Evangelisch Lutherse Gemeente Groningen zondag 14 januari 2018

overdenking  van ds Ynte de Groot over Johannes 1: 29 - 2: 11
 

Op de zondagen van de EpifaniŽntijd klinken steevast de verhalen van de wijzen uit het oosten, van de doop van Jezus en van de bruiloft in Kana. De verhalen willen ons de betekenis van Christus schilderen. De wijzen zeggen dat ook vreemden, buitenstaanders als wij, door Christus kunnen delen in de goedheid van de God van IsraŽl. Met de Doop wordt zichtbaar hoe Jezus zijn roeping vindt in de hoop dat ook wij in zijn voetspoor onze bestemming zullen vinden. En in Kana blijkt dat het leven met Jezus gekenmerkt wil zijn door vreugde, door nieuwe gloed waar het leven dreigde te verkillen. Kortom: Epifanie onderstreept: in Christus komt iets nieuws op gang op aarde, iets dat ook in ons bestaan gestalte wil aannemen.
Dat blijft allemaal niet onweersproken en het ligt er ook niet duimen¨dik bovenop. Want ook het oude blijft zich krachtig aan ons opdringen. We blijven ůůk weten van machten die van de goedheid van de God van IsraŽl niet willen weten; we kennen ook mensen die hun bestemming niet vinden; we weten hoe ook in ons eigen leven dorheid en vreugdeloosheid soms de dienst uit¨maken. Daarom blijven we die oude verhalen lezen en proberen we telkens opnieuw in de buurt te komen of te blijven van het geheim dat Jezus belichaamt.

De evangelist Johannes vertelt hoe zich de kring van mensen rond Jezus vormt, hoe mensen in zijn buurt gaan leven. Niet uit historische belangstelling, maar om zijn lezers te helpen om de weg naar Jezus te vinden. Want ook in de tijd van de evangelist weerspreken de machten Gods goedheid, dwalen mensen verloren rond en verdoft de glans van het leven. Johannes probeert daarom Ė het is inmiddels zoín 60 jaar na het optreden van Jezus - zijn lezers opnieuw in contact te brengen met de Levende. Daarom beschrijft hij Jezus niet zoals Hij mogelijk ooit was, maar zoals Hij nu is: als de opgestane die leeft te midden van zijn Gemeente. Johannes projecteert de opstanding dus als het ware terug op de verhalen over het optreden van Jezus. Dat is te zien aan hoe hij vertelt over die eerste twee volgelingen. Om te beginnen: hun ontmoeting met Jezus speelt op de derde dag. Na de proloog vertelde Johannes tweemaal dat iets gebeurde op de volgende dag. Die eerste twee lopen dus op de derde dag, dat is: op de Paasmorgen, achter Jezus aan. En dan: Jezus draaide zich om, vraagt wat zoeken jullie? en krijgt ten antwoord: Rabbi, dat is in onze taal Meester.
Diezelfde uitdrukkingen staan aan het eind van het evangelie in het verhaal van de ontmoeting van Maria van Magdala met de Opgestane. Zij houdt hem eerst voor de tuinman. Johannes schrijft: zij draaide zich om, Jezus vraagt wie zoek je en Maria zegt Rabboeni, dat betekent Meester!
Kortom: die eerste twee volgen niet een aard¨se, historische Jezus, maar Johannes tekent ze als prototypen van volgelingen van de Opgestane. Niet voor niets is er ťťn bij die geen naam heeft. Zo kunnen wij makkelijker onze eigen naam invullen.
ďWat zoeken jullie?Ē vraagt Jezus. Een indringende vraag, die zo aan het begin van dit evangelie via die twee volgelingen ook aan ons wordt gesteld. De vraag wil ons verlangen naar een doel, een zin, een perspectief blootleggen. Of ons bewust maken van ons gebrek aan verlangen. Want ook dat komt voor. Wie voldaan leeft en helemaal niets meer zoekt - voor zichzelf of voor de wereld - die zal bij Jezus ook niets vinden.
De twee in het verhaal vragen waar Jezus verblijft. Nu is het werkwoord dat meestal met blijven of verblijven wordt vertaald een sleutelwoord in het evangelie naar Johannes: het komt in zijn boek wel veertig maal voor (ter vergelijking: MatteŁs gebruikt het slechts driemaal).
De betekenis van dit blijven wordt duidelijk in b.v. hoofdstuk 15 over de ware wijnstok: ďBlijf in Mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in Mij blijven - blijf in mijn liefde, zoals Ik in de liefde van mijn Vader blijfĒ.
Anders gezegd: zoals Christus in de Vader blijft, zoals Jezus met God verbonden is, zo kunnen zijn volgelingen via Hem ook met God verbonden zijn en vrucht dragen in het leven.
Het woord blijven klonk het eerst toen Johannes de Doper getuigde dat hij de Geest als een duif zag neerdalen en op Jezus blijven. Het tekende de innige band van Jezus met God zoals die bij de Doop van de Heer openbaar werd. En meteen daarna gaat het over die twee leerlingen. Als zij vragen naar het blijven van Jezus, dan zijn zij niet nieuwsgierig naar zijn logeeradres (zoals de NBV zegt) maar dan zoeken zij via Jezus, bij de Opgestane, God zelf, de grond van hun bestaan.

Volgens Johannes zijn zij de eersten en na hen volgt nog een bonte stoet. Anders dan de andere evangelisten vertelt Johannes niet dat Jezus zijn leerlingen roept. Hij vertelt dat mensen Jezus vinden. ďAndreas vond zijn broer Simon Petrus en zei: Wij hebben de Messias gevondenĒ. Vervolgens vindt Jezus Filippus, die daarna NathanaŽl vindt.
Jezus volgen doe je dus omdat je gevonden bent. Omdat je ervaart dat het goed is om bij Hem, in zijn spoor te leven. Dat je bij Hem thuis komt en niet meer doelloos hoeft rond te lopen, maar een weg hebt om te gaan.
Het mooie daarbij is, dat zij die Jezus ontmoeten Hem allemaal Šnders ervaren. Zij gebruiken in elk geval allerlei verschillende titels en benamingen voor Hem. Er klonken er in de lezing maar liefst 10: Lam van God, Rabbi, Meester, Messias, Christus, hij van wie Mozes (Ö) heeft gesproken, zoon van Jozef, Zoon van God, Koning van IsraŽl, Mensenzoon.
Een ieder die Jezus ontmoet ervaart Hem anders en noemt Hem op grond daarvan met een andere naam. Dat gegeven helpt mij enorm om ruimte te geven aan mensen die anders in het geloof staan dan ikzelf doe. In de kerk vinden wij in Jezus doel en richting, maar niet op dezelfde manier. Voor de ťťn is Hij de Zoon van God, voor de ander de zoon van Jozef, voor de ťťn de Rabbi uit Nazareth, voor de ander het Lam van God. Al deze visies op Jezus hebben hun grond in het evangelie zelf en horen daarmee thuis in de Kerk.
Wij mogen Christus kennen op een wijze die aansluit bij onze situatie, bij onze vragen en verlangens. Wie met Jezus leeft hoeft niet het zelfde te zeggen wat eerdere geslachten over Hem zeiden. Wie met Jezus leeft mag met Hem meegaan op de manier waarop hij of zij Hem heeft ervaren en ontmoet; met Jezus leven is: de betekenis van Christus voor jouw leven ervaren.

Zo komt een bonte stoet mensen, met Jezus in het midden, aan in Kana bij het feest. Het is - schrijft Johannes Ė nog steeds de derde dag. Volgens Genesis de dag waarop God de wateren verzamelde tot zeeŽn, zodat leefbare aarde ontstaat. Op de derde dag wordt de macht van het water, van de dood ingeperkt, zodat wij kunnen leven. De derde dag is dus eigenlijk al van den beginne opstandingsdag. Het is ook de dag waarop de aarde volgens Genesis groen en vruchten voortbrengt. In Kana is het de dag waarop het water de vrucht van de wijnstok draagt.
Volgens Genesis is de derde dag de enige waarop God tweemaal ziet dat het goed is. Daarom is in IsraŽl de derde dag van de week de dag bij uitstek om te trouwen.
Dat blijkt ook in Kana. Daar wordt het water van de reiniging - van de vernieuwing en de doop - bezield tot de wijn van de vreugde. Maar dat had Johannes de Doper al aangezegd toen hij zei dat Hij die komen zou en waarop de Geest zou blijven niet met water doopt, maar met heilige Geest.
"Dit was het eerste van Jezus' tekenen" zegt de evangelist erover. Hij gebruikt het woord αρχη, dat begin of beginsel betekent.
Met dat woord was het evangelie ook begonnen: In den beginne was het Woord ... In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen.
Het teken van Kana is geen bijkomstigheid of toevalligheid, maar het is typerend voor het werk van Jezus. Kana zet de toon voor heel het optreden van Jezus, voor heel het gedoopte bestaan. Het laat zien hoe het licht der mensen doorbreekt.

Wat zoek je? vraagt Jezus aan de mensen die op Hem afkomen. Zijn vraag wil ons opmerkzaam maken. Ons bepalen bij ons diepste verlangen of bij ons gebrek daaraan. En wie werkelijk licht zoekt, vreugde die opgewassen is tegen teleurstelling, liefde die sterk is als de dood, die mag het gaandeweg ontdekken: hier is het te vinden, in de buurt van Jezus. Bij de Jordaan en in Kana: in Doop en Avondmaal. Want Hij heeft het beste bewaard tot dŪt ogenblik.