Enkele recente ontwikkelingen

in de Indiase theologie

De laatste tijd groeit onder christenen in India (maar niet alleen onder hen) het besef dat het christelijk geloof in wisselende en veranderende culturele omstandigheden steeds opnieuw vertaald en geïnterpreteerd moet worden.

1) Contextualisering en indigenisatie

De vaktermen voor deze herinterpretatie zijn contextualisering en indigenisatie. Contextualisering is de reflectie op het christelijk geloof binnen de eigen (economische, culturele, raciale etc.) context. Uitgangspunt is, dat het geloof in een andere context niet alleen moet worden vertaald, maar ook opnieuw moet worden doordacht. De kerk gelooft dat God in Christus door zijn Woord en Geest de wereld verandert en herschept tot zijn Koninkrijk. Maar die wereld ziet er op verschillende plaatsen en in verschillende tijden anders uit. Een begrip als verlossing betekent iets anders voor een zondaar dan voor een bedelaar. Voorbeelden van contextuele theologie zijn feministische theologie, zwarte theologie en bevrijdingstheologie.

Bij indigenisatie (of inculturatie) ligt de nadruk op het wortelen van het christelijk geloof in de cultuur. Het evangelie is niet in zuivere vorm verkrijgbaar, maar het draagt altijd een bepaald cultureel gewaad. Ook de bijbelschrijvers en de kerkvaders waren kinderen van hun tijd en cultuur en konden niet anders dan getuigen van hun geloof binnen de mogelijkheden en beperkingen van die cultuur. Indigenisatie is het proces waarin het evangelie een bij een specifieke cultuur passend gewaad aantrekt. Het is een riskant proces, want elke cultuur heeft kanten die strijdig zijn met het evangelie. Voorbeelden van indigenisatie in de westerse wereld zijn de invoering van het heidense zonnewendefeest (verbouwd tot Kerstfeest) en het bidden met gevouwen in plaats van met opgeheven handen (Ps 141: 2)

 

2) Jezus en het zendingsbevel

De zending van de Kerk werd sinds de Kruistochten en de koloniale tijd bepaald door de overtuiging dat het christendom in zijn gegroeide westerse vorm superieur was aan andere culturen en godsdiensten. Het christendom moest zich, als de enige ware godsdienst, over de hele wereld verspreiden. Het uitgangspunt voor de grote zendingsbewegingen vanaf de 16e eeuw was het zendingsbevel: “Maakt alle volken tot mijn discipelen … en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb” (Mt. 28: 16-20). Deze tekst spoorde aan om de wereld geestelijk te veroveren; meer om haar gehoorzaam te maken aan Gods geboden, dan om te antwoorden op Gods liefde.

Indiase christenen stelt dat de kerk moet breken met dit denken, omdat het getuigt van een postkoloniale mentaliteit. Immers de Opgestane had zijn leerlingen ook de opdracht gegeven “Gij zult mijn getuigen zijn … tot het uiterste der aarde.”(Hand. 1: 8). In Handelingen heeft dit getuigen twee kanten: het leidt tot geloof bij anderen en tot het martelaarschap van de getuige. Onder Indiase christelijke theologen groeit het besef dat het niet zozeer nodig is om te getuigen van de christelijke waarheid en geboden, maar om zelf in doen en laten geloofwaardige getuigen van Christus te zijn. Handelingen roept op om het werk van Christus zelf voort te zetten. Om het evangelie concreet te maken en opnieuw gestalte te geven in het licht van de religies en culturen van India.

 

3) Twee voorbeelden: oordeel en verzoening

In zijn boek “The Quest for a Contextual Spirituality” geeft K.P. Aleaz, een Syrisch-Orthodoxe godsdienstwetenschapper, enkele voorbeelden van hoe dat kan uitpakken. Hij stelt dat de gedachte dat God de mensen oordeelt - na de dood of bij het laatste Oordeel - wezensvreemd is aan de godsdienstige ervaring van India. Dit beeld is onderdeel van het christendom van semitische oorsprong en ook van Jodendom en Islam, maar het past niet in een Indiaas concept van God. Volgens Indiase religieuze ervaring voltrekt Gods oordeel zich - zowel in dit leven als aan het eind der tijden - in het oordeel dat mensen over zichzelf brengen. Door de keuzes die zij maken, door de manier waarop zij reageren op Jezus en het Evangelie brengen zij een oordeel over zichzelf. Onze daden bepalen wat we zullen zijn. Verlossing betekent dat God genadig is en ons karma weg kan doen en ons deel geven aan een nieuw bestaan. Aleaz interpreteert Joh. 3: 19-21 in deze zin. Vrijspraak en veroordeling vat hij niet op als leven in heerlijkheid of in de hel, maar als het wel of niet leven in relatie met God. Een leven buiten God draagt het oordeel in zichzelf.

Aleaz gaat ook in op het beeld van Jezus als het “Lam Gods, dat de zonden der wereld wegdraagt”. Dit beeld is in de loop van de tijd vooral juridisch geïnterpreteerd: Jezus offert zich om voor de mens vrijspraak bij God te bewerken. Volgens Aleaz is dit juridische denken over de verhouding tussen God en mens voor de Indiase geest onverdraaglijk. Voor christelijke denkers in India is Jezus het beslissende nieuwe paradigma van een leven dat zich radicaal oriënteert in het ware Zelf. Jezus wijst ons de weg om perfectie te bereiken en toont ons onze ware natuur die goddelijk is. Het kruis is het afsterven van het lagere zelf en de opstanding het opstijgen tot het hogere universele Zelf. Het kruis is er het symbool van dat wij het kwaad niet overwinnen met geweld of verzet, maar met spirituele kracht.

 

4) Tribale christenen: leven in harmonie met de natuur

Opmerkelijk in dit opzicht zijn christenen uit de tribale wereld. De Mizos b.v. zijn een volk van 7 á 800.000 mensen in het uiterste noordoosten van India. Door het werk van missionarissen bekeerden zij zich begin 20ste eeuw tot het christendom. Ondanks protesten van de missionarissen kwamen er christelijke hymnen op traditionele inheemse melodieën die dansend en begeleid met tromgeroffel worden gezongen. Het geloof werd een volksbeweging. Daardoor werden deze ‘heidenen’ niet alleen veranderd in christenen, maar hun christendom vulde zich ook met hun bestaande waarden en wereldbeschouwing. Met name het leven in harmonie met en respect voor de natuur hoort daarbij. Mensen uit deze regio staan vaak in de frontlinie bij het beschermen van bossen en rivieren tegen grootschalige ingrepen door opkomende industrieën. Velen hopen dat deze christenen voorlopers zullen zijn bij het ontwikkelen van een ecologische theologie.

 

5) Dalit Theologie: analyse van de onderklasse

Geïnspireerd door Latijns-Amerikaanse en Koreaanse vormen van bevrijdingstheologie, ontstaat de laatste decennia ook Dalit Theologie. Nogal wat Dalits blijken zich in de loop van de 20ste eeuw aangetrokken te voelen tot het christendom. Dalits vormen in de Hindoe samenleving een door geboorte en lot kastenloze, onaanraakbare onderklasse. Zij oefenen als onrein beschouwde beroepen uit als slager, visser, wasser van kleding en vuilophaler. Vooral in de deelstaat Tamil Nadu in het zuiden van India bekeerden velen zich tot het christendom. Het kastensysteem is officieel afgeschaft en de christelijke gemeenschap kent weliswaar ook rangen en standen, maar de kerkelijke praktijk is toch minder rigide. Educatie staat er hoog in het vaandel en de sociale structuur van de kerk biedt nieuwe mogelijkheden. Dalits zoeken en vinden in de kerk een hogere sociale status, zelfrespect en vrijheid van slavernij.

Dalit Theologie reflecteert op de christelijke boodschap in de context van de ervaringen van Dalits. Zij zoekt de sociale en godsdienstige oorzaken van het lot van deze gemeenschap en ziet het christelijk geloof als een krachtig middel om dit lot te boven te komen en bij te dragen aan het welzijn van allen. Met een beroep op de fundamentele waardigheid van ieder persoon verzet deze beweging zich tegen de gedachte dat Dalits ritueel, sociaal en godsdienstig onrein zijn.

 

6) Integrale ecotheologie

Een boeiend geluid uit de Syrisch-Orthodoxe wereld is afkomstig van George Mathew Nalunnakkal (nu een van de bisschoppen in India). In zijn dissertatie “Green Liberation” (1999) kritiseert hij de diverse vormen van bevrijdingstheologie op grond van hun anthropocentrisme. Zij hebben de neiging om uitsluitend oog te hebben voor de sociaal-economische werkelijkheid. Zorg om de natuur wordt gezien als een westerse luxe, die de armen zich niet kunnen permitteren. Nalunnakkal stelt daarentegen dat de natuur/schepping een waarde in zichzelf heeft en niet alleen in zover zij van nut is voor de mensheid. Bovendien worden door de vervuiling van de wateren en de aantasting van de bossen juist tribale groepen en Dalits direct in hun bestaan getroffen. In zijn dissertatie schetst hij een theologisch ontwerp voor de Indiase context, dat recht wil doen zowel aan de eigenstandige waarde van de natuur als aan de eis tot sociaaleconomische gerechtigheid voor mannen en vrouwen.

In de Syrisch-Orthodoxe wereld, die vanouds wordt gekenmerkt door affiniteit met de hogere kasten, een vrij kritiekloze acceptatie van de patriarchale cultuur en een sterkt accent op het hiernamaals voor het individu, vertolkt hij een bijzonder en tegendraads geluid.

 

7) Grote uitdagingen: pluralisme en secularisatie

Volgens Joseph Pathrapankal, een Rooms-katholiek theoloog, is de eerste en grootste uitdaging bij het ontwikkelen van een Indiase christelijke theologie die van het religieus pluralisme. De wereldgodsdiensten moeten hun toekomst niet zoeken in isolatie van of dominantie over de ander, maar in de bereidheid de ander te aanvaarden en te respecteren. Het christendom moet zichzelf niet langer als uniek, exclusief en superieur zien, maar in spreken en handelen Christus en zijn boodschap van Gods vaderschap voor alle mensen present stellen. Bijbelteksten die getuigen van de exclusiviteit van Jezus (b.v. Hand. 4: 12; I Tim 2:5) moeten in hun context opgevat worden als wat zij zijn: krachtige getuigenissen van hen die in Christus geloven. Het zijn geen theologische uitspraken die bindend zijn voor de hele mensheid.

De tweede uitdaging is die van de secularisatie, die zowel positieve als negatieve kanten heeft. Secularisatie als zodanig betekent de aanvaarding van de wereld en het tijdelijke als iets goeds dat gepland en gewild is door God. Maar secularisatie heeft ook invloed op de manier waarop mensen in het leven staan. Godsdienstige en morele waarden die eeuwig leken verdampen zonder tegenspraak. Maar godsdienstige en seculiere organisaties kunnen samen de dragers worden van een nieuw humanisme. Het nieuwe woord voor verlossing is humanisering. Het is een proces dat mensen de mogelijkheid geeft een leven te leiden in de waardigheid van Gods kinderen. Het ziet het leven hier op aarde als even betekenisvol en relevant als leven na de dood.

De secularisatie die Pathrapankal op het oog heeft, lijkt mij af te wijken van de westerse, die hand in hand gaat met individualisme. Die combinatie heeft bevrijdende effecten gehad, maar ontneemt ook de grondslag aan vele bewegingen, ook aan die welke Pathrapankal bepleit. Alleen al aan dit voorbeeld wordt duidelijk dat ook het westerse christendom niet ontkomt aan een eigen proces van bezinning op haar context en omringende cultuur.

 

literatuur

Aleaz, K.P. – The Quest for a Contextual Spirituality, ISBN 81-7821-016-9, CSS Books, Tiruvalla, 2004.

Fernando, Leonard & G. Gispert-Sauch, G. – Christianity in India, Viking, New Delhi 2004.

Nalunnakkal, George Mathew – Green liberation -Towards an integral ecotheology, ISBN 81-7214-518-7, ISPCK/NCCI, Delhi 20042

Pathrapankal, Joseph – Enlarging the Horizons, studies in Bible and Theology, ISBN 81-7821-083-5, CSS Books & Sopanam Publications, Tiruvalla/Kottayam 2007

 

ds Ynte de Groot