Een zon diep in de nacht

de verzamelde dagboeken 1945-2005

Willem Barnard

 

De titel van de verzamelde dagboeken is ontleend aan een strofe van een vertaling/her-dichting van het lied “How sweet the name of Jesus sounds” van John Newton. Het is als Gezang 446 opgenomen in het Liedboek voor de Kerken. De betreffende strofe luidt:

Zolang Gij nog onzichtbaar zijt,

een zon diep in de nacht,

roep ik uw nadering reeds uit

omdat ik U verwacht.

Gezang 446 is bij lange na niet het enige van Willem Barnard dat het Liedboek verrijkt. Hij had de hand in de berijming van maar liefst 38 van de Psalmen en (her)dichtte 76 van de Gezangen. Ook de bundel Tussentijds telt 15 liederen van zijn hand. Tezamen is het een fractie van wat hij aan liturgische, bijbelse en kerkelijke liederen heeft gemaakt. De bundel “Verzamelde Liederen” die in 1986 verscheen onder zijn dichterspseudoniem Guillaume van der Graft bevat 267 liederen. Ook in proza op bijbels-liturgisch gebied is Barnard uiterst productief, diepzinnig en: invloedrijk! Zijn teksten, gebeden en overwegingen hebben menig predikant van mijn generatie gevormd. Grote indruk maakte in 1992 zijn lijvige boek “Stille Omgang”. Aan de hand van het oude Latijnse brevier, dat een bijbelleesrooster voor elke dag van het jaar biedt, overdenkt Barnard de Schriften in hun door de traditie gegeven samenhang op gedreven en eigenzinnige wijze. En nog in 2003-2005 verscheen zijn “Gepeins bij psalmen”, waardoor ik vrijwel geen Psalm meer eender kan lezen als daarvoor.

Je zou denken dat een ambachtsman die zo productief is en zulk gaaf en tegelijk weerbarstig werk aflevert met plezier werkt. Maar het is bepaald anders. De dagboeken getuigen van intense worstelingen: met de kerkelijke cultuur, met de opkomende massificatie en verplatting door de media, met de eisen die het predikantschap stelt en niet in het minst met de zware en sombere kanten aan zijn eigen natuur. Het ontlokt Barnard (blz 318) de verzuchting: “Dit dagboekschrijven is hetzelfde als wat de hond doet: krabben op plaatsen waar het jeukt.” Maar aan dit krabben ontspringen soms gedachten en inzichten die me raken en richting geven bij actuele discussies.

Zoals: Naar aanleiding van het feit dat er geen kerkelijke procedure tegen ds K. Hendrikse wordt gevoerd merkte dr. A.J. Plaisier, de scriba van de synode van de Protestantse Kerk, de afgelopen week op: “Dat betekent niet dat daarmee de opvatting dat ‘God niet bestaat’ wordt geaccepteerd. Wij geloven in God. Wie dat niet doet, stelt zich buiten het belijden van de kerk.” De gedachtewereld van Barnard graaft hier vele spaden dieper. Twee citaten (er zijn er veel meer te geven): “God bestaat niet, daarom heeft Hij zich geopenbaard” (blz 58). Naar aanleiding van twee passages uit Exodus waarin YHWH Mozes tot God benoemt (Ex 4: 16 en 7:1) “God is geen zijn, het is een ambt. Wij moeten God niet verstaan van het zijn uit, niet als esse, maar als officium.”(blz 333).

Wie deze passages overigens in diverse vertalingen vergelijkt zal instemmen met de verzuchting over bijbelvertalingen (blz 315) “…meestal geven ze ongeveer de indruk die de Nachtwacht zou maken, indien gerestaureerd door de vakgroep huisschilders”

Wilem Barnard “Een zon diep in de nacht” (857 blz dundruk) Skandalon 2009 ISBN 978-90-76564-83-8