Wonderen - het verhaal van een (niet-)gelovige

Buitengewoon of miraculeus

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gelooft 31% van de Nederlanders in wonderen. Van de leden van kerkgenootschappen gelooft 67% erin. Dat was overigens 15 jaar geleden nog maar 53%. Heel wat mensen die niet in wonderen geloven zijn inmiddels uit de kerk verdwenen. De kloof tussen de kerk en de wereld wordt helaas steeds breder. Eerlijk gezegd weet ik niet goed bij welke groep ik zelf hoor. Want wat ís een wonder? Volgens Van Dale’s Groot woordenboek der Nederlandse taal is een wonder “iets buitengewoons, iets waarover men zich zeer verwondert”. Maar Van Dale geeft ook de betekenis ”mirakel, gebeurtenis tegen de natuur der dingen in, die aan de directe tussenkomst van God of aan goddelijke machten wordt toegeschreven”. Welnu, in wonderen in de eerste betekenis geloof ik wel degelijk. Maar ik zeg het maar meteen: ik geloof niet in mirakelen. Dat heeft te maken met mijn wereldbeeld, mijn kennis over de wereld, maar ook met mijn geloof.

De zwaartekracht: waar het valt daar ligt het.

Ik ben opgegroeid met het besef dat er zoiets is als zwaartekracht. Op onze planeet hoort het tot ‘de natuur der dingen’ dat zij door de aarde worden aangetrokken. Dat is handig, want het maakt het mogelijk om te lopen en te fietsen, te eten en te drinken, om huizen te bouwen en om de zeeën te bevaren. Wie wel eens beelden uit een ruimteschip heeft gezien weet hoe onhandig gewichtloosheid is: alles wat niet stevig is vastgezet zweeft traag en ordeloos rond. Gelukkig zijn de dingen op aarde niet gewichtloos. Zij hebben de onbedwingbare neiging om naar beneden te vallen en om daarna rustig te blijven liggen. De zwaartekracht heeft ook nadelen: als je per ongeluk een kopje laat vallen kan het stukvallen. En wie te ver uit een raam hangt kan naar beneden tuimelen. Maar de voordelen wegen daar ruimschoots tegenop. We leven in een betrouwbare wereld. Onder is onder en boven is boven. Genesis getuigt, dat God dit zo heeft gewild: Hij bracht scheiding aan tussen water en land, tussen hemel en aarde, tussen licht en donker. Want de zwaartekracht is niet de enige wetmatigheid. Ook de hemellichamen bewegen volgens bepaalde patronen. De dingen zoals ze zijn maken het leven zoals wij dat kennen mogelijk en de Schriften zeggen dat dit geen toeval is, maar dat God het zo heeft bedoeld. Als iemand van een flatgebouw afstapt en niet naar beneden zou vallen, zou dat een mirakel zijn. Voor de betrokkene fijn, vooropgesteld dat hij per ongeluk stapte, maar voor de betrouwbaarheid van het leven op aarde een regelrechte ramp. Daarom gebeurt zoiets ook niet. Vroeger niet, nu niet en in de toekomst niet. Iemand die van een flat afstapt valt onherroepelijk naar beneden. Óók als er beneden een heleboel mensen zouden bidden om de val te verhinderen. Net zoals iemand die over de wolken probeert te lopen, of over het water, daar doorheen zal zakken, ook als hij sterk gelooft en veel bidt. Want het gebed vermag veel, maar de zwaartekracht wordt er niet door opgeheven, ook niet voor heel even.

Een stilstaande zon en beloopbaar water?

De schrijvers van de bijbel hadden een ander wereldbeeld dan wij, maar ze waren niet naïef. Ze kenden de wet van de zwaartekracht niet, maar wisten heel goed dat mensen en voorwerpen niet door de lucht zweven of over water lopen. Zij wisten dat uit ervaring. En daar zit een belangrijk verschil tussen hen en ons: ons inzicht is namelijk niet alleen op ervaring gebaseerd, maar op ontdekte wetmatigheden. Wij weten niet alleen dát dingen naar beneden vallen, maar ook waaróm ze dat doen en dat het zo moet gaan. Anders dan wij (of moet ik hier slechts voor mijzelf spreken?) kan de schrijver van Jozua nog echt hebben gedacht, dat God de zon en de maan een dag lang deed stilstaan (Jozua 10: 11vv). Los van het feit dat het dan de aarde en de maan zouden moeten zijn geweest die even stilstonden, weten wij dat zoiets een gigantische catastrofe zou moeten hebben veroorzaakt in ons zonnestelsel. Zo ook kunnen de evangelisten nog gedacht hebben dat Jezus - bij wijze van hoge uitzondering - echt over het water liep. Maar als zij dit vertellen, kan ik niet anders dan daar ‘bij wijze van spreken’ bij denken. Want ik kan niet aannemen dat God de wet van de zwaartekracht eventjes zou hebben opgeschort. Dat zou verstrekkende gevolgen hebben gehad: het zou betekenen dat de Schepper zelf de betrouwbaarheid van zijn schepping zou ondermijnen. Van deze inzichten worden de verhalen van de Bijbel voor mij beslist niet minder belangrijk, waar of indringend. Ze hebben grote zeggingskracht, staan vol symboliek, vol verwijzingen naar de grondmotieven van het geloof van Israël en van de Kerk. De boodschap erin raakt en inspireert me. Maar zij zijn voor mij verkondiging en geen beschrijving.

Het is vol wond’ren om u heen

Toch geloof ik in wonderen. Dus niet in de betekenis van mirakel, maar in die andere betekenis: “iets buitengewoons, iets waarover men zich zeer verwondert”. Een wonder heeft voor mij te maken met een manier van kijken naar de werkelijkheid. Iets is een wonder, omdat het als een wonder kan worden ervaren. Een gebeurtenis kan voor de één gewoon toevallig plaatsvinden, maar voor een ander een wonder zijn. Ik zie veel wonderen. In mijn eigen leven en in het leven van anderen: het wonder van de liefde tussen mensen – met het oog van een bioloog redelijk te verklaren, maar in de beleving van de betrokkenen een overweldigend godsgeschenk. Mensen spreken ook van het wonder van het leven bij de geboorte van een kind – zeker als zij daar niet meer op durfden rekenen. Of van het wonder van een uitredding, een keer ten goede, in een schijnbaar onoplosbare situatie. Veel mensen kennen de ontroering om het wonder van de schoonheid in de kunst, of in een landschap, een vergezicht. En er bestaat het wonder van de onbaatzuchtigheid, de barmhartigheid, de vriendschap. Er is het wonder van de kerk, de gemeenschap van mensen die elkaar - zomaar, om niet! - dragen door donkere tijden heen. Er is het wonder van geloof dat bergen verzet – ik zie het bijna dagelijks om mij heen!

Wonderen bestaan (niet)

We zijn weer terug bij het begin. Ik weet niet of het SCP mij als gelovig zou beschouwen. Want ik zeg met heel mijn verstand: mirakelen bestaan niet: God is goddank betrouwbaar en respecteert de wetmatigheden die met de schepping zijn gegeven. En al weet de mens veel niet, we weten genoeg van ‘de natuur der dingen’ om te weten dat bepaalde dingen niet kunnen gebeuren en dus niet zijn gebeurd en ook niet zullen gebeuren. Tegelijk zeg ik met heel mijn hart: wonderen bestaan! Het wonder van het leven, van de liefde, de schoonheid – het is allemaal geen gezichtsbedrog maar werkelijkheid! God opent werkelijk nieuwe wegen als mensen geen toekomst meer zien. Hij schenkt zijn Geest die creatief maakt. Die Geest leert mij ook het wonder van Kerst zien en geloven: Ouders, een kind, aandachtige mensen daaromheen. Heel gewoon – maar ook een diep geheim: God woont in deze wereld!

ds Ynte de Groot