leger. Velen uit Syrie volgden sindsdien. Soms om politieke redenen, vaak uit economische motieven. Zij vonden een nieuw bestaan in Europa, Canada of de V.S.

Bisschop Salwanos Boutros van Homs (West Syrie) ziet deze uittocht als een van de grootste problemen van zijn kerk. De geschiedenis van zijn bisdom gaat terug tot de vijfde eeuw, maar de laatste tijd slinkt de populatie dramatisch. Paradoxaal genoeg gaat het de achterblijvers niet slecht: er worden nieuwe huizen gebouwd en kerken worden opgeknapt. Maar wel met geld dat afkomstig is van hen die vertrokken en hun vertrek is ten koste gegaan van de vitaliteit van de gemeenschap.

Bisschop Matta Roham werkt sinds 1990 in het Noord-Oosten van Syrie. Hij investeert vooral in de educatie van de nieuwe generatie gelovigen. "Vroeger was je analfabeet als je niet kon lezen en schrijven, nu als je geen Engels spreekt en geen computer kunt bedienen" houdt hij de jeugd van zijn bisdom voor.

Dat neemt niet weg, dat ook velen uit zijn bisdom Syrië hebben verlaten. Er is te weinig werk en economisch perspectief.

De diaspora gaf nieuwe verantwoordelijkheden. Er werden in Europa, Canada en de VS kloosters gesticht en kerken gebouwd om de daarheen getrokken gelovigen geestelijk te verzorgen. De uittocht bracht ook ongedachte mogelijkheden. Want inmiddels vindt een omgekeerde beweging plaats: vanuit het Westen komt niet alleen geld, maar ook in beperkte mate menskracht naar het Oosten om de kerken en kloosters daar te versterken en nieuw leven in te blazen.

Er lijkt zelfs sprake van een nieuwe bloeiperiode. Op initiatief van de Patriarch is een krachtig onderwijsbeleid ingezet dat vruchten begint af te werpen. Inmiddels wijdde hij 80 monniken, 60 nonnen en ruim 20 bisschoppen nieuwe stijl: geen wereldvreemde, slecht geletterde heremieten, maar goed opgeleide jonge mensen, die bewust en tamelijk open-minded de kerk en de kerkelijke traditie willen dienen.

Het klooster Mor Efrem nabij Damascus herbergt het seminarie van de kerk. Het telt nu zo'n 25 studenten. Monnik Youqim Unval is een van de docenten. In 1989 vluchtte hij met zijn familie van Zuid-Oost Turkije naar Nederland. Daar ging het hem goed, maar het leven gaf hem geen voldoening. Vier jaar geleden ging hij -26 jaar oud- naar het seminarie. Aanvankelijk om de kerkelijke traditie beter te leren kennen. Maar eenmaal aangekomen wist hij dat zijn bestemming er lag.

Youqim is niet de enige die de weg uit Europa naar dit klooster heeft gevonden. Soms zijn ze geboren en getogen in Europa, soms als kind met hun ouders naar Europa getrokken. Eén ding hebben zij gemeen: de liefde voor de eeuwenoude traditie van hun kerk en voor de Arameese taal.