De wereld is groot en overal loert redding 

’s Avonds voor het slapen gaan leest mijn lief mij in bed voor. Na een drukke dag kort een paar bladzijden, een ander keer wat langer en meer. Ze staan tussen de andere in de kast, boeken die de afgelopen jaren zo tot mij zijn gekomen: “Boven is het stil” (Gerbrand Bakker), “Zijde” (Allessandro Baricco), “De jongen in de gestreepte pyjama” (John Boyne), “Het boek van Gould” (Richard Flanagan), “De stem van Tamar” (David Grossman), “Het ultieme recept” (Torgny Lindgren), “De voorlezer” (Bernhard Schlink), “Een duif en een jongen” (Meir Shalev), “De tuin van de samoerai” (Gail Tsukijama).

Niet ieder boek leent zich ervoor om zo in stukjes voorgelezen te krijgen. Als er erg veel personages optreden verlies ik de draad al snel. Bij “Het lot van de familie Meijer” (Charles Lewinsky) was ik het spoor al na een bladzijde of tien bijster. Het vuistdikke “Verzameld werk” van Maria Dermoűt bleek wel weer heel geschikt: vooral kortere verhalen met een overzichtelijk aantal personen, die verwikkeld zijn in geheimzinnige intriges in voormalig Nederlands-Indië.

Eigenlijk vind ik alle boeken hierboven meer dan (voor)lezenswaardig, maar één van de laatste boeken die ik hoorde noem ik hier in het bijzonder. “De wereld is groot en overal loert redding” van de Bulgaarse auteur Ilija Trojanow. Bulgaars van oorsprong, want Trojanow (*1965) is een onrustig man, die inmiddels al in Duitsland, Kenia, India en Zuid-Afrika woonde. Hij wordt geboeid door uiteenlopende culturen en religies. Dat is goed af te lezen aan “De Wereldverzamelaar” (2006) waardoor hij bekend werd. “De wereld is groot …” kwam tien jaar eerder uit, in 1996. Nu gebeurt het wel vaker dat van een inmiddels doorgebroken schrijver ouder werk opnieuw wordt uitgegeven. Vaak is dat eerdere werk teleurstellend en niet zonder reden onopgemerkt gebleven. Dit boek is anders.

Het vertelt van een gezin (vader, moeder, zoontje) dat Bulgarije ontvlucht en via Italië in Duitsland belandt. Daar komen de ouders om bij een verkeersongeluk. De jongen blijft gedesoriënteerd en apathisch achter. Na verloop van tijd stuurt de oma van de jongen een oude vriend op onderzoek uit. De oude man, de wereldwijze ‘koning van de backgammon’, weet de jongen uit zijn lethargie te wekken door met hem per tandem op reis te gaan.

Trojanow vertelt met groot plezier (uit eigen herinnering?) van het afschuwelijke Italiaanse opvangkamp waar het asielzoekergezin aanvankelijk terechtkomt. Met vaart en humor vertelt hij van de bizarre fietstocht van de jongen en de schelmachtige oude man. Die beschouwt de wereld en het leven als een groot spel backgammon: de dobbelstenen rollen, maar je kunt ze manipuleren. Een les in overleven voor ontwortelde wereldburgers tegen wil en dank.

Helaas is het boek inmiddels uit. Gelukkig gaan we vanavond verder in “Alles waar ik spijt van heb” van Philippe Claudel. Ook al zo prachtig geschreven.

Ilija Trojanow “De wereld is groot en overal loert redding” De Geus 2009 ISBN 978 90 445 1464 3